Spring naar inhoud

Focuspunten

Intern begeleider/ pedagogisch coach

De intern begeleider werkt nauw samen met de pedagogisch coach waarbij de intern begeleider primair verantwoordelijk is voor het adviseren/coachen van de pedagogisch medewerker. De intern begeleider heeft een verkorte training gevolgd bij de CED-groep voor pedagogisch beleidsmedewerker/intern begeleider. Hiermee voldoen wij aan de wettelijke verplichting om vanaf 1 januari 2022 te werken met een pedagogisch beleidsmedewerker.

De intern begeleider ondersteunt de pedagogisch medewerkers die vragen hebben over peuters met ontwikkelingsproblemen, gedrags- en opvoedproblemen. Ook worden peuters geobserveerd en wordt met de ouders en medewerkers gezorgd voor een zo optimaal mogelijke begeleiding binnen de peutergroep. Daarnaast geeft de intern begeleider voorlichting aan ouders over gedrag, ontwikkeling en verwijzingsmogelijkheden van de in zijn ontwikkeling bedreigde peuter (zorgpeuter). De intern begeleider heeft 1 x in de twee maanden kind besprekingen met de pedagogisch medewerkers van de locaties, zodat er bij zorgen direct gehandeld kan worden. Afspraken worden vastgelegd in het kind volgsysteem van Konnect.                                                              

De pedagogische coach is verantwoordelijk voor het coachen en trainen van pedagogische medewerkers in hun dagelijkse werkzaamheden. Zij bespreken en bewaken de randvoorwaarden die zijn gesteld voor de begeleiding van de peuters. Daarnaast houdt de pedagogisch coach zich bezig met de ontwikkeling van het pedagogisch beleid. 

De intern begeleider en pedagogisch coach hebben 1x in de maand overleg.

Overdracht en doorgaande leerlijn

  • De GGD-wijkverpleegkundigen indiceren doelgroepkinderen. Dit gebeurt meestal tijdens een consult op het consultatiebureau. Opvallend is dat het afgelopen half jaar, gemeente breed, meer indicaties zijn afgegeven dan vorig jaar.  Bijna de helft van alle peuters die bij ons geplaatst zijn hebben een indicatie. De intern begeleider heeft het afgelopen half jaar drie keer overleg gehad met de coördinator wijkverpleegkundige over de ‘zorgkinderen’. In incidentele gevallen is er telefonisch- of mailcontact met de wijkverpleegkundige van de zorgkinderen. Om de lijnen en verantwoordelijkheden helder te krijgen is er de afgelopen periode ook overleg geweest tussen de GGD-verpleegkundige, aanbieders van VVE en de beleidsmedewerker van de gemeente.
  • De intern begeleider sluit aan bij overleggen met collega intern begeleiders uit andere regio’s. Tijdens deze overleggen wordt afstemming gezocht, worden casussen besproken en adviezen gegeven. De intern begeleider sluit tevens aan bij de bijeenkomsten van ‘Goede en Kansrijke Start’ en ‘Het jonge kind’. Voor een goede doorgaande lijn is het belangrijk dat de werkzaamheden van de voorscholen (peuteropvang en kinderopvang) en vroegscholen (groepen 1 en 2 van het basisonderwijs) op een efficiënte en effectieve wijze op elkaar aansluiten. De pedagogisch medewerkers zorgen, met toestemming van de ouders, voor een ‘warme’ overdracht van doelgroepkinderen naar de basisschool, maar ook naar  een KDC of SBO. In het eerste half jaar zijn drie peuters doorgestroomd naar KDC de Dolfijn. Een peuter is geplaatst op SBO de Baldakijn. Verder wordt van álle kinderen die doorstromen naar regulier onderwijs een zogenaamd ontwikkelingsrapport naar de desbetreffende basisschool gestuurd.
  • De intern begeleider maakt deel uit van de werkgroep ‘doorgaande leerlijn’. Bij de overleggen van de  brede scholen in Cereswijk en Musselkanaal sluit de teamleider aan.

Oudertevredenheidsonderzoek

Op alle locaties is voor de zomervakantie een tevredenheidsonderzoek uitgevoerd met een respons van 48%. In totaal hebben 79 ouders antwoord gegeven op vragen naar hun tevredenheid in het algemeen, over het gebouw en de inrichting, de pedagogisch medewerker, de ouderbetrokkenheid en de ontwikkelingsstimulering.

Dat mijn kind met heel veel plezier naar de peuteropvang gaat laat zien dat het er erg gezellig en leuk is. Daarom ben ik in het algemeen heel erg tevreden.

Logopedie op de peuteropvang  

Op peuteropvang Drie Turven Hoog wordt in de naastgelegen sporthal logopedie aangeboden. Hiervan maken 10 peuters gebruik. Zij worden door de ouders of de logopedist uit de groep gehaald voor een half uurtje logopedie. Omdat de logopedie dichtbij is maken meer peuters en hun ouders hiervan gebruik met de bevordering van de taalontwikkeling tot gevolg. Ook de pedagogisch medewerkers staan in direct contact met de logopedisten en maken gebruik van hun expertise. De oefeningen die een peuter meekrijgt worden besproken en in de groep, al spelenderwijs, geoefend. Af en toe komt een logopedist kijken naar een peuter op de locatie. Dan worden afspraken gemaakt met de pedagogisch medewerkers over de aanpak. De ouders zijn erg tevreden over deze nieuwe samenwerking. Op de Peuterkorf (Onstwedde) en de Schakel, (Cereswijk) maken een aantal peuters gebruik van logopedie die aanwezig is op de basisschool.

