
Resultaten
Dit hoofdstuk biedt een samenvatting van de ondersteuning die deBasis Veendam in de eerste helft van 2024 heeft geboden. We geven de cijfers weer van januari tot en met juni 2024 en lichten deze toe met de achterliggende verhalen. Waar mogelijk laten we ter vergelijking de cijfers van de eerste helft van 2023 zien.
KPI's
Onderstaande tabel geeft inzicht in de meetbare resultaten die over de tijd gevolgd worden.
Tabel 1. Inzicht meetbare resultaten
| Soort KPI | t/m Q2 2023 | t/m Q2 2024 |
|---|---|---|
| Aantal aanmeldingen | 227 | 257 |
| Aantal informatie en advies | 407 | 440 |
| Gemiddelde wachttijd in dagen | 16 dagen | 16 dagen |
| Aantal recidive trajecten | 35 | 8 |
| Percentage recidive (%) | 18,9% | 3,9% |
| Klachten | 1 | 2 |
Ten opzichte van de eerste helft van 2023 is het aantal aanmeldingen in de eerste helft van 2024 iets toegenomen. De gemiddelde wachttijd is gelijk gebleven. Daarnaast is het recidivepercentage van 3,9% lager dan het recidivepercentage in de eerste helft van 2023 van 18,9%. Dit komt omdat de inhoud van dat wat als recidive wordt aangemerkt in overleg met de gemeenten hebben bijgesteld.
Toelichting begrippen tabel 1
Aantal aanmeldingen: Alle aanmeldingen die in de geselecteerde periode via het voordeurteam binnenkomen. Aanmeldingen zijn het eerste registratieformulier van een casus wanneer deze wordt opgestart.
Aantal informatie & advies: Het totaal van de direct opgeloste aanmeldingen en de IA formulieren. Er is ook een apart formulier voor info & advies. Hiervoor hoeft geen casus te worden opgestart en dus wordt er ook geen aanmelding ingevuld. Er zijn hierbij dus ook geen klantgegevens. Dit zijn vaak losse vragen die terloops plaatsvinden (bijvoorbeeld bij buurtwerk).
Gemiddelde wachttijd: Het gemiddelde aantal dagen tussen de aanmelding en de intake.
Aantal recidive: Het aantal opgestarte casussen van terugkerende inwoners in de geselecteerde periode, waarbij:
- minimaal een halfjaar tussen het afsluiten van de vorige casus en het opstarten van de nieuwe casus zit;
- minimaal 1 hoofddomein ZRM hetzelfde is.
Percentage recidive: Het percentage van het totaal aantal opgestarte casussen in de geselecteerde periode waarbij sprake is van recidive.
Individuele en collectieve trajecten
Tabel 2 toont een overzicht van het aantal individuele en collectieve trajecten, waarmee ons bereik in de eerste helft van 2024 zichtbaar wordt. Ter vergelijking is ook ons bereik in de eerste helft van 2023 weergegeven. Hieruit blijkt een verschuiving van individuele naar collectieve ondersteuning. In vergelijking met de eerste helft van 2023 is ons bereik in 2024 op individuele ondersteuning licht afgenomen. Het bereik op collectieve ondersteuning is juist toegenomen.
Tabel 2. Overzicht aantal individuele en collectieve trajecten
| Ondersteund via | Type ondersteuning | Aantal trajecten t/m Q2 2023 | Aantal trajecten t/m Q2 2024 |
|---|---|---|---|
| Kernpartners en overige aanbieders | Ondersteuning groep | 40 | 48 |
| Ondersteuning individueel | 115 | 96 | |
| deBasis | |||
| Ondersteuning individueel | Totaal, waaronder: | 365 | 363 |
| Schoolmaatschappelijk werk (SMW) | 100 | 75 | |
| Casusregie huiselijk geweld (HG) | 12 | 19 | |
| Onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) | 15 | 39 | |
| Ondersteuning collectief | Aantal bijeenkomsten | 996 | 1015 |
| Totaal aantal deelnemers* | 4985 | 5753 |
Tabel 3 geeft een overzicht van de individuele ondersteuning die deBasis Veendam in de eerste helft van 2024 heeft verleend. Het laat het aantal behandelde, opgestarte en afgesloten trajecten zien, zowel over de individuele trajecten als de leun en steun trajecten. Ook de bijbehorende gemiddelde doorlooptijd wordt weergegeven.
