
Casuïstiek in aantallen
We beginnen het halfjaarverslag met het laten zien van onze dienstverlening in cijfers.
1.1 Algemeen
Welstad biedt grofweg vier verschillende ondersteuningsvormen, namelijk:
- informatie en advies: wanneer een inwoner een vraag heeft die in de meeste gevallen na één of twee contactmomenten beantwoord kan worden. We komen deze ondersteuningsvorm onder andere tegen bij de inloopmomenten. Ook onze netwerkpartners kunnen bij ons terecht voor Informatie en Advies. We denken graag met onze collega’s mee.
- leun en steuncontacten: bij hulpvragen, die minder intensieve ondersteuning van ons vragen en waarbij de inwoner ‘een steuntje in de rug’ nodig heeft.
- individuele trajecten: wanneer een inwoner een hulpvraag heeft waarvoor meerdere gesprekken nodig zijn. Er wordt gewerkt aan concrete doelen, vaak op meerdere leefgebieden. Deze ondersteuningsvorm zien we vooral terug bij het (jeugd) maatschappelijk werk.
- collectieve trajecten: ondersteuning in groepsverband zoals trainingen of lotgenotenbijeenkomsten. Ook het vrijwilligerswerk, deelname aan overleggen met verschillende netwerkpartners en ondersteuning zelforganisatie in wijken en dorpen valt onder deze ondersteuningsvorm.
In figuur 1 is het aantal casussen, per ondersteuningsvorm, dat in de eerste helft van 2023 in behandeling stond naast de aantallen uit de eerste helft van 2022 gezet. In figuur 2 laten we het aantal nieuw opgestarte individuele trajecten per kwartaal zien. We richten ons hier alleen op de individuele trajecten, omdat dit de meest omvangrijke ondersteuningsvorm is.
Met de term ‘in behandeling’ bedoelen wij het aantal casussen dat in het betreffende kwartaal open hebben gestaan.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| individuele trajecten | leun en steuncontacten | informatie en adviesaanvragen | |
|---|---|---|---|
| Q1, 2022 | 315 | 206 | 190 |
| Q2, 2022 | 347 | 184 | 172 |
| Q1, 2023 | 376 | 194 | 241 |
| Q2, 2023 | 358 | 177 | 183 |
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Periode | Aantal |
|---|---|
| Q1,'20 | 107 |
| Q2,'20 | 67 |
| Q3,'20 | 76 |
| Q4,'20 | 101 |
| Q1,'21 | 90 |
| Q2,'21 | 98 |
| Q3, '21 | 86 |
| Q4,'21 | 118 |
| Q1,'22 | 115 |
| Q2,'22 | 127 |
| Q3,'22 | 140 |
| Q4,'22 | 130 |
| Q1,'23 | 104 |
| Q2,'23 | 132 |
In de bovenstaande figuren zien we dat het aantal individuele trajecten sinds het 2e kwartaal van 2022 is gestegen en sindsdien op hetzelfde niveau blijft liggen. In vergelijking met het tweede kwartaal uit 2021 en 2022, zijn er in het 2e kwartaal van 2023 veel individuele trajecten opgestart.
Voorheen zagen we dat leun en steuncontacten meerdere jaren konden duren. We hebben hier kritisch naar gekeken en gebleken is dat inwoners vaak prima weer zelfstandig verder kunnen. Daarom is in deze ondersteuningsvorm veel geïnvesteerd op het gebied van registratie en werkwijze. Dat maakt dat we in de afgelopen periode zien dat inwoners zich krachtig en vertrouwd genoeg voelen om het leun en steuncontact af te sluiten.
De informatie en adviesaanvragen zijn meegenomen in dit overzicht, maar bieden geen betrouwbaar beeld. De app waarmee deze vragen gemakkelijk op de telefoon geregistreerd konden worden is niet meer beschikbaar. Met de inrichting van de nieuwe aanmeldroute (hierover later meer) gaan we de registratie van deze vragen aanpakken.
In figuur 3 is te zien dat we in de eerste helft van 2023 meer trajecten hebben afgerond dan opgestart. Dit betekent dat bij relatief veel casussen de ondersteuning is opgelost en daarmee we deze hulpvragen voorliggend hebben kunnen oplossen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| individuele trajecten | leun en steuncontacten | |
|---|---|---|
| Opgestart | 236 | 67 |
| Afgesloten | 253 | 80 |
De volgende kaart laat op postcodeniveau zien waar inwoners die bij ons een individueel traject of leun en steuncontact hebben gevolgd wonen. Hoe donkerder de kleur, hoe meer ondersteuning is geboden. In vergelijking met de eerste helft van 2022 zien we dat er relatief meer ondersteuning is geboden in en rondom de wijk Maarsveld (1e helft 2022: 127, 1e helft 2023: 159). De gebiedsontwikkeling in Maarsveld, waarbij vanuit het wijkteam flink is geïnvesteerd in zichtbaarheid, kan mogelijk hiervoor een verklaring zijn. Wat betreft de andere gebieden is het beeld gelijk gebleven.
Met ingang van de tweede helft van 2023 willen we een overzicht conform de wijkteamindeling laten zien. Sinds kort is registratie op dit niveau mogelijk.

In figuur 4 is te zien dat vergeleken met de eerste helft van 2022 de verhouding tussen de individuele trajecten en de leun en steuncontacten gelijk gebleven is. We zien dat onze individuele ondersteuning voor een groot deel ondersteuning betreft aan de doelgroep die kinderen heeft (27-55 jaar). Deze doelgroep treffen we minder in de collectieve ondersteuning. Kinderen binnen de pilot Jeugd en Opgroeien vallen ook onder deze categorie, doordat ze onder de ouders worden gerapporteerd.
We zien dat de leeftijdscategorie vanaf 55 jaar en ouder (in verhouding) veel gebruik maakt van de leun en steuncontacten. Dit betreffen vaak inwoners die af en toe een steuntje in de rug, een moment van contact, nodig hebben.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | individuele trajecten | Aantal leun en steun |
|---|---|---|
| 0 - 4 jaar | 5 | 0 |
| 4 - 12 jaar | 16 | 4 |
| 12 - 18 jaar | 30 | 7 |
| 18 - 27 jaar | 60 | 13 |
| 27 - 55 jaar | 214 | 77 |
| 55 - 65 jaar | 64 | 41 |
| 65 - 75 jaar | 32 | 24 |
| 75 - 85 jaar | 50 | 29 |
| 85+ | 16 | 7 |
1.2 Verwijzingen
Wanneer onze dienstverlening niet aansluit bij de vraag van de inwoner zorgen wij voor een warme verwijzing naar een andere partij. Andersom verkennen we met onze netwerkpartners zoals huisartspraktijken en het CJGV of een vraag voorliggend door ons of een vrijwilliger kan worden opgepakt. Het aantal verwijzingen vanuit de huisartspraktijken is behoorlijk gestegen. Het overgrote deel van de verwijzingen vanuit de huisartspraktijken is afkomstig vanuit het project Ondersteuner Sociaal Domein (OSD). Daarnaast zien we dat de verwijzingen voor individuele ondersteuning vanuit de scholen ook steeds meer op gang komt. Het sociaal werk op school draagt hieraan bij. Het aantal verwijzingen vanuit de voorzieningenwijzer is ten opzichte van de eerste helft van 2022 gedaald. Onder de voorzieningenwijzer vallen de verwijzingen door de inwoners zelf, de opdrachtgever en de consulent. Vanuit Welstad is, vergeleken met de eerste helft van 2022, vaker door (of terug) verwezen naar het CJGV.
1.3 ZRM gegevens: hoofddomeinen
Met behulp van de ZRM (zelfredzaamheid-matrix) brengen wij de hulpvraag en de mate van zelfredzaamheid op dertien verschillende hoofddomeinen van de inwoner in kaart. Per inwoner kunnen meerde domeinen ingevuld worden.
Hoofddomeinen zijn de leefgebieden op de ZRM waar de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking op hebben.
De figuren 5 t/m 7 laten zien op welke vijf hoofddomeinen de individuele trajecten in de eerste helft van 2023 het vaakst zijn gebaseerd. In figuur 5 zien we dat de ondersteuningsvragen net als in de voorgaande jaren vaak betrekking op de leefgebieden geestelijke gezondheid en financiën. Nieuw in de top 5 dit halfjaar is het domein sociaal-emotionele ondersteuning. Dit domein zien we vooral terug in de pilot Jeugd en Opgroeien en de reguliere opvoedondersteuning.
De top 5 van de jeugd geeft vergeleken met de 1e helft van 2022 eenzelfde beeld. Door de aanwezigheid van het sociaal werk op school krijgen we een nieuwe doelgroep jeugd in beeld. Namelijk de jeugd die we niet treffen in de jongerencentra, jeugd uit de betreffende wijk van de school en waarbij nog geen sprake is van (complexe) problematiek. Te denken valt aan jeugd met vragen op het gebied van echtscheiding, eenzaamheid, weerbaarheid en leren. Nieuw in de top vijf bij inwoners ouder dan 65 is het domein financiën. We kunnen daarbij stellen dat de hoge energierekening en inflatie begin dit jaar ook bij deze doelgroep financiële vraagstukken met zich meebrengt.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 161 |
| Financien | 122 |
| Huiselijke relaties | 93 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning | 89 |
| Huisvesting | 53 |
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 20 |
| Huiselijke relaties | 16 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning | 16 |
| Sociaal netwerk | 8 |
| Werk & Opleiding | 7 |
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 31 |
| Financien | 22 |
| Lichamelijke gezondheid | 19 |
| Maatschappelijke participatie | 15 |
| Huisvesting | 11 |
| Instrumentele ADL | 11 |
In tabel 2 is de groei op de vijf domeinen weergeven waarop het vaakst en een start- en eindmeting heeft plaatsgevonden. Deze groei wordt gemeten op een vijfpuntsschaal, waarbij 1 acute problematiek betreft en 5 volledige zelfredzaamheid. Op het gebied van financiën betekent een score van 1 groeiende complexe schulden en geen inkomen. Waarbij inwoners die een 5 scoren volledige inkomsten vanuit werk, geen schulden en aan het einde van de maand geld over hebben. Dat houdt in dat inwoners over het algemeen niet meer dan 1 punt stijgen op de ZRM. Bij de individuele trajecten binnen Welstad met een ingevulde start- en eindmeting zien we dat inwoners een lichte groei op zelfredzaamheid realiseren.

ZRM leun en steun
Bij de leun en steuncontacten zien we dat in plaats van huisvesting (eerste helft 2022), nu het domein huiselijke relaties in de top 5 staat. Het oorspronkelijke doel van het sociaal werk op school was het bereiken van ouders met echtscheidingsproblematiek. Dit kan een verklaring zijn waarom we nu ook binnen de leun en steuncontacten vraagstukken ontvangen op het gebied van relaties. Daarnaast bereiken we via de pilot Jeugd en Opgroeien meer inwoners met vraagstukken op dit domein.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Financien | 74 |
| Geestelijke gezondheid | 74 |
| Huiselijke relaties | 23 |
| Maatschappelijke participatie | 23 |
| Lichamelijke gezondheid | 17 |
ZRM informatie en advies
Bij de informatie en adviesaanvragen valt op dat het verschil tussen de domeinen financiën en geestelijke gezondheid minder groot is geworden. De huisartspraktijk is een belangrijke verwijzer als het gaat om korte vragen op het gebied van geestelijke gezondheid. Voorbeelden hiervan zijn ventilerende gesprekken over angstklachten en eenzaamheid bij jongeren als nasleep van de coronacrisis. Andere thema’s die vaak tijdens deze gesprekken aan bod kommen betreffen relaties of het hebben van negatieve gedachten. Met het oog op het Integraal Zorg Akkoord willen we (nog) meer de samenwerking met de huisartsen opzoeken als het gaat om preventieve gesprekken op het gebied van geestelijke gezondheid.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Financien | 111 |
| Geestelijke gezondheid | 47 |
| Huisvesting | 24 |
| Huiselijke relaties | 23 |
| Maatschappelijke participatie | 22 |
1.4 Collectieve trajecten
Naast individuele ondersteuning bieden wij ook collectieve trajecten aan. Het gaat hierbij om ondersteuning in groepsverband. Voorbeelden hiervan zijn de wandelgroepen, lotgenotengroepen, weerbaarheidstrainingen en inloopmomenten in de wijk. Deze collectieve trajecten richten zich veelal op de veel voorkomende domeinen financiën en geestelijke gezondheid. Waarbij sport vaak als middel wordt ingezet om deze domeinen bespreekbaar te maken en te versterken. De aantallen uit de eerste helft van 2023 hebben wij in onderstaande tabel naast de aantallen uit de eerste helft van 2022 gezet. Na een doorontwikkeling van onze collectieve dossiers, waardoor veel activiteiten zijn herzien en afgesloten, zien we in 2023 weer een toename van het aantal collectieve activiteiten. In tabel 3 laten we het aantal collectieve trajecten, bijeenkomsten en deelnemers per categorie zien.

* Het gaat hier niet om unieke deelnemers. Een inwoner kan aan meerdere trajecten of bijeenkomsten deelnemen. Niet bij alle collectieve trajecten zijn deelnemers of bijeenkomsten ingevuld, doordat het bijvoorbeeld ondersteuning aan vrijwilligers of zelforganisatie betreft. Vrijwilligers worden niet gezien als deelnemers en daarom onder een andere categorie geregistreerd.
In figuur 10 is te zien dat onze collectieven het meest zijn gericht op de doelgroep 55+. Deze groep inwoners maakt veel gebruik van onze sport- en beweegprogramma’s, supportgroepen (voorheen lotgenotengroepen) en inloopmomenten. Onder de jeugd zien we een lichte piek bij de basisschoolleeftijd. Deze doelgroep bereiken we via het sociaal werk op school, sport en culturele activiteiten en Tijd voor Toekomst op de Wereldwijs-school en Neutenboom. De leeftijdsopbouw binnen de collectieve activiteiten komt overeen met voorgaande jaren.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Aantal trajecten collectief |
|---|---|
| 0 - 4 | 0068 |
| 4 - 12 | 0101 |
| 12 - 18 | 0088 |
| 18 - 27 | 0101 |
| 27 - 55 | 0102 |
| 55 - 65 | 0131 |
| 65 - 75 | 0131 |
| 75 - 85 | 0128 |
| 85+ | 0118 |