Vergroten bereik doelgroeppeuters

Om het bereik van doelgroep peuters binnen de gemeente te vergroten houden we ontdekochtenden en lenen we ontwikkelingsmateriaal uit.

Ontdekochtend

Op 5 locaties kunnen ouders twee keer per maand (met uitzondering van juli en augustus), samen met hun kind (1,5 tot 2,5 jaar) de dreumesochtend bezoeken. De ouders spelen eerst een half uur samen met hun kind en maken kennis met verschillende spelmaterialen. De pedagogisch medewerker begeleidt het spel en geeft tips en adviezen. Halverwege de ochtend wordt een thema behandeld zoals taalontwikkeling/zindelijkheid, gezonde voeding etc.

Op alle locaties zijn deze dreumesgroepen een succes. Wij zien ook dat bijna alle dreumesen doorstromen naar de peuteropvang locaties. Die overgang verloopt heel soepel omdat de vaste onderdelen van de peuteropvang zoals de kring en het zingen van de liedjes, zoveel mogelijk worden toegepast.  Een voordeel van deze dreumesgroep is ook dat we in een eerder stadium achterstanden signaleren en opvoedingsondersteuning kunnen bieden.

Uitleen ontwikkelingsmateriaal

Gekoppeld aan de dreumesochtend worden ouders in de gelegenheid gesteld om ontwikkelingsmaterialen te lenen. Ontwikkelingsmateriaal wordt gezien als een hulpmiddel om het ontwikkelingsproces van kinderen positief te beïnvloeden. Bij verschillende leeftijden horen verschillende ontwikkelingsfasen. Dit vraagt om adequaat spel– en ontwikkelingsmateriaal. Thuis is dit vaak niet beschikbaar en er is geen speel-o-theek meer in de gemeente Stadskanaal. Dit heeft ons ertoe gebracht ouders materiaal te laten lenen via de peuteropvang in de buurt. Het materiaal wordt in bruikleen gegeven en wordt bij de volgende dreumesochtend geruild voor nieuw materiaal.

Ouders maken hier graag gebruik van en gaan zorgvuldig om met de materialen. In sommige gevallen worden de materialen ook uitgeleend aan ouders van kinderen die naar de peuteropvang gaan.

In totaal hebben in het afgelopen half jaar 58 dreumesen gebruik gemaakt van de dreumesgroep. Al deze dreumesen zijn doorgestroomd naar de peuteropvang.

Voorleesproject “Lees je me voor”

Bij sommige kinderen verloopt de taalontwikkeling minder goed. Dit kan komen door aanleg, maar ook doordat het kind weinig in aanraking komt met taal. Bijvoorbeeld omdat ouders zelf een taalachterstand hebben of niet van Nederlandse afkomst zijn. Als ouders een laag taalniveau hebben kan dit grote invloed hebben op de taalontwikkeling van hun kind. Ons bijzondere project ‘lees je me voor’ speelt hierop in.

"Er is aan 22  kinderen voorgelezen door 11 vrijwilligers en 5 kinderen staan op de wachtlijst, zij gaan na de zomervakantie  starten."

Peuterwerk zet vrijwilligers in om de peuters die dat nodig hebben extra taalactiviteiten aan te bieden. Dit doen we in de thuissituatie op een laagdrempelige manier  met het project ‘lees je me voor’. De aanmelding vindt plaats via peuter- en kinderopvangorganisaties, scholen, consultatiebureaus en thuiszorgorganisaties. Door het voorleesproject krijgen kinderen de kans om hun woordenschat uit te breiden en hun taalniveau te verhogen met betere leerprestaties als gevolg. Ook de ouders worden nadrukkelijk betrokken bij de activiteiten. We verwachten dat de wekelijkse contacten ervoor zorgen dat er een vertrouwensband ontstaat. Op die manier kunnen eventuele taalproblemen van ouders gesignaleerd en besproken worden.  Als er extra hulp nodig is bespreken de vrijwilligers dit met de coördinator. Zij kijkt waar de hulp-/ondersteuningsvraag het beste kan worden opgepakt.

De vrijwilligers komen eens in de drie maanden bij elkaar en bespreken dan de voortgang en de knelpunten. Het werven van voldoende vrijwilligers is een van de actuele knelpunten. Er zijn op dit moment te weinig vrijwilligers om alle kinderen te bezoeken. Wij zijn daarom blij met de taal/cultuurcoach die ook gezinnen bezoekt en met vrijwilligers meegaat als zich een nieuw gezin aanmeldt.  

Scholing

We vinden het belangrijk dat onze pedagogisch medewerkers regelmatig worden bijgeschoold. Er zijn twee clusterbijeenkomsten geweest waarin organisatorische zaken worden besproken. In april is er een training geweest met als thema ‘Gespreksvaardigheden tijdens huisbezoeken’. Deze training bestond uit drie bijeenkomsten van 2,5 uur. Naast de cursusleidster was er ook een acteur aanwezig waar de medewerkers hun vaardigheden mee konden oefenen.  Er hebben 17 pedagogisch medewerkers deelgenomen aan de training. Daarnaast hebben alle 19 medewerkers een e-learning gevolgd over Positieve Gezondheid.