Tabel 3. Overzicht individuele ondersteuning
| Individuele trajecten t/m Q2 2023 | Individuele trajecten t/m Q2 2024 | Leun en steun trajecten t/m Q2 2023 | Leun en steun trajecten t/m Q2 2024 | |
|---|---|---|---|---|
| Opgestart | 206 | 201 | 38 | 5 |
| Behandeld | 480 | 459 | 97 | 66 |
| Afgesloten | 247 | 184 | 31 | 15 |
| Doorlooptijd afgesloten (in dagen) | 314 | 189 | 643 | 372 |
In de eerste helft van 2024 zien we ten opzichte van de eerste helft van 2023 dat er min of meer een gelijk aantal individuele trajecten is opgestart. De doorlooptijd neemt fors af. Dat komt enerzijds door de administratieve verbeteringen die we hierop hebben doorgevoerd. Anderzijds zien we de beweging passend bij de afspraken die we gemaakt hebben over het verlagen van de gemiddelde doorlooptijd. Bij de leun- en steun trajecten zien we wel een afname van opgestarte trajecten. We volgen deze ontwikkeling en beoordelen bij de Q3 rapportage of dit een trend is.
Er zijn verschillende vormen van individuele ondersteuning. Afhankelijk van de hulpvraag kiezen we voor een specifiek traject, waaronder de trajecten zoals in tabel 4 beschreven. De tabel laat de verschillende typen trajecten zien, het aantal trajecten dat in de eerste helft 2024 in behandeling is geweest, en de gemiddelde doorlooptijden van de afgesloten trajecten.
Tabel 4. Type trajecten
| Type traject | Aantal behandeld t/m Q2 2023 | Aantal behandeld t/m Q2 2024 | Gemiddelde doorlooptijd in dagen t/m Q2 2023 | Gemiddelde doorlooptijd in dagen t/m Q2 2024 |
|---|---|---|---|---|
| AVMO kernpartner | 115 | 96 | 205 | 411 |
| Ambulant begeleiding AV | 130 | 131 | 276 | 289 |
| Algemeen maatschappelijk werk | 89 | 82 | 235 | 105 |
| Schoolmaatschappelijk werk | 100 | 75 | 227 | 109 |
| Onafhankelijke clientondersteuning | 15 | 39 | 207 | 89 |
| Huiselijk geweld | 12 | 19 | 213 | 128 |
| Welzijn op Recept | 19 | 17 | 75 | 172 |
Ten opzichte van de eerste helft van 2023 zien we in de eerste helft van 2024 een afname van het aantal SMW trajecten en een toename van onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO) en huiselijk geweld. Verder valt op dat de gemiddelde doorlooptijden fors korter zijn in de eerste helft van 2024. Dit kan worden verklaard doordat er in 2023 extra aandacht is geweest voor het afsluiten van langlopende trajecten die administratief nog niet afgesloten waren. Uitzondering hierop vormt AVMO. Een deel van de verklaring hiervoor is dat er minder maatwerk trajecten worden uitgevoerd. Dit heeft een effect op de duur van de gemiddelde doorlooptijd, omdat in het maatwerk er ook trajecten zijn die blijven doorlopen.
Tabel 5 laat het aantal activiteiten, bijeenkomsten en deelnemers zien in het eerste halfjaar van 2024 vanuit de collectieve dienstverlening. We zien dat we steeds meer inwoners bereiken met onze collectieve ondersteuning. Ten opzichte van de eerste helft van 2023 is er in de eerste helft van 2024 sprake van een toename van 15% van het aantal deelnemers aan collectieve activiteiten.
Tabel 5. Collectieve trajecten
| Collectieve trajecten | 2023 t/m Q2 | 2024 t/m Q2 |
|---|---|---|
| Aantal trajecten* | 165 | 94 |
| Aantal bijeenkomsten | 996 | 1015 |
| Aantal deelnemers** | 4985 | 5753 |
* Dit is excl. het jongerenwerk van Compaen, dat in een apart verslag verantwoord wordt.
** Deels unieke, deels niet-unieke deelnemers
In tabel 6 volgt een overzicht van deze vormen van collectieve ondersteuning zoals die in het eerste half jaar 2024 aan de inwoners is verleend.
Tabel 6. Collectieve ondersteuning
| 2023 t/m Q2 | 2024 t/m Q2 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Type collectieve trajecten | Aantal collectieve trajecten | Aantal bijeenkomsten | Aantal deelnemers | Aantal collectieve trajecten | Aantal bijeenkomsten | Aantal deelnemers |
| Open groep met inloop | 54 | 401 | 4008 | 33 | 452 | 4204 |
| Gesloten groep | 45 | 474 | 252 | 28 | 434 | 226 |
| Ondersteuning zelforganisatie | 35 | 51 | 725 | 13 | 64 | 1238 |
| Deelname aan (professionele) netwerkoverleggen | 30 | 65 | 0 | 20 | 65 | 85 |
| Totaal | 164 | 991 | 4985 | 94 | 1015 | 5753 |
Ten opzichte van de eerste helft van 2023 is in 2024 het aantal collectieve trajecten verminderd in diversiteit. Hierin blijven we bewust kijken naar de vraag vanuit de inwoner. Wanneer we het komend jaar nog meer gebiedsgericht gaan werken kan dit ertoe leiden dat de diversiteit weer toeneemt. Het aantal bijeenkomsten en het aantal deelnemers is echter verder uitgebreid. Ook zijn meer inwoners bereikt vanuit ondersteuning op zelforganisatie.
Leeftijdscategorieën
deBasis Veendam biedt ondersteuning aan inwoners van verschillende leeftijden. Figuur 1 laat de leeftijdsopbouw zien voor alle casussen die wij hebben behandeld in de eerste helft van 2024.
Figuur 1. Leeftijdsopbouw behandelde casussen t/m Q2 2024
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Casussen behandeld t/m Q2 2024 (alle ondersteuningsvormen) |
|---|---|
| 0-12 jaar | 131 |
| 12-18 jaar | 52 |
| 18-27 jaar | 122 |
| 27-65 jaar | 459 |
| 65+ | 275 |
Zelfredzaamheidsmatrix
Bij individuele trajecten maken we gebruik van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Dit instrument draagt bij aan het in kaart brengen van de eigen kracht van de inwoner en de domeinen die ondersteuning behoeven, het formuleren van doelen en het volgen en eventueel bijsturen van het traject. De professional vult het ZRM in bij het intake- en eindgesprek. Het geeft een beeld van het functioneren van de inwoner op dat moment vanuit het perspectief van de professional. Het gaat daarbij niet alleen om wat er niet goed gaat, maar ook om wat er wel goed gaat. Op deze manier draagt de ZRM bij aan een integrale benadering en fungeert als leidraad om de zelfredzaamheid binnen de verschillende domeinen in kaart te brengen.
De top 5 hoofddomeinen van de ZRM waarop de individuele trajecten betrekking hadden in het eerste halfjaar van 2024 zijn: Geestelijke gezondheid, Financiën, Tijdsbesteding, Huiselijke relaties en Huisvesting (zie figuur 2).
Figuur 2. Top 5 Hoofddomeinen
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 376 |
| Financien | 315 |
| Tijdsbesteding | 141 |
| Huiselijke relaties | 121 |
| Huisvesting | 107 |
Het grootste aandeel van hulpvragen komen voort uit het domein geestelijke gezondheid en financiën.
Complexiteit
Figuur 3 laat de complexiteit zien van de trajecten, zoals bij aanvang van de trajecten wordt ingeschat. Hieruit blijkt dat de meeste trajecten betrekking hebben op 2 of 3 problemen en redelijk complex zijn.
Figuur 3. Complexiteit trajecten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Complexiteit hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 0 (1 probleem / vraag & enkelvoudig / niet complex) | 128 |
| 1 (2 of 3 problemen & meervoudig / redelijk complex) | 292 |
| 2 (meer problemen / vragen & meervoudig / zeer complex) | 101 |
We maken bij de intake een inschatting van de zwaarte van een traject aan de hand van het aantal gesprekken dat verwacht wordt nodig te zijn bij een traject. De diagram hieronder (figuur 4) laat zien dat in de meeste gevallen de verwachting is dat er 6 of meer gesprekken nodig zullen zijn.
Figuur 4. Zwaarte hulpvraagtrajecten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zwaarte hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 0 (1 gesprek / info en advies) | 45 |
| 1 (2 - 5 individuele gesprekken) | 219 |
| 2 (6 of meer gesprekken / intensieve begeleiding) | 241 |
Als oorzaken voor de complexiteit en zwaarte van hulpvragen zien wij onder andere de afname van GGZ-aanbod. Hierbij gaat het om het verdwijnen van GGZ-behandelingen en de lange wachtlijsten. We zien een toename van hulpvragen van inwoners met een autismespectrumstoornis en een toename van meervoudige problematiek.