
Introductie
In dit hoofdstuk verantwoorden we onze inzet door middel van het laten zien van algemene data. De data die wij in dit onderdeel laten zien heeft betrekking op de periode januari 2024 tot en met 15 augustus 2024. Zoals afgesproken kunnen wij de data niet per productblad verantwoorden. In het tweede hoofdstuk gaan we daarom specifieker in op de thema’s (productbladen) en koppelen we deze data aan de doelen in de BCF. De individuele trajecten en leun- en steuncontacten zijn met ingang van deze halfjaarrapportage exclusief de aantallen vanuit SoWiesO. Over SoWiesO wordt in een afzonderlijke rapportage gerapporteerd.
1.1 Trends per ondersteuningsvorm en doorlooptijd
1.1 Trends per ondersteuningsvorm en doorlooptijd
Onze ondersteuning is te verdelen in vier ondersteuningsvormen, namelijk:
- Collectieve trajecten: Het gaat hierbij om ondersteuning in groepsverband. Wij pakken hulpvragen collectief op wanneer bepaalde individuele hulpvragen vaker voorkomen. Een collectief traject bestaat uit één of meerdere bijeenkomsten
- Informatie en advies: Een ondersteuningsvraag valt onder informatie en advies wanneer een inwoner een relatief eenvoudige vraag heeft, die in de meeste gevallen na één contactmoment beantwoord kan worden.
- Leun- en steuncontacten: In vergelijking met individuele trajecten, gaat het bij leun- en steuncontacten om hulpvragen die minder frequente ondersteuning van ons vragen en waarbij de inwoner ‘een steuntje in de rug’ nodig heeft.
- Individuele trajecten: Wij kiezen voor een individueel traject wanneer een inwoner een complexere hulpvraag heeft die frequente ondersteuning van ons vraagt. Gedurende een individueel traject werken wij naar een concreet doel.
Tabel 1: Aantallen per ondersteuningsvorm
| t/m Q2 2024 | t/m Q2 2023 | |
|---|---|---|
| Individuele trajecten | 454 | 471 |
| Leun- en steuncontacten | 149 | 160 |
| Informatie en advies | 620 | 363 |
| Deelnemers collectieve ondersteuning | 5.832 | 2.433 |
| Bijeenkomsten collectieve ondersteuning | 535 | 237 |
Bovenstaande tabel geeft per ondersteuningsvorm het aantal casussen aan dat in de betreffende periode in behandeling staat.* De eerste helft van 2024 wordt met de eerste helft van 2023 vergeleken. Zowel voor de data uit 2024 als de data uit 2023 zijn de casussen vanuit SoWiesO en daarmee onze inzet vanuit de BCF op gezinsondersteuning, gezinscoaching en jeugdondersteuning uit de algemene data gefilterd. In voorgaande jaren zaten deze aantallen nog wel tussen de algemene data. Een klein gedeelte gezinscoachuren (1,11FTE) is nog wel verbonden aan de reguliere subsidie (ter versterking aan de SoWiesO opdracht). Met deze filtering, is deze ureninzet ook uit deze rapportage over onze reguliere opdracht gefilterd. Door het wegfilteren van SoWiesO komen de data uit 2023 in deze rapportage niet overeen met de data uit de rapportage die de gemeente vorig jaar van ons heeft ontvangen. Daarbij valt op dat:
- De info- en adviesaanvragen, na een periode van daling en stabilisatie, in de eerste helft van 2024 een duidelijke groei hebben doorgemaakt. Een groot deel van deze informatie- en adviesaanvragen komen vanuit de Vraagbaak. De oorzaak van de groei is dat medewerkers inmiddels meer gebruik maken van het vernieuwde systeem van registratie op informatie en advies.
- Het aantal bijeenkomsten en deelnemers binnen de collectieve ondersteuning is (meer dan) verdubbeld. Binnen de organisatie is aandacht besteed aan de registratie van de collectieve ondersteuning. Hierdoor hebben we een realistischer beeld van de collectieve ondersteuning.
Tabel 2: Gemiddelde doorlooptijd
| t/m Q2 2024 | t/m Q2 2023 | |
|---|---|---|
| Individuele trajecten | 171 dagen | 173 dagen |
In bovenstaande tabel wordt de gemiddelde doorlooptijd van de afgesloten individuele trajecten weergeven. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2023 is de gemiddelde doorlooptijd ongeveer gelijk gebleven.
1.2 Bereik ondersteuning: leeftijdsopbouw en gebieden
Figuur 1: leeftijdsopbouw individuele ondersteuning
Figuur 1 geeft de leeftijdsopbouw van de gezamenlijke drie individuele ondersteuningsvormen weer (individueel, leun en steun en informatie en advies). Vanuit de leeftijdscategorie 18-27 jaar en 35-45 jaar zien wij relatief meer hulpvragen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Casussen behandeld |
|---|---|
| 0 - 4 jaar | 6 |
| 4 - 12 jaar | 18 |
| 12 - 18 jaar | 57 |
| 18 - 27 jaar | 108 |
| 27 - 35 jaar | 86 |
| 35 - 45 jaar | 114 |
| 45 - 55 jaar | 79 |
| 55 - 65 jaar | 71 |
| 65 - 75 jaar | 75 |
| 75 - 85 jaar | 49 |
| 85+ | 34 |
Figuur 2: leeftijdsopbouw collectieve ondersteuning
Figuur 2 geeft de leeftijdsopbouw weer voor de collectieve trajecten. Doordat we in het jongerencentrum ’t Spoor veel collectieve activiteiten organiseren is de inzet voor de leeftijdscategorie 12-18 jaar relatief hoog. In de leeftijd van 27-55 jaar is er relatief iets minder deelname. Wanneer mensen ouder worden en is er weer meer behoefte om deel te nemen aan welzijnsactiviteiten. Wij richten onze collectieve activiteiten dan ook meer op de doelgroep jongeren en ouderen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Casussen behandeld |
|---|---|
| 0 - 4 jaar | 36 |
| 4 - 12 jaar | 55 |
| 12 - 18 jaar | 70 |
| 18 - 27 jaar | 66 |
| 27 - 55 jaar | 49 |
| 55 - 65 jaar | 57 |
| 65 - 75 jaar | 57 |
| 75 - 85 jaar | 53 |
| 85+ | 52 |

Deze kaart laat per postcodegebied de absolute aantallen zien van de gezamenlijke drie individuele ondersteuningsvormen. De meeste individuele ondersteuningsvragen komen uit Winschoten. Daarna volgt Scheemda. Het hoge aantal vragen vanuit Scheemda is deels te verklaren door de grootschalige wijkaanpak van de Vogelbuurt. Kijkend naar het aantal inwoners, valt het relatief hoge aantal hulpvragen in Bad Nieuweschans op. De onlangs opgestarte Thuiskamer in dit dorp en de promotie daar omheen heeft veel zichtbaarheid en nieuwe inloopmomenten in het dorp opgeleverd. In zowel Bad Nieuweschans als in Scheemda ontvangen we ook veel vragen vanuit de Vraagbaak. De casussen buiten de gemeente betreffen schoolmaatschappelijk werkcasussen.
1.3 De zelfredzaamheid-matrix
Tabel 3: Top 5 hoofddomeinen individuele trajecten, informatie en advies, leun en steun
Met behulp van de zelfredzaamheid-matrix (ZRM) brengