Spring naar inhoud

Noaberschap is het nieuwe normaal

Minder professionele zorg, maar meer zorg voor elkaar als buurt

Dennis Broekema is geboren en getogen in Groningen. Jarenlang werkte hij in de detailhandel, tot hij tijdens de crisis van 2008 zijn baan verloor. Hij kwam thuis te zitten. Toen iemand hem vroeg: “Wat maakt jou eigenlijk blij?”, realiseerde hij zich dat hij iets wilde doen in zijn eigen buurt. Iets waar hij zelf direct invloed op had.

Hij begon als vrijwilliger in de Groningse wijk De Wijert en merkte dat hij daar energie van kreeg. Hij liet zich omscholen tot sociaal cultureel werker en studeerde recent als eerste af aan de Hanzehogeschool bij de opleiding Participatie en Buurtontwikkeling. Inmiddels werkt hij als opbouwwerker bij Welstad in Stadskanaal. “Sommige dingen die ik toen als vrijwilliger deed zijn nu onderdeel mijn werk. Dat is toch te gek!”

Kijken waar de energie zit

Dennis is vaak in de wijk te vinden, aansluiten bij bestaande activiteiten of initiatieven, en ook vaak aan het wandelen in de wijk om te kijken naar wat er gebeurt in de buurt. Altijd met een open blik en oprechte interesse. “Ik zag laatst een vrouw met een klein moestuintje op gemeentegrond. Ze bleek een passie te hebben voor groen en het leuk te vinden om een plantjesmarkt te houden. Binnenkort is er een burendag, dus heb ik haar met de mensen van de burendag gekoppeld om daar een plantjesmarkt te regelen. Haar partner bleek muzikant. Dus ontstond er meteen een initiatief om muziekavond te organiseren in de buurt in diezelfde wijk.”

Voor Dennis draait opbouwwerk om eigenaarschap. Hij wil mensen helpen hun eigen ideeën te realiseren. Initiatieven ondersteunen zijn voor hem geen doel op zich, maar een manier om mensen te verbinden, talenten zichtbaar te maken en de buurt sterker te maken. “Noaberschap is het nieuwe normaal, minder professionele zorg maar meer zorg voor elkaar als buurt.”

Wijken versterken van binnenuit

Hij ziet het in Stadskanaal gebeuren. “Een bepaalde wijk wordt vaak als ‘moeilijke wijk’ bestempeld, maar ik zie hoe mensen daar met groen aan de slag gaan, werkgroepen vormen, en dat de wijk zichtbaar opbloeit.”

Strategisch werken betekent voor mij: meer op afstand kijken wat er écht nodig is in de wijk. In plaats van klassiek te focussen op cijfers als werkloosheidspercentages of het aandeel sociale huurwoningen, kijk ik liever naar wat er al goed gaat. Waar zit de energie? Hoe kan ik mensen die al actief en positief bezig zijn, nóg enthousiaster maken, zodat zij op hun beurt ook anderen meenemen?

Vrijheid én verantwoordelijkheid

Opbouwwerk is geen beroep dat je alleen uit een boek leert. Je moet kunnen omgaan met groepen, conflicten, en vertrouwen bouwen. Soms moet je niks doen en alleen luisteren. “Als bewoners zeggen: jij gaat het regelen, dan haak ik af. Ik doe het niets vóór de wijk, maar alleen mét de wijk. Als ik wegval, moet de gemeenschap ook doorgaan.”

Een vak in beweging

Opbouwwerk bestaat al 100 jaar, maar is actueler dan ooit. Er is veel vraag naar, zeker met maatschappelijke thema’s als de energietransitie en vergrijzing. Dennis wordt door gemeenten, woningbouwcorporaties en kerken regelmatig gevraagd om mee te denken, bijvoorbeeld over eigenaarschap en bewonersparticipatie. “Dat maakt dit werk zo waardevol. Je helpt de samenleving echt verder.”

Zijn missie? Mensen in beweging brengen.

“Als een buurt zichzelf versterkt, heb je als opbouwwerker je werk goed gedaan. Ik kom in ieder geval vrijwel elke avond met een glimlach thuis.”