
Uitvoering
Op basis van de gemeentelijke beleidsregels die opgenomen zijn in bijgaand beleidscontract en de zes productbladen dragen wij vanuit onze visie en gericht op de beschreven doelen bij aan het behalen van maatschappelijke resultaten. Wij werken waar mogelijk met bewezen methoden/werkwijzen. Vanzelfsprekend participeren wij in relevante overleggen op diverse niveaus. We werken samen in het maatschappelijk netwerk en zijn een betrouwbare partner zodat we gezamenlijk aan de lokale maatschappelijke opgaven kunnen werken.
De lokale thema’s zoals opgenomen in het subsidiecontract namelijk: bestaanszekerheid, jeugd en jongeren, opgroeien en opvoeden, meedoen in de samenleving, gezondheid en sociale relaties zien wij als zes belangrijke integrale opgaven die wij intern ook op deze wijze gaan oppakken, zodat er samenhang is en blijft. Jaarlijks herijken wij de inhoudelijke opdracht aan de hand van de zes productbladen. Dit mede omdat er ook tijdelijke financiering is voor bepaalde werkzaamheden, echter op basis van evaluatie en ontwikkelingen kunnen er ook aanpassingen nodig zijn.

Wij stellen kwaliteitseisen aan de uitvoering van ons werk. Deze borgen wij als volgt;
- SWO is primair gericht op en geeft uitvoering aan de lokale opdracht van de gemeente Oldambt.
- SWO maakt onderdeel uit van de Tintengroep. Hiermee wordt zij zowel in de bedrijfsvoering als in het ontwikkelvermogen ondersteund.
- De Tinten-groep en daarmee SWO is ISO 9001 gecertificeerd.
Wij zetten de volgende sociaal werkers in en geven het opleidingsniveau hierbij aan:
| Buurtmaatschappelijk werker |
HBO |
| Buurtwerker (1) |
HBO |
| Buurtwerker (2) |
MBO 4 |
| Ervaringsdeskundige |
MBO 3 |
| Jongerencoach (Impacter) |
|
| Ouderenadviseur |
HBO |
| Trajectbegeleider |
HBO |

De organisatie staat onder leiding van een directeur en twee leidinggevenden (allen deeltijd). De uitvoerende sociaal werkers (uitgezonderd de ervaringsdeskundigen) zijn geregistreerd in het registerplein of SKJ. Ook hebben alle werkers (uitvoerend/ondersteunend/leiding) een VOG verklaring aangeleverd en deze wordt elke 3 jaar geactualiseerd.
Wij verantwoorden ons periodiek twee keer per jaar (half jaar en jaar) naar de gemeente op basis van een afgesproken cyclus. In de verantwoording worden zowel de cijfers als de inhoudelijke voortgang meegenomen. Per productblad in het contract geven wij de indicatoren weer. Deze indicatoren zijn van toepassing op meerdere beleidsregels en kunnen niet per beleidsregel gespecificeerd worden.
Wij hebben als uitgangspunt om wetenschappelijk en/of praktisch onderbouwde methoden/concepten te hanteren. Voorbeelden hiervan zijn: Positieve Gezondheid, levensloopbenadering, Signs of Wellbeing, netwerkgericht werken, Oplossingsgericht werken, Welzijn op Recept, Grip en Glans, 8 fasen model, KIES en Signs of Safety.
Wij stellen het op prijs en vinden het belangrijk om met een zekere regelmaat het overleg te voeren met de gemeente via zogenoemde account overleggen (ambtelijk) en bestuurlijke overleggen. Naast het bewaken van de voortgang in het contract geeft dit ook de gelegenheid om belangrijke ontwikkelingen en trends met elkaar te bespreken. Aanvullend is ons voorstel om ook jaarlijks overleg te voeren (met meerdere maatschappelijke partners en de gemeente) over de inhoud van relevante monitors en databases zoals; Waar staat je gemeente, de Gezondheidsmonitor, CBS, KIS Wijkmonitor etc. en de eigen indicatoren vanuit het contract. Dit om gezamenlijk trends en ontwikkelingen te duiden waarbij de gemeente als opdrachtgever kan aangeven of er beleids- en/of uitvoeringsimpulsen nodig zijn.

Wij voldoen aan de door de gemeente hieronder gestelde kwaliteitseisen namelijk:
- Verantwoording vindt tweemaal per jaar plaats. Dit door cijfers aan te leveren op basis van de indicatoren en dit aan te vullen met een inhoudelijk verslag waarbij de behaalde resultaten inhoudelijk per productblad worden toegelicht.
- Het sociaal werk neemt deel aan relevante stuurgroepen en werkgroepen, gerelateerd aan de zes productbladen.
- Het sociaal werk en de gemeente duiden in gezamenlijkheid bestaande (landelijke en regionale) monitoringsgegevens gerelateerd aan de zes beleidsterreinen. Op basis daarvan wordt de BCF jaarlijks aangescherpt.
- Het sociaal werk werkt met effectief bewezen interventies, gebaseerd op de factsheet[1] van het RIVM, Trimbos-instituut en GGD GHOR NL, doorbraakmethode, mobility mentoring en de jeugdinterventies volgens het Nederlands Jeugd Instituut.
- Medewerkers, in dienst van het sociaal werk, werken volgens de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling is een vijfstappenplan waarin staat wat de sociaal werker dient op te volgen als er vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling zijn.
- Inzet van gediplomeerde professionals:
- Jongerenwerkers zijn pedagogisch onderlegd (booksmart) en in staat om aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren (streetwise). Zij kunnen zich identificeren met de straatcultuur en jongeren die veel tijd op straat doorbrengen vinden aansluiting bij hun. Jongerenwerkers kennen de dagelijkse werkelijkheid van de straat, de persoonlijke verhalen en verstaan de taal van jongeren. Met deze kennis weet de jongerenwerker professionele relaties met jongeren op te bouwen.
- School als Wijk specifiek: inzet van een gediplomeerde professional, ingeschaald en werkend conform de CAO Zorg & Welzijn en conform het taakprofiel met randvoorwaarden dat in samenwerking met de gemeente en scholen is vormgegeven.
- Vraagbaak specifiek: inzet van gediplomeerde ervaringsdeskundige professionals, ingeschaald en werkend conform de CAO Zorg & Welzijn en conform het taakprofiel met randvoorwaarden dat in samenwerking met de gemeente en scholen is vormgegeven.
- Er wordt, waar mogelijk, gewerkt met ervaringsdeskundigen. Denk aan: mantelzorgers, vrijwilligerswerk, vraagbaak, toukomstbuddy's en schuldhulpmaatjes.
- Alle sociaal werkers zijn of worden getraind in het herkennen van laaggeletterdheid.

Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)
Wij werken met de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) zoals opgenomen onder de criteria. Hieronder een uitleg hierover.
Bij individuele trajecten wordt gebruik gemaakt van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Dit instrument draagt bij aan het in kaart brengen van de eigen kracht van de inwoner en de domeinen die ondersteuning behoeven, het formuleren van doelen en het volgen en eventueel bijsturen van het traject. De ZRM wordt bij het intake- en eindgesprek ingevuld door de professional. Het geeft een beeld van het functioneren van de inwoner op dat moment vanuit het perspectief van de professional. Het gaat daarbij niet alleen om wat er niet goed gaat maar ook om wat er wel goed gaat. Op deze manier draagt de ZRM bij aan een integrale benadering en fungeert als leidraad om de zelfredzaamheid binnen de verschillende domeinen in kaart te brengen.
De ZRM wordt bij een individueel traject voor volwassen inwoners volledig ingevuld. Bij kinderen en jongeren onder de 18 jaar wordt de ZRM zo volledig mogelijk ingevuld (eventueel samen met de ouder(s)).
De ZRM maakt onderscheid tussen de volgende 17 domeinen:
| Basale ADL |
| Financiën |
| Geestelijke gezondheid |
| Huiselijke relaties |
| Huisvesting |
| Instrumentele ADL |
| Justitie |
| Lichamelijke gezondheid |
| Lichamelijke verzorging (Ouderschap) |
| Maatschappelijke participatie |
| Middelen gebruik |
| Opvang (Ouderschap) |
| Scholing (Ouderschap) |
| Sociaal netwerk |
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) |
| Tijdsbesteding |
| Werk & Opleiding |
De zelfredzaamheid wordt uitgedrukt in een score van 1 tot 5, die de mate van zelfredzaamheid aangeeft binnen ieder domein. Dit is de beginscore. In het plan van aanpak wordt een gewenste doelscore vastgesteld en na afloop van het individuele traject wordt opnieuw de ZRM ingevuld waarbij ook een eindscore wordt vastgesteld. De bedoeling is om op deze manier de impact van de ondersteuning in beeld te brengen. Hierbij is het goed om op te merken dat de doelscore niet per se hoger hoeft te liggen dan de score bij de start van het traject. Soms is stabilisatie van de situatie het hoogst haalbare. Daarnaast is de eindscore niet per se uitsluitend het gevolg van de ondersteuning van de professional aangezien er meerdere factoren van invloed kunnen zijn op de situatie en eventuele ontwikkeling van de inwoner.