Resultaten
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de individuele ondersteuning die deBasis in de eerste helft van 2023 heeft verleend. We gaan in op de cijfers over de maanden januari t/m juni en vertellen ook de verhalen achter de cijfers.
De tabel hieronder geeft een overzicht van het aantal individuele trajecten. Het laat de cijfers zien van het eerste en tweede kwartaal van 2023. Ter vergelijking zijn ook de cijfers van het eerste en tweede kwartaal van 2022 toegevoegd.
Hieruit blijkt een afname van het aantal individuele trajecten dat in behandeling is, ten opzichte van de eerste helft van 2022. Verder is er een toename te zien in het aantal schoolmaatschappelijk werk (SMW) trajecten en een afname bij het aantal activeringtrajecten.
Met betrekking tot de collectieve trajecten is er, net als in 2022, een toename te zien in het aantal collectieve trajecten in het tweede kwartaal van 2023. Ook is er (in vergelijking met het tweede kwartaal van 2022) een groei te zien in het aantal collectieve trajecten in het tweede kwartaal van 2023. Het aantal bijeenkomsten en deelnemers in het tweede kwartaal van 2023 ligt daarnaast ook hoger dan het aantal bijeenkomsten en deelnemers in het tweede kwartaal van 2022. Kortom, er is een groei te zien in de collectieve ondersteuning vanuit deBasis.
| 1e kwartaal 2023 | 2e kwartaal 2023 | 1e kwartaal 2022 | 2e kwartaal 2022 | ||
| Via kernpartners en overige aanbieders | Ondersteuning groep | 52 | 40 | 49 | 56 |
| Ondersteuning individueel | 134 | 115 | 93 | 107 | |
| Via deBasis | Ondersteuning individueel, waarvan | 332 | 278 | 385 | 395 |
| SMW | 59 | 80 | 40 | 74 | |
| Casusregie HG | 10 | 8 | 10 | 11 | |
| OCO | 8 | 16 | 6 | 6 | |
| Activering | 55 | 22 | 110 | 112 | |
| Aantal collectieve trajecten*, waarvan | 41 | 65 | 38 | 52 | |
| Aantal bijeenkomsten | 269 | 397 | 224 | 328 | |
| Aantal deelnemers** | 1821 | 2537 | 1243 | 1811 |
* Aantal collectieve trajecten waar minimaal 1 of meer bijeenkomsten zijn geregistreerd
** Deels unieke, deels niet-unieke deelnemers
Hieronder een overzicht van een aantal algemene cijfers met betrekking tot de dienstverlening, en de bijbehorende meetbare resultaten of KPI's.
| Behandeld januari t/m juni 2023 | |
| Aanmeldingen | 337 |
| Informatie & advies | 407 |
| Individuele trajecten | 497 |
| Leun en steun trajecten | 62 |
| Soort traject | Opgestart | Afgesloten | Gemiddelde doorlooptijd |
| Individuele trajecten | 171 | 219 | 339 dagen |
| Leun en steun | 14 | 23 | 889 dagen |
KPI's
| Gemiddelde wachttijd | 16 dagen |
| Recidive inwoners | 35 |
| Percentage recidive | 18,9% |
| Aantal klachten en incidenten | 1 |
Het percentage recidive is de afgelopen maanden aan het oplopen. Echter, er zijn het laatste half jaar ook veel oude nog openstaande trajecten afgesloten. Er is sprake van recidive zodra wij weer een nieuw traject opstarten en er minimaal zes maanden tussen afsluiten en opnieuw opstarten zit. Het gaat echter om trajecten vanaf 1 januari 2017. Dus als voorbeeld: als er in 2017 een traject is afgesloten en dezelfde inwoner doet in 2023 weer een beroep op ondersteuning dan telt dit als recidive.
De tabel hieronder geeft een overzicht van de verschillende soorten individuele trajecten en de cijfermatige resultaten.
| Categorie | Opgestart | Behandeld | Afgesloten | Doorlooptijd afgesloten (in dagen) | Resultaat | |
| Ambulant begeleiding AV | 34 | 133 | 39 | 299 | 92%, ZRM doelscore behaald | |
| AVMO kernpartner | 40 | 105 | 23 | 237 | - | |
| Schoolmaatschappelijk werk | 48 | 100 | 52 | 234 | 68%, ZRM doelscore behaald | |
| Algemeen maatschappelijk werk | 29 | 85 | 51 | 235 | 70%, ZRM doelscore behaald | |
| Activering | 3 | 46 | 37 | 779 | - | |
| Onafhankelijke clientondersteuning | 12 | 16 | 7 | 229 | - | |
| Huiselijk geweld | 5 | 12 | 10 | 213 | 4,00 ZRM eindscore |
Bij de individuele trajecten wordt toegewerkt naar een concreet doel. Bij de intake en bij de afsluiting wordt de zelfredzaamheid-matrix (ZRM) ingevuld. Dit instrument brengt de vraag en mate van zelfredzaamheid van de cliënt in kaart. Op deze manier ontstaat er inzicht in de ontwikkeling van de cliënt. De ZRM geeft de zelfredzaamheid weer op de verschillende leefgebieden: inkomen, werk & opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk, maatschappelijke participatie en justitie. Voorafgaand aan een traject wordt een doelscore geformuleerd. Achteraf kunnen we dan ook bekijken in hoeverre de inwoner zijn/haar vooraf vastgestelde doelscores heeft behaald. De doelscores in de tabel hierboven geven dus een beeld van het behalen van de bij de start ingeschatte haalbare ontwikkeling. Er zijn geen doelscores vanuit de trajecten uitgevoerd door de externe partners.
De tabel hieronder geeft een overzicht van de aantallen leun en steun trajecten en de bijbehorende doorlooptijden.
| Categorie | Opgestart | Behandeld | Afgesloten | Doorlooptijd afgesloten (in dagen) |
| Algemeen maatschappelijk werk | 8 | 32 | 14 | 1.143 |
| Ambulant begeleiding AV | 3 | 20 | 4 | 457 |
| Activering | 1 | 5 | 2 | 706 |
| Schoolmaatschappelijk werk | 1 | 3 | 2 | 244 |
| Onafhankelijke clientondersteuning | 0 | 1 | 0 | - |
| Huiselijk geweld | 1 | 1 | 1 | 133 |
Overzicht opgestarte trajecten per kwartaal
Het overzicht hieronder laat ter vergelijking zien hoeveel individuele trajecten er zijn opgestart in het eerste kwartaal en hoeveel individuele trajecten er zijn opgestart in het tweede kwartaal.
| Soort traject | Kwartaal 1 2023 | Kwartaal 2 2023 |
| Ambulant begeleiding AV | 21 | 13 |
| AVMO kernpartner | 20 | 20 |
| Algemeen maatschappelijk werk | 18 | 11 |
| Schoolmaatschappelijk werk | 20 | 28 |
| Activering | 3 | 0 |
| Huiselijk geweld | 5 | 0 |
| Onafhankelijke cliëntondersteuning | 4 | 8 |
Toelichting
Ondersteuning via kernpartners en overige aanbieders
In 2022 is er afscheid genomen van verschillende kleine zorgaanbieders. Er is op toegezien dat inwoners zoveel mogelijk begeleiding krijgen van de kernpartners waarbij de coöperatie 'Dichtbij' zorg draagt voor een goede en passende inzet. Dit naast de ondersteuning en begeleiding die deBasis levert via individuele- en collectieve trajecten. De inzet is om waar mogelijk begeleiding te bieden via collectieve trajecten. We zien hier groei in.
De samenwerking onderling en met de coöperatie 'Dichtbij' was vooral eerst gericht op het inrichten van de operationele processen. Op basis van de inhoudelijke ervaringen gaan we verder samenwerken aan een meer tactische/strategische invulling van de samenwerking. Binnen deBasis hebben we door de samenwerking een mix aan professionals met specifieke kennis en ervaring waarbij er al veel uitwisseling is in de teams. Ook wordt steeds met de inwoner die een ondersteuningsvraag heeft bekeken of de vraag beantwoord kan worden via een collectief aanbod. Waarbij het doel is om inwoners van Veendam zo goed mogelijk preventief te ondersteunen en meer in te zetten op collectief aanbod.
Ondersteuning individueel
Medewerkers van deBasis Veendam ondersteunen inwoners van Veendam door middel van onder andere individuele begeleiding. Het doel is om de eigen kracht en regie van de inwoner te versterken. In dit hoofdstuk belichten we een aantal vormen van individuele begeleiding door er uitgebreider op in te gaan op basis van de cijfers en de verhalen van de medewerkers.
Schoolmaatschappelijk werk (SMW)
Alle scholen worden ondersteund door schoolmaatschappelijk werk (SMW). Met elke school is de vorm en inhoud van de ondersteuning afgestemd. Er wordt o.a. ingezet op licht pedagogische ondersteuning. Daar waar meer zorg nodig is wordt opgeschaald naar ketenpartners dan wel Team Jeugd van de gemeente Veendam.
Het SMW team heeft het afgelopen kwartaal hard gewerkt om alle scholen en aanmeldingen te kunnen ondersteunen. Er zijn in de eerste helft van 2023 48 trajecten opgestart, 100 trajecten in totaal behandeld en 52 trajecten afgesloten. De gemiddelde doorlooptijd bedroeg 234 dagen.
De onderstaande staafdiagram laat zien dat veruit de meeste trajecten betrekking hadden op leerlingen in de leeftijd van 4-12 jaar.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Individuele trajecten |
|---|---|
| 4 - 12 jaar | 80 |
| 12 - 18 jaar | 17 |
| 18 - 27 jaar | 2 |
| 27 - 55 jaar | 2 |
Op scholen zijn we goed zichtbaar en bereikbaar. Intern begeleiders, maar ook leerkrachten weten ons te vinden wanneer zij casuïstiek willen bespreken of iemand willen aanmelden. Het SMW team kan laagdrempelig en snel starten, en kan vaak preventief al veel betekenen voor gezinnen. Ondanks de vele aanmeldingen is er gewerkt zonder wachtlijst.
Hulpvragen
De hulpvragen die bij SMW de afgelopen tijd veel aan de orde kwamen zijn o.a. hooggevoelige kinderen, faal- en verlatingsangst bij kinderen, ziekte in het gezin, pestproblematiek, thuiszitters maar ook kinderen in complexe echtscheidingssituaties en onveilige thuissituaties. Bij veiligheidscasuïstiek vindt er veel afstemming plaats met Veilig Thuis of Team jeugd waarbij de Meldcode Huiselijk geweld en het Handelingskader Jeugd van Tinten het inhoudelijk uitgangspunt zijn. Ook bemerken we steeds meer dat er een beroep op SMW wordt gedaan vanuit de huisarts of de praktijkondersteuner van de huisarts om gesprekken met kinderen te voeren ter overbrugging van wachtlijsten bij andere organisaties.
Complexiteit
Onderstaande diagram laat de complexiteit zien van de SMW trajecten, zoals bij aanvang van de trajecten wordt ingeschat. Hieruit blijkt dat de meeste trajecten betrekking hebben op 2 of 3 problemen en redelijk complex zijn.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Complexiteit hulpvraag | Individuele trajecten |
|---|---|
| 0 (1 probleem / vraag & enkelvoudig / niet complex) | 27 |
| 1 (2 of 3 problemen & meervoudig / redelijk complex) | 72 |
| 2 (meer problemen / vragen & meervoudig / zeer complex) | 3 |
Zwaarte
Ook wordt er bij de intake een inschatting gemaakt van de zwaarte van een traject aan de hand van het aantal gesprekken dat verwacht wordt nodig te zijn bij een SMW traject. De diagram hieronder laat zien dat in de meeste gevallen de verwachting is dat er 2-5 gesprekken nodig zullen zijn.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zwaarte hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 2 (6 of meer gesprekken / intensieve begeleiding) | 20 |
| 1 (2 - 5 individuele gesprekken) | 75 |
| 0 (1 gesprek / info en advies) | 9 |
Hoofddomeinen
Hieronder een overzicht van de top drie hoofddomeinen van de zelfredzaamheid-matrix (ZRM) waarop de hulpvragen bij het schoolmaatschappelijk werk betrekking hebben. Dit laat zien dat veruit de meeste hulpvragen betrekking hebben op de geestelijke gezondheid van leerlingen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 91 |
| Huiselijke relaties | 12 |
| Lichamelijke gezondheid | 3 |
Minder inzet
In 2023 heeft deBasis minder uren ter beschikking voor inzet SMW omdat er in 2022 een tijdelijke uitbreiding van uren was. Dit zowel in het basis- als ook op het voortgezet onderwijs. Het SMW heeft hierdoor in 2022 meer leerlingen, docenten en ouders kunnen bijstaan op de verschillende scholen.
Scholing - MatriXmethode
Twee school maatschappelijk werkers hebben eind 2022 en begin 2023 de MatriX opleiding gedaan. De kern van de MatriXmethode is regie te krijgen over je eigen hoofd. Het is een zeer effectieve methode bij o.a. trauma en overvolle hoofden. Hieronder is een praktijkvoorbeeld beschreven van de toepassing van deze methode in het schoolmaatschappelijk werk.
Een kind was getuige van een zeer heftige mishandeling van een van zijn ouders door een onbekende persoon. Een paar dagen na het incident ging ik op huisbezoek. Het kind huilde veel, gaf aan constant de beelden van de mishandeling voor zich te zien en kon niet goed meer slapen. Door de MatriXmethode toe te passen, heeft het kind de beelden van de mishandeling actief teruggehaald in het werkbrein, de beelden in het hoofd en de bijkomende gevoelens gewist en vervolgens heeft hij deze vervangen door een ander plaatje en een ander gevoel. Het kind gaf hierna meteen aan dat het al anders voelde. Kinderen ervaren een soort opluchting. Een vervolgbehandeling bleek niet meer nodig. Een week later heb ik het kind weer gezien en vertelde hij stralend nergens meer last te hebben gehad.
Zowel voor de kinderen die de MatriXmethode ondergaan, alsmede voor de schoolmaatschappelijk werkers is het een hele geschikte methode om mee te werken. Snel, effectief en niet belastend. Ook voor volwassenen kan deze methode erg passend zijn en hebben we, in de korte periode dat we deze methode nu toepassen, al erg mooie ervaringen opgedaan.
Hieronder nog een tweetal voorbeelden ter illustratie van het belang en de impact van het schoolmaatschappelijk werk.
Via het ondersteuningsteam van een middelbare school ontving het SMW een aanmelding van een leerling in het examenjaar van de MAVO, die niet of nauwelijks meer naar school ging. De leerling was letterlijk en figuurlijk ziek van school, angstig en liep voor school weg. Thuis ontstonden er flinke ruzies met haar ouders. Ouders hebben via de huisarts hulp gezocht en kregen een doorverwijzing voor psychologische hulp bij de Molendrift. Helaas kwam de leerling op een wachtlijst van bijna een half jaar wat zou betekenen dat ze pas halverwege 2023 in behandeling zou komen. Pas na afloop van de examens. Het ondersteuningsteam heeft de schoolmaatschappelijk werker gevraagd om de leerling in de tussentijd te ondersteunen. Het SMW is begin dit jaar gestart met een gemotiveerde maar angstige leerling en de ouders. Er is wekelijks contact geweest, wat geresulteerd heeft in een grote verbetering wat betreft de interactie tussen ouders en kind, en daarnaast is de leerling weer naar school gegaan. Langzaam aan heeft de leerling het vertrouwen teruggevonden en heeft alle examens zonder ziekte kunnen afleggen. Hoewel de uitslag vanwege één hertentamen nog even op zich laat wachten, is op deze manier in ieder geval voorkomen dat de leerling de examens niet heeft bijgewoond, en had de leerling vanwege de leeftijd moeten beginnen met een entree-opleiding in het vervolgonderwijs. Nu gaat de leerling hoogst waarschijnlijk na de vakantie starten met een vervolgopleiding tot pedagogisch medewerker in de kinderopvang. De grootste winst voor deze leerling en de ouders is dat de leerling weer meedoet en grotendeels de angsten heeft kunnen overwinnen. De ouders gaven aan dat ze hun kind weer terug hebben. De kracht van het SMW was de korte lijn met school en de directe beschikbaarheid.
Een ander voorbeeld betreft een aanmelding van een basisschoolleerling waarbij een van de ouders ongeneeslijk ziek is. Het kind had hier erg veel last van en durfde niet meer bij de betreffende ouder weg te gaan om dat leerling bang was dat de ouder zou komen te overlijden wanneer de leerling er niet bij was. Dit leverde zoveel strijd en stress op voor alle gezinsleden dat ze SMW gevraagd hebben hierin mee te denken en gesprekken te voeren met het kind. De leerling gaf aan graag aan de klasgenoten te willen vertellen waarom de leerling af en toe niet op school is en waarom de ouders de leerling nog elke dag naar school brengen en vandaar ophalen. SMW heeft toen met het kind, de ouder en juf een plan gemaakt om het aan de klas te vertellen. Juf had een sterk verhaal geschreven wat leek op die van deze leerling. Na het voorlezen van dit verhaal is de klas gevraagd of de leerlingen wel eens te maken hebben gehad met iemand die ongeneeslijk ziek is. De leerlingen waren heel open en het leverde een emotioneel maar ook mooi gesprek op. Ook de ouder kwam nog in de klas om vragen van de kinderen te beantwoorden. Na het bespreken van dit onderwerp waren alle kinderen buiten op het plein en omhelsden ze elkaar. Voor deze leerling viel er een last van de schouders nu deze op school niks meer hoeft uit te leggen. Ook weet het kind niet de enige te zijn die dit doormaakt. Met de ouder is duidelijk afgesproken dat deze het eerlijk zal aangeven als het niet goed gaat. Dan mag de leerling thuisblijven. De leerling gaat nu weer met plezier en zonder strijd naar school.
Speciaal onderwijs
Op de speciaal onderwijsscholen is het beleid dat de schoolmaatschappelijk werkers op huisbezoek gaan bij alle nieuwe leerlingen. Dit wordt als zeer positief ervaren. Hierdoor maken we laagdrempelig kennis met de ouders, verlagen we de drempel om hulp te vragen voor ouders en krijgen we een beter beeld van de achtergrond van leerlingen.
Samenwerken en doorverwijzen
Door de korte lijnen met ouders/verzorgers, Team Jeugd, praktijkondersteuners, GGD, intern begeleiders etc. verlopen trajecten soepel en kan er vaak snel gehandeld worden. Desondanks blijkt soms, dat wanneer een casus niet meer bij ons hoort, het lastig is om deze door te zetten naar een passend vervolg voor hulpverlening. Dit komt voornamelijk door de lange wachtlijsten die er zijn. Doordat het JEP pas recent is begonnen is het vooralsnog te vroeg om momenteel al te reflecteren op het verloop van ondersteuning in de keten.
Algemeen maatschappelijk werk
In de periode januari t/m juni 2023 zijn er 118 casussen (incl. leun en steun) in behandeling geweest onder het project algemeen maatschappelijk werk. De onderstaande grafiek laat zien dat het in veruit de meeste casussen ging om inwoners in de leeftijdscategorie 27-55 jaar. Dit is goed te verklaren aangezien er in deze levensfase vaak veel belangrijke veranderingen plaatsvinden die een grote impact kunnen hebben op het leven van inwoners, bijvoorbeeld op het gebied van relaties, werk en kinderen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Aantal casussen |
|---|---|
| 4 - 12 jaar | 3 |
| 12 - 18 jaar | 2 |
| 18 - 27 jaar | 14 |
| 27 - 55 jaar | 54 |
| 55 - 65 jaar | 14 |
| 65 - 75 jaar | 21 |
| 75 - 85 jaar | 9 |
| 85+ | 1 |
De diagram hieronder laat de top 5 zien van hoofddomeinen waarop de meeste hulpvragen betrekking hadden. Hieruit blijkt dat de meeste hulpvragen gingen over de geestelijke gezondheid van inwoners.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 53 |
| Financien | 39 |
| Huiselijke relaties | 26 |
| Huisvesting | 26 |
| Sociaal netwerk | 16 |
Complexiteit
In meer dan de helft van de algemeen maatschappelijk werk trajecten werd aan het begin ingeschat dat er 2 of 3 problemen speelden, wat betekent dat de hulpvraag redelijk complex is. Daarnaast bestaat ook een redelijk groot deel uit 'niet complexe', dus meer lichte ondersteuningsvragen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Complexiteit hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 0 (1 probleem / vraag & enkelvoudig / niet complex) | 42 |
| 1 (2 of 3 problemen & meervoudig / redelijk complex) | 59 |
| 2 (meer problemen / vragen & meervoudig / zeer complex) | 16 |
Zwaarte
Bij de intake van een traject wordt ook een inschatting gemaakt van het te verwachten aantal gesprekken dat de inwoner nodig zal hebben ter ondersteuning. De diagram hieronder laat zien dat er in de meeste gevallen wordt ingeschat dat er 2-5 individuele gesprekken nodig zullen zijn. Dit past bij de gedachte dat de ondersteuning vanuit het algemeen maatschappelijk werk laagdrempelig, toegankelijk zonder verwijzing en niet specifiek/exclusief gericht is op bepaalde groepen in de samenleving of op specifieke problemen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zwaarte hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 0 (1 gesprek / info en advies) | 14 |
| 1 (2 - 5 individuele gesprekken) | 54 |
| 2 (6 of meer gesprekken / intensieve begeleiding) | 39 |
| Leun en steun | 10 |
Voordeurteam
Elke werkdag staat de voordeur open en zitten er twee medewerkers klaar om uiteenlopende vragen van inwoners te beantwoorden of ze door te verwijzen naar passende ondersteuning. Op de dinsdag zijn er op twee locaties (Veendam Noord en Zuid) twee medewerkers aanwezig en op de woensdag is er daarnaast ook een medewerker van het formulierenteam aanwezig.
In het voordeurteam werken maatschappelijk werkers en ambulant begeleiders. Het voordeurteam denkt mee, heeft kennis van relevante wet- en regelgeving, en heeft toegang tot een groot aanbod en netwerk van ketenpartners, zoals bijvoorbeeld de kernpartner Coöperatie Dichtbij, of samenwerkingspartners zoals bijvoorbeeld Acantus, Lentis, huisartsen, scholen, jongerenwerk, CJG en de politie.
Als gevolg van de wachtlijsten bij GGZ en andere specialistische zorg (2e lijn) zien we een toename van vragen omtrent GGZ problematiek. Daarnaast blijft ook het aantal hulpvragen met betrekking tot financiën en communicatie met de (lokale) overheid toenemen.
Het doorzetten van casussen naar medewerkers binnen deBasis gaat goed. Voor de inwoners van Veendam maar ook voor ketenpartners en medewerkers van de gemeente willen we nog beter een beeld geven over de ondersteuning die we wel en/of niet verlenen.
Onderstaand een voorbeeld van een casus uit de praktijk. Dit laat goed zien wat de impact kan zijn van het maatschappelijk werk en daarnaast het belang van (vroeg)signalering, samenwerking en doorverwijzing om door middel van een integrale aanpak passende ondersteuning te bieden.
Via het project vroegsignalering kwam een signaal binnen over een inwoner met veel schulden die zou verblijven op een oud bootje. De vroeg er op af-medewerker kreeg uiteindelijk wel contact maar heeft gelijk ingeschat dat er meer hulp nodig was voor deze inwoner en meldde hem aan bij het voordeurteam van deBasis. Een maatschappelijk werker is naar de inwoner toegegaan en na enige pogingen om contact te leggen, kwam de inwoner ook naar deBasis. De inwoner bleek eigenlijk nergens officieel ‘te bestaan’. Het laatste bekende adres was van 11 jaar geleden in een andere regio. Via een document van een oud werkgever kwam de maatschappelijk werker aan een Burgerservicenummer en kon er een DigiD en een identiteitsbewijs aangevraagd worden. De inwoner bleek net twee maanden de pensioengerechtigde leeftijd te hebben bereikt maar de SVB had de inwoner vooralsnog niet kunnen vinden.
Aanvankelijk heeft de maatschappelijk werker een briefadres voor de inwoner aangevraagd bij deBasis maar burgerzaken besloot na zes weken dat de aanlegplaats van het bootje ook als adres kon dienen. Vervolgens kwamen er al vrij snel veel brieven en dwangbevelen van schuldeisers binnen. Gelukkig was de VKB al betrokken via het vroeg er op af-traject en de samenwerking verliep erg goed. De inwoner bleek nergens voor verzekerd en de gezondheid was erg verzwakt. De nachten waren koud en het bootje was erg klein en vochtig. De beheerder van de aanlegsteigers was bezorgd en heeft de inwoner aan alle kanten geholpen om in eten en warmte te voorzien. De maatschappelijk werker heeft de inwoner ingeschreven bij Acantus en een paar particuliere woningbouwbedrijven. Op het bootje blijven wonen was uiteindelijk geen optie meer.
In eerste instantie wilde de inwoner uit schaamte geen gebruik maken van de Voedselbank maar uiteindelijk is inwoner toch met de maatschappelijk werker naar de uitgifte geweest. Inmiddels haalt de inwoner nu elke week zelf een pakket op. De inwoner staat feitelijk onderaan de lijst bij Acantus maar via loting heeft de maatschappelijk werker, namens de inwoner, een seniorenwoning geaccepteerd. Uiteindelijk kon inwoner toen ook een basisverzekering van Menzis aanvragen.
De beheerder van de aanlegsteiger heeft de inwoner geholpen met tweedehands meubels, die afkomstig waren uit een erfenis. De maatschappelijk werker heeft toeslagen aangevraagd. Alles leek voorspoedig te gaan. Helaas kreeg de inwoner op de dag dat de zorgpolis binnenkwam een hartaanval en werd met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. De inwoner wilde geen behandeling en kwam op eigen houtje terug naar de nieuwe woning. Maatschappelijk werk heeft enkele dagen later een huisarts bereid gevonden om naar de inwoner te komen kijken en maatschappelijk werk heeft vervolgens opnieuw een ambulance gebeld en de inwoner laten opnemen in het ziekenhuis.
De inwoner is inmiddels weer thuis, waar deze thuiszorg en huishoudelijke verzorging ontvangt. Ook blijft de huisarts beschikbaar. De voedselbank brengt bij uitzondering het voedselpakket bij de inwoner thuis. De inwoner heeft nog hoge schulden maar ontvangt inmiddels wel weekgeld. De aanvraag beschermingsbewind loopt nog via de VKB.
Ambulante begeleiding
Door middel van ambulante begeleiding worden inwoners in het dagelijks leven ondersteund. De ondersteuning is erop gericht dat inwoners de regie kunnen voeren over hun eigen leven, om zoveel mogelijk zelfstandig deel uit te kunnen maken van de samenleving. Bij de aanvang van de ambulante begeleiding wordt samen gekeken wat de hulpvraag is, wat er nodig is aan ondersteuning en wat de mogelijkheden zijn. De ambulante begeleider komt veelal bij de inwoners thuis.
"Succesvol in mezelf zijn, dat wil ik!"
Zo zijn er bijvoorbeeld inwoners met autisme, die het lastig vinden om structuur in hun leven te bouwen, als het bijvoorbeeld gaat om het huishouden of vrijetijdsbesteding. De ambulant begeleider kijkt dan samen met de inwoner hoe de inwoner zelf kan leren om meer structuur aan te brengen en dit ook vol te houden. En hoe ga je ermee om als het even niet gaat zoals het eigenlijk zou moeten gaan? Hoe ga je om met perfectionisme wanneer dit streven naar perfectie niet haalbaar is?
- Ambulant begeleider
Ambulante begeleiding is er voor inwoners die vast zijn gelopen in de maatschappij en voor wie een oplossing soms heel ver weg lijkt. Fysieke aanwezigheid, en bouwen aan een vertrouwensband kan dan echt verschil maken. Het is belangrijk er écht voor de inwoners te zijn. Juist op het moment dat het wat minder vanzelfsprekend is. Dit klinkt misschien voor de hand liggend maar écht contact maken en de inwoner ondersteunen bij het (terug)winnen van het vertrouwen is een van de moeilijkste aspecten. Door er te zijn en telkens weer terug te komen, zelfs als de medewerkers soms voor gesloten deuren komen te staan, krijgt de inwoner ruimte om te groeien, zelfvertrouwen op te bouwen en stapjes te nemen. Samenwerking met andere vormen van ondersteuning, vrijwilligers of specialistische hulp kan de ondersteuning versterken en zo een belangrijke aanvulling zijn. De onderstaande casus is daar een mooi voorbeeld van.
Een inwoner kampt met een angststoornis en woont als gevolg daarvan jarenlang weer thuis bij de ouders, waar de inwoner zich veel opsluit in de eigen kamer en niet meer buiten komt. Ambulante begeleiding is betrokken geraakt bij de inwoner en langzaam aan ontstaat er een vertrouwensband, waardoor de inwoner haar hart kan luchten, en waardoor er ruimte ontstaat om aan het zelfvertrouwen te werken. Op een gegeven moment gaan ze gezamenlijk kleine stukjes wandelen buitenshuis, en door de inwoner kleine taakjes te geven krijgt deze steeds wat meer grip op het leven. Toen het toch weer minder ging is er een tweede ambulant begeleider bijgekomen ter ondersteuning en is de inwoner aangemeld voor meer specialistische hulp. Vervolgens wilde de inwoner een tijdje geen ambulante begeleiding meer, maar uiteindelijk gaf de inwoner zelf weer aan dat dit toch wel nodig was. De inwoner kreeg een huurwoning toegewezen en is onder andere met de hulp van vrijwilligers van de buurtschuur verhuisd. In deze nieuwe fase voelde de inwoner zich eenzaam en was het fijn dat de ambulante begeleiders de inwoner kwamen opzoeken. De ondersteuning geeft de inwoner naar eigen zeggen stabiliteit, overzicht, duidelijkheid, fijne tips en adviezen, contact met de buitenwereld en laat haar inzien dat ze de moeite waard is. De begeleiders dagen haar uit om steeds weer een stapje verder te gaan. Daarnaast biedt de specialistische hulp onder meer handvaten om grip te krijgen op impulsieve gedachten en dwanghandelingen. Ook heeft de inwoner bevestigd gekregen dat ze een vorm van autisme heeft, wat heeft gezorgd voor opluchting en meer duidelijkheid. De inwoner heeft zich op aanraden van de ambulant begeleiders aangesloten bij de lotgenotengroep Autisme van deBasis en drinkt af en toe koffie bij Voordoor. De specialistische hulp wordt afgeschaald en de inwoner durft (deels onder begeleiding) steeds meer buiten de deur te komen.
In de praktijk spelen bij inwoners vaak meerdere hulpvragen. Wanneer er bijvoorbeeld sprake is van financiële problemen geeft dat veel stress en onrust. Als er door middel van ondersteuning op dat vlak wat rust gebracht kan worden geeft dat vervolgens ook ruimte om te werken aan andere problematiek. Dit wordt ook duidelijk aan de hand van de casus die hieronder beschreven staat, welke betrekking heeft op een jongvolwassene met ADHD en een topsportachtergrond.
Vanwege de coronapandemie ging een groot sportevenement niet door. Dit tot grote teleurstelling van de betreffende inwoner. Doordat het vele trainen wegviel ontstond een gebrek aan structuur. Inwoner kon er moeilijk mee omgaan en kampte als gevolg hiervan met drankproblemen en middelengebruik. Ook waren financiële problemen ontstaan door bijkomende gokschulden. Ambulante begeleiding heeft de inwoner ondersteund door te helpen met het regelen van bewindvoering. Dit gaf veel rust. De inwoner heeft zelf contact gezocht met Verslavingszorg Noord Nederland (VNN) en is inmiddels afgekickt. De inwoner voelt zich weer energiek en kijkt weer positief naar de toekomst.
Ondersteuner sociaal domein
Klachten van patiënten die hun oorzaak vinden in de sociale of fysieke leefomgeving kunnen ook, voor een deel in samenspel met de huisarts, worden opgepakt in het sociaal domein. De ondersteuner sociaal domein heeft als doel om te zorgen dat de huisartsenpraktijk meer inzicht krijgt in de sociale kaart in zijn/haar gebied en dat daarmee de patiënt/inwoner meer gebruik gaat maken van voorliggende voorzieningen. Er is structureel overleg tussen de huisartsenpraktijk en deBasis. Men kent elkaar inmiddels beter en we weten van elkaar hoe we het zo organiseren dat de juiste zorg op de juiste plek geleverd wordt.
De functie van ondersteuner sociaal domein (hierna osd-er) wordt uitgevoerd door twee medewerkers van deBasis. De samenwerking met de betrokken huisartsen verloopt constructief. De lijnen met de huisarts en de praktijkondersteuner zijn kort en de samenwerking wordt ingezet om inwoners te activeren en een passende plek aan te bieden om actief mee te doen en zo hun welbevinden te vergroten.
Ruim 36 inwoners zijn de afgelopen periode door de osd-ers ondersteund. Vier van hen hebben bijvoorbeeld via de huisarts en osd-er bij Actief in ’t groen een plekje gevonden. Daarnaast worden ook andere activeringsmogelijkheden benut zoals ontmoeting en sociale vaardigheidstraining.
Hulpvragen
De grafiek hieronder laat de top 10 hoofddomeinen zien waarop de hulpvragen bij ambulante begeleiding betrekking hebben. Hieruit blijkt dat het grootste deel van de hulpvragen gaan over de geestelijke gezondheid van de inwoners, gevolgd door financiën en sociaal netwerk.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 84 |
| Financien | 49 |
| Sociaal netwerk | 39 |
| Tijdsbesteding | 32 |
| Instrumentele ADL | 29 |
| Maatschappelijke participatie | 28 |
| Huisvesting | 23 |
| Werk & Opleiding | 23 |
| Lichamelijke gezondheid | 21 |
| Basale ADL | 16 |
Regelmatig komen inwoners met meerdere hulpvragen binnen. Een voorbeeld hiervan is een inwoner met autisme die op de wachtlijst staat van Autisme Team Noord-Nederland (ATN). Deze inwoner is bij deBasis in contact gebracht met medewerkers die de SoVa-training (sociale-vaardigheidstraining) geven. Daarnaast is de inwoner in contact gebracht met de lotgenotengroep Autisme. En tot slot kan deze inwoner bij het Voordeurteam terecht voor hulp bij het aanvragen van PGB omdat de inwoner graag zelfstandig wil gaan wonen. Op deze manier wordt ondersteuning gegeven waarbij aandacht is voor de verschillende vraagstukken waar de inwoner tegenaan loopt.
Een ander voorbeeld hiervan gaat over een echtpaar met financiële moeilijkheden. De financiële problemen leidt op diverse gebieden tot beperkingen. Zo krijgen ze bij deBasis hulp van een medewerker die ondersteund bij het zoeken naar oplossingen met betrekking tot de financiële problemen. Daarnaast is het echtpaar meegenomen naar verschillende mogelijkheden voor sociale contacten, zoals een buurthuis waar ook contact met een vrijwilliger gelegd is. Ook zijn ze door een medewerker (via een website van derden) gekoppeld aan een huishouden waar ze deels voor een hondje kunnen zorgen. Doordat ze daarvan genieten draagt deze activiteit ook bij aan hun welzijn, met name omdat het hebben van een eigen hond financieel voor henzelf nu geen mogelijkheid is.
Hieronder is een ervaring vanuit een osd-er beschreven. Dit geef een beeld van de mogelijke impact van het werk van een osd-er en wat dit kan betekenen voor een inwoner met een hulpvraag.
"Een jongvolwassene werd via de huisarts naar mij doorverwezen omdat de belastbaarheid van de inwoner beperkt is als gevolg van lichamelijke klachten. De inwoner doet overdag vrijwel niets, heeft lichamelijk veel lasten en beperkte energie. Allerlei mogelijkheden tot activering hebben tot dusver geen succes gehad, tot deze inwoner via mij bij Actief in 't groen terecht kwam. Hier zit de inwoner samen op het terras bij de groep, en komen er spontaan gezellige gesprekken op gang. De inwoner vertelde dieren leuk te vinden en gaat nu binnenkort graag mee wandelen met de honden. Ook lijkt het de inwoner leuk om iets met paarden te kunnen doen. Zo geweldig dat er eindelijk iets passend voor inwoner is gevonden, waar deze blij en actief van wordt en contacten mee op doet."
Duofiets
De duofiets maakt het mogelijk om er weer samen op de fiets op uit te gaan waar dat voor inwoners met mobiliteitsbeperkingen normaal gesproken niet meer mogelijk is. Eén persoon stuurt, remt en trapt en de ander fietst (en trapt eventueel) mee. De aanvragen voor de duofiets lopen veelal via de huisarts en osd-er. De duofiets wordt tevens ingezet als aanbod vanuit Actief in ’t groen (zie verderop bij collectieve activiteiten). Wekelijks wordt de fiets gebruikt door gemiddeld vier personen. Zo maakt een inwoner die een hersenbloeding heeft gehad samen met de fysiotherapeut gebruik van de fiets, en wordt de fiets gebruikt door een echtpaar die te maken hebben met een soortgelijke beperking.
Vragenlijst
Inmiddels is er een vragenlijst ontwikkeld met betrekking tot de ondersteuner sociaal domein, waarmee we de tevredenheid van de deelnemers in beeld willen krijgen. Ook de huisartsen en praktijkondersteuners zullen deze gaan uitreiken aan de betreffende inwoners.
Ambulante nazorg bij uitstroom Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang
deBasis heeft een ontwikkelopdracht op het gebied van ambulante nazorg bij uitstroom uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Dit loopt per 1 januari 2023 voor een periode van drie jaar en is dus recent opgestart.
Er zijn vijf trajecten in behandeling en in 2023 zijn daarvan drie gestart.
In deze doelgroep zitten inwoners in een beschermd-wonen-omgeving of in de maatschappelijke opvang, die kunnen uitstromen naar een zelfstandige woning in de wijk.
Onderstaande een praktijkvoorbeeld van de impact van ambulante begeleiding door deBasis na uitstroom uit een Beschermd Wonen traject.
Een jongvolwassen inwoner kwam uit een vorm van beschermd wonen. De inwoner kwam weer thuis bij een van de ouders wonen, maar dit liep vaak niet goed. Ambulante begeleiding heeft eraan bijgedragen dat de inwoner inmiddels zelfstandig samenwoont met een partner, een opleiding heeft afgerond en een baan heeft gevonden. Binnenkort kan de inwoner ook uit de bewindvoering. Wat dit verhaal met name zo succesvol maakt is dat de inwoner het meeste eigenlijk zelf heeft gedaan, waarbij de ambulant begeleider er was om mee te praten en mee te denken, maar waarbij uiteindelijk zoveel mogelijk is uitgegaan van de eigen kracht van de inwoner.
Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO)
Wettelijke definitie van OCO
“Onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen."
OCO
De tabel hieronder laat het aantal opgestarte, behandelde en afgesloten OCO trajecten zien in het eerste en tweede kwartaal van 2023. Ten opzichte van het eerste kwartaal is een groei te zien in het tweede kwartaal. Echter, er zijn ook meer OCO trajecten afgesloten.
| Opgestart | Behandeld | Afgesloten | Doorlooptijd van afgesloten trajecten | |
| 1e kwartaal | 4 | 8 | 0 | n.v.t. (geen afgesloten) |
| 2e kwartaal | 8 | 16 | 7 | 229 dagen |
De ondersteuningsvragen van de inwoners nemen ten opzichte van het eerste kwartaal toe en zijn divers van aard vooral vanuit de WMO.
Verder wordt ingezet op het meer bekend worden van OCO bij de inwoners en ketenpartners en hoe we vindbaar zijn. Daarnaast onderzoeken we of naast de inzet van professionals er ook gebruik gemaakt kan worden van informele inzet. Door bijvoorbeeld vrijwilligers en ervaringsdeskundigen.
De vragen die we binnen krijgen zijn zeer divers van aard zoals het ondersteunen bij de gesprekken met de WMO consulenten bij een aanvraag van een taxipas tot de vraag voor ondersteuning van een WLZ-indicatie.
Hieronder worden twee voorbeelden uit de praktijk beschreven.
OCO is benaderd door een ouder omdat zij in de brief zag staan dat ze gebruik kon maken van OCO. De ondersteuning was voor een kind van 11 jaar die sinds een paar maanden een ziekte diagnose had. Als OCO uitgelegd wat de WMO vergoed en waar haar kind recht op heeft. Ook ondersteuning geboden in het gesprek om dingen te verhelderen en mee te denken met passende oplossingen.
----------------------------------------------------------
OCO heeft naar aanleiding van een ondersteuningsvraag eerst een kennismakingsgesprek met de cliënt om de hulpvraag uit te diepen en het gesprek met de WMO consulent voor te bereiden. Het ging om een oudere inwoner die graag gebruik wilde maken van vervoer om zo zelf nog eens naar een winkel te kunnen en kinderen te kunnen bezoeken die iets verder weg wonen. Inwoner heeft een taxipas toegekend gekregen. Signalen van eenzaamheid zijn opgepakt en een activiteitenbegeleidster is ingeschakeld om de weg naar activiteiten te verkleinen.