Kracht van Small Talk
De kracht van Small Talk is dat het gaat om de kleine momentjes en gesprekken die je hebt met inwoners. Hierdoor krijg je sneller inzicht in wat er binnen een wijk leeft en welke bouwstenen er al zijn. Je krijgt dingen boven tafel die je anders misschien niet boven tafel zou krijgen. Je begint altijd bij de intentie van de ander en niet bij die van jou als professional.
Maar hoe doe je dat? Je kan hierbij denken aan:
- Werkelijk interesse tonen;
- Gebruik de voorbeeldvragen van de Good Life Conversation (zie pagina 8);
Voorbeeld
In een flat organiseerde de buurtwerker een ontmoetingsmoment met de inwoners van de flat. Je bent hierin gauw geneigd om de focus te leggen op de flat zelf, maar er kwamen die avond hele andere thema’s boven tafel.
Tiny Talks
- Joop Hofman
ABCD is geen methode en is ook geen interventie. Twee belangrijke zaken. Als het een methode was, werd het onderdeel van een professionele setting. Gemeenschapsvorming is daarentegen iets eigens van gemeenschappen van bewoners. Letterlijk eigens, zij zijn eigenaar. Zij bouwen een gemeenschap. Professionals kunnen daarbij van dienst zijn. Meer dan dat, ze kunnen de bewonersprocessen versnellen of accentueren, maar nooit bouwen. Daarom is ABCD ook geen interventie, de gemeenschap functioneert al, is er al. Het heeft geen startpunt en geen eindpunt. Het is! Wat je doet als professional is aansluiten bij de energie, verlangens, zorgen, drives, etc. van dat wat bewoners raakt. Daar heb je gesprekken voor nodig. Geen grote dialogen of vergaderingen. Maar letterlijk Tiny Talks als tegenhanger van Big Data. In deze gesprekken kom je tot wat bewoners raakt.
Dat is een hoogwaardige vaardigheid. Het is geen enquête of post-it-briefje, maar een goed gesprek. En het gaat ook minder om wat er speelt, maar wat de bewoner raakt. Maar dat gaat alleen over de inhoud van het gesprek. Onderzoek toont aan dat de meest bepalende factor voor een goed gesprek ligt in de relatie professional-bewoner. In een goed gesprek wordt 15% bepaald door de wil van de bewoner, 15% door de methodiek, 40% door de (sociale) omgeving waarin de bewoner leeft en 30% door de relatie bewoner-professional. Bij de ene professional komt wel de ‘ware’ inhoud op tafel, bij de andere juist niet en bij een volgende komen er nog extra lagen erbij. De Vlaamse onderzoeker Greet Demesmaeker heeft daarvoor het Keuvel Kader[i] ontwikkeld. Deskundig keuvelen noemt zij:
K Kracht en Kwetsbaarheid als Kunst
E Eigen regie vanuit een Empowerende houding
U Uitnodigend en Uniek
V Veiligheid en Verbinding vanuit Vertrouwen
E Empathie vanuit echtheid
L Liefdevol door een Luisterende houding
Vink maar eens even aan in hoeverre een buurtvergadering of een enquête voldoet aan deze indeling. Dat levert zelden de echte verhalen op, de verhalen die raken.
Een buurtprofessional moet weten wat bewoners raakt, waar de sentimenten zitten en waar het vonkje zit voor het te ontbranden vuurtje. Dat vraagt permanent wijkonderhoud in de vorm van Tiny Talks (een vorm van Asset Mapping). Hierbij wordt de professional niet zelf het middelpunt van de gesprekken, maar zorgt dat de ‘vonkjes’ ook andere bewoners kunnen raken. Noem het kampvuurtjes maken.
Dit vraagt ook om andere gesprekken dan we als professionals gewend zijn. Het gaat niet om ‘ophalen’, want dan organiseer je het bij de bewoner weg. Het gaat niet om ‘behoeften in kaart brengen’, want dan kom je in de regel tot oplossingen die anderen moeten oplossen en is de bewoner een klant. Het gaat niet om bewoners te betrekken, want dan haal je ze uit hun eigen verhaal en je wilt ze een plek geven in de aanpak of project van een ander. Zo’n gesprek gaat over ‘wat raakt je waar je voor in actie wilt komen’, over ‘wat kun jij bijdragen zodat de gemeenschap sterker wordt’, over eigenaarschap en het maken van je eigen oplossingen samen met andere bewoners.
| Minder succesvol | Meer succesvol |
|---|---|
| Begin met je antwoord of voorstel | Start met nieuwsgierig gesprek |
| Vraag mensen om met het antwoord verder te gaan | Ontdek waar je de ander raakt, hoe ze de situaties zien, wat ze zelf kunnen doen |
| Zoeken naar antwoorden waarom mensen "niet zo gemotiveerd" zijn | Samen stappen zetten |
De gulden regel is dat een gesprek zo verloopt
1. Wat raakt je zo, dat je bereid ervoor in actie te komen.
2. Welke assets van jezelf of anderen in de buurt zou je kunnen gebruiken.
3. Ken je nog iemand(en) die ook bereid zou(den) zijn hier iets mee te doen. Wat moeten we nog doen om ze uit te nodigen.
Zo’n gesprek loopt zelden zo. Daarom is community building ook een ambachtelijk vak. Altijd passende oplossingen voor het gesprek vinden, omdat situaties niet herhaalbaar zijn. En altijd het gesprek aangaan vanuit het alledaagse, vanuit dat wat voorbijkomt.
[1] Praktijkboek Relationeel Werken in Zorg en Welzijn. Het KEUVEL-kader als leidraad – Greet Demesmaeker, Uitgeverij Coutinho