Spring naar inhoud

Cijfermatige rapportage

1.1. Totaaloverzicht

Onze individuele ondersteuning is te verdelen in vier ondersteuningsvormen, namelijk:

  • ·Collectieve trajecten: Het gaat hierbij om ondersteuning in groepsverband. Wij pakken hulpvragen collectief op wanneer bepaalde individuele hulpvragen vaker voorkomen. Een collectief traject bestaat uit één of meerdere bijeenkomsten.
  • Informatie en advies: Een ondersteuningsvraag valt onder informatie en advies wanneer een inwoner een relatief eenvoudige vraag heeft, die in de meeste gevallen na één contactmoment beantwoord kan worden. 
  • Leun en steuncontacten: In vergelijking met individuele trajecten, gaat het bij leun en steuncontacten om hulpvragen die minder frequente ondersteuning van ons vragen en waarbij de inwoner ‘een steuntje in de rug’ nodig heeft.
  • Individuele trajecten: Wij kiezen voor een individueel traject wanneer een inwoner een complexe hulpvraag heeft die frequente ondersteuning van ons vraagt. Gedurende een individueel traject werken wij naar een concreet doel.

In figuur 1 zijn, per ondersteuningsvorm, de aantallen van januari 2024 t/m 31 mei 2024 naast dezelfde periode in de voorafgaande twee jaren gezet. Het gaat hier om de casussen die in de betreffende periode nieuw zijn opgestart. Daarbij valt op dat:

  • Er vergeleken met de voorgaande twee jaren steeds meer nieuwe collectieve trajecten worden opgestart. Een voorbeeld van een nieuw traject betreft de KIES groep in Vollenhove en het maken van een film over het thema armoede, samen met middelbare scholieren. De activiteiten vanuit de (externe) gebiedsteams zijn in 2023 opgestart en rekenen we daarom niet mee in dit aantal.
  • De info en adviesaanvragen stabiel zijn gebleven en een onderschatting is van het werkelijk aantal info en adviesvragen dat binnenkomt. We verkennen hoe we ook de kleine vragen in wijken en dorpen of tijdens een activiteit vanuit het buurtwerk in ons registratiesysteem kunnen verwerken.
  • Het aantal leun en steuncontacten op hetzelfde niveau blijft. Over het algemeen starten we een individuele ondersteuningsvraag met een individueel traject. Waar nodig volgt hierna een leun en steuncontact, voor nazorg en monitoring. Dit maakt dat we de leun en steuncontacten minder vaak terugzien binnen onze ondersteuning.
  • Het aantal individuele trajecten in vergelijking met 2023 gestegen is. Dit komt door de toegenomen samenwerking met de huisartsenpraktijken, de Toegang en het schoolmaatschappelijk werk. Gezien de individuele trajecten binnen de ondersteuning de meeste tijd en inzet van ons vraagt, heeft groei op deze ondersteuningsvorm het meest invloed op onze tijd en inzet.

Het aantal casussen dat in dezelfde periode in behandeling stond (onze openstaande casussen) ligt hoger.

Figuur 1: Aantal nieuw opgestarte casussen; jan t/m mei

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Periode jan 2022 - mei 2022 jan 2023 - mei 2023 jan 2024 - mei 2024
Collectieve trajecten 23 36 44
Informatie en advies 216 155 152
leun en steun 13 10 5
Individuele trajecten 190 155 218

In tabel 1 staan het aantal individuele casussen per gebiedsteam. Dit betreffen casussen met het huisadres in het betreffende gebied. De adressen buiten de gemeente betreffen voornamelijk schoolmaatschappelijk werk casussen. Het aantal casussen vanuit Steenwijk is hoger dan vanuit het Buitengebied. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat we meer zichtbaar zijn in de stad. Daarnaast zijn er in Steenwijk relatief meer sociale huurwoningen. Een groot deel van onze doelgroep woont in de wijken met veel sociale huurwoningen. Een concreet voorbeeld hiervan is de doelgroep nieuwkomers. 

Tabel 1: Individuele ondersteuning, per gebiedsteam

  Aantal casussen
Steenwijk 279
Buitengebied 215
Overig* 14

1.2 De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)

Met behulp van de zelfredzaamheid-matrix (ZRM) brengen wij de hulpvraag en de mate van zelfredzaamheid op verschillende domeinen (leefgebieden) van de inwoner in kaart. Figuur 2 laat zien op welke vijf hoofddomeinen de individuele trajecten in de eerste helft van 2024 het meest waren gebaseerd. Daarbij valt op dat: De meeste ondersteuningsvragen betrekking hebben op het domein Geestelijke Gezondheid. In dezelfde periode in 2023 betrof dit nog het domein Financiën. Waar in voorgaande jaren ondersteuningsvragen vaak praktisch van aard waren, zien we onder andere door de wachtlijsten in de zorg steeds meer psychosociale problematiek in onze caseload. In 2023 hadden veel ondersteuningsvragen te maken met de hoge energieprijzen. Dit thema wordt in 2024 opgepakt via subsidies, regelingen en initiatieven zoals GeWOONbesparen. Daarnaast biedt de gemeente in 2024 veel inzet rondom financiële vraagstukken. 

Hoofddomeinen zijn de domeinen op de ZRM waar de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking op heeft. Per inwoner kunnen er meerdere (hoofd)domeinen ingevuld worden.

Figuur 2: Top 5 ZRM-domeinen individuele trajecten

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

ZRM Hoofddomein Aantal casussen
Geestelijke gezondheid 153
Financien 133
Huiselijke relaties 51
Huisvesting 34
Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) 33

Door middel van het invullen van een start- en een eindmeting maken we de mate van groei of stabilisatie in zelfredzaamheid zichtbaar. Samen met de inwoner leggen we een concrete doelstelling vast ten aanzien van welke groei hij of zij op een ZRM-domein wil doormaken. Dit noemen we de doelscore. In tabel 2 laten we in percentages zien in hoeverre deze doelscores over het algemeen gerealiseerd zijn. Ook hier zijn de aantallen van januari 2024 t/m 31 mei 2024 naast dezelfde periode in de voorafgaande twee jaren gezet. Daarbij valt op dat:

  • Het percentage doelrealisatie in de afgelopen jaren is gedaald. Bij het bepalen van de doelscores wordt uitgegaan van het perspectief van de inwoner. Tijdens de intake, wanneer de startmeting plaatsvindt is de verwachting vanuit de inwoner ten aanzien van deze doelen altijd realistisch. Gedurende het traject wordt dit bijgesteld naar meer realistische doelen. Dit biedt aanleiding om intern te verkennen of de deze werkwijze aangepast moet worden. Op inhoud willen we daarbij volgen of deze daling mogelijk wordt veroorzaakt door de complexe psychosociale problematiek waar medewerkers steeds meer te maken mee hebben.

Tabel 2: Doelrealisatie individuele trajecten

  jan 2022 - mei 2022 jan 2023 - mei 2023 jan 2024 - mei 2024
Doelrealisatie in percentages 63,1% 57,2% 55,9%

Vanuit de praktijk hebben we het vermoeden dat er in Steenwijk meer praktische / financiële vragen zijn en in het Buitengebied relatief meer psychosociale problematiek. Dit willen we graag verder onderzoeken. Figuur 3 en 4  laten zien dat het aantal individuele trajecten die betrekking hebben op praktische / financiële vragen in Steenwijk hoger ligt. Het aantal individuele trajecten ten aanzien van geestelijke gezondheid kent een kleiner verschil. 

Figuur 3: Top 5 ZRM team Oost (Steenwijk)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

ZRM Hoofddomein Aantal casussen
Financien 84
Geestelijke gezondheid 78
Huisvesting 21
Huiselijke relaties 20
Sociaal netwerk 16

Figuur 4: Top 5 ZRM team NoordZuid (Buitengebied)

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

ZRM Hoofddomein Aantal casussen
Geestelijke gezondheid 65
Financien 50
Huiselijke relaties 27
Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) 17
Huisvesting 13

1.3 Verdeling individuele ondersteuning: leeftijdsopbouw en gebiedsteams

Figuur 5 geeft de leeftijdsopbouw van de gezamenlijke drie individuele ondersteuningsvormen weer. Daarbij valt op dat:

  • De leeftijdscategorie 35 tot 55 jaar eruit springt. Binnen deze doelgroep zien we vraagstukken ten aanzien van financiën, opvoeding en relatie (echtscheiding).  Binnen onze collectieve ondersteuning pakken we deze vraagstukken op via onder andere de assertiviteitstrainingen en de budgetcursus Grip Op Je Geld. Daarnaast sluiten we aan bij het mama café en ontwikkelen we een collectieve variant van de Triple-P methode (opvoedondersteuning). We oriënteren ons in de tweede helft van 2024 of we meer collectieve activiteiten voor deze doelgroep kunnen ontwikkelen.
  • Ten opzichte van de periode jan-mei 2023 er minder ondersteuning is geboden aan de doelgroep 18 – 27 jaar (2023, jan-mei: 58 casussen) en meer in de categorie 55-65 (2023, jan-mei: 36 casussen). De doelgroep 18-27 jaar komen we veel tegen in de bellijsten van de vroegsignalering schulden. Hieruit volgen vaak aanmeldingen voor Sociaal Werk De Kop. 

Figuur 5: Leeftijdsopbouw individuele ondersteuning

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Leeftijdscategorie Aantal
0 - 4 jaar 3
4 - 12 jaar 33
12 - 18 jaar 44
18 - 27 jaar 41
27 - 35 jaar 52
35 - 45 jaar 84
45 - 55 jaar 79
55 - 65 jaar 47
65 - 75 jaar 50
75 - 85 jaar 40
85+ 12

1.4 Verwijzingen

In tabel 3 vergelijken we het aantal verwijzingen vanuit andere organisaties naar Sociaal Werk De Kop in januari t/m mei in 2024 met dezelfde periode in 2023. Wanneer onze dienstverlening niet aansluit bij de ondersteuningsvraag van de inwoner, kiezen wij voor een warme doorverwijzing naar een organisatie die beter aansluit bij de hulpvraag. Ook dit maken we in tabel 3 zichtbaar. Daarbij valt op dat:

  • We zowel meer doorverwijzen als verwijzingen ontvangen vanuit De Toegang. Dit is mogelijk een gevolg van de toegenomen samenwerking, waardoor de afdeling Jeugd en Wmo ons steeds beter weet te vinden.
  • Kijkend naar het totaal aantal individuele casussen, we kunnen concluderen dat inwoners ons ook goed zelf weten te vinden en hiervoor niet doorverwezen hoeven te worden.

Het gaat hier de individuele casussen die in het betreffende kwartaal nieuw zijn opgestart.

Tabel 3: verwijzingen

Doorverwezen naar Sociaal Werk De Kop door Casussen opgestart jan 2023 - mei 2023 Casussen opgestart jan 2024 - mei 2024 Doorverwezen vanuit Sociaal Werk De Kop naar casussen afgesloten jan 2023 - mei 2023 casussen afgesloten jan 2024 - mei 2024
Voorzieningenwijzer 21 20 Voorzieningenwijzer 0 1
Ketenpartner 17 14 Ketenpartner 15 11
De Toegang 11 24 De Toegang 9 15
Gemeente - Overig 13 3 Gemeente - Overig 7 3
Huisarts/POH 6 7 Huisarts/POH 3 4
BO en VO 18 14 Schuldhulpverlening 3 3
GGD 2 3 Overig 12 4
Overige 8 9      
Totaal 96 94 Totaal 49 41

1.5 Collectieve ondersteuning

Naast individuele ondersteuning bieden wij collectieve trajecten aan. Het gaat hierbij om ondersteuning in groepsverband. Figuur 6 laat de doelgroepen zien die wij bereiken met onze collectieve ondersteuning. Daarbij valt op dat:

  • We elke leeftijdscategorie behoorlijk gelijkmatig bereiken;
  • Ten opzichte van jan-mei 2023 de verhouding tussen de leeftijdscategorieën gelijk is gebleven. Algeheel zijn er per categorie meer inwoners bereikt;
  • De leeftijdscategorie 27 tot 55 jaar de minste deelnemers kent, terwijl de range wel het grootste is. De ondersteuningsvragen van deze doelgroep hebben een meer divers karakter dan de ondersteuningsvragen van jongeren en senioren. Wat maakt dat we vragen voor deze doelgroep veelal op individueel niveau aanpakken. Zoals eerder aangegeven worden voor deze doelgroep wel collectieve alternatieven geboden. 

Figuur 6: Leeftijdsopbouw collectief

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Leeftijdscategorie Casussen behandeld
0 - 4 jaar 47
4 - 12 jaar 60
12 - 18 jaar 70
18 - 27 jaar 74
27 - 55 jaar 67
55 - 65 jaar 73
65 - 75 jaar 73
75 - 85 jaar 70
85+ 63

Gezien de centrale positie van Positieve Gezondheid in onze opdracht, laten we in tabel 4 zien hoe we via onze collectieve ondersteuning bijdragen aan de verschillende pijlers van Positieve Gezondheid. Daarbij valt op dat alle pijlers aan bod komen. In de jaarrapportage laten we ook onze bijdrage binnen de individuele ondersteuning op de pijlers zien. 

Tabel 4: Collectieve inzet per pijler Positieve Gezondheid

MPG Pijler Aantal trajecten collectief Bijeenkomsten Deelnemers totaal
Dagelijks functioneren 55 119 448
Kwaliteit van leven 60 167 654
Lichaamsfuncties 39 106 369
Meedoen 76 171 925
Mentaal welbevinden 68 179 704
Zingeving 46 121 410
n.b. 5 18 134
Totaal jan-mei 2024 113 256 1.279
Totaal jan-mei 2023 83 227 663

Figuur 7: Gemiddelde scores impactmeting collectief

We willen meer zicht krijgen op de impact van onze collectieve activiteiten. Daarom streven we ernaar om het afnemen van impactmetingen, bij deelnemers van deze activiteiten, onderdeel uit te laten maken van ons werk. De ervaring leert dat dit om implementatiestappen in de praktijk vraagt. In het eerste halfjaar van 2024 zijn er 5 nieuw ingevulde vragenlijsten voor de impactmetingen binnengekomen. De ingevulde vragenlijsten hebben betrekking op Jongeren in beweging (4) en gymgroep Perelaar (1). Figuur 7 geeft de gemiddelde scores per indicator weer, op basis van deze vijf vragenlijsten. Ondanks het sportieve karakter van deze collectieven, wordt het hoogst gescoord op ‘erkend voelen’. We zetten sport en beweging dan ook vooral in als middel om aan de slag te gaan met psychosociale doelstellingen. Gezien het aantal ingevulde vragenlijsten, dient figuur 7 met enige nuance gelezen te worden.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

KPI Gemiddelde score
Erkend voelen 8,75
Klanttevredenheid 8,75
Lichamelijke gezondheid 8
Netwerkversterking 8
Participatie 8
Zelfredzaamheid 8
Inbedding 7
Verbonden voelen 7
Opgelucht voelen 6,75

Inzet vrijwilligers

Het versterken van de sociale basis is niet alleen weggelegd voor professionals. Vrijwillige inzet is hierin onmisbaar. Daarom zijn we trots op onze 110 interne vrijwilligers, die via verschillende projecten ondersteuning bieden aan de inwoners van Steenwijkerland. Dat betreffen vooral:

  • Buurtbemiddelaars;
  • Leden van de Cliëntenraad;
  • Fietscoaches;
  • Formulieren brigade;
  • Steunouders;
  • Huisbezoek 75+;
  • In eigen hand;
  • Kunst in de brievenbus;
  • Mantelzorg;
  • Op projectbasis;
  • Rechtswinkel;
  • Ta(a)lent;
  • Vertrouwen Contact Persoon;
  • VIP;
  • Tolken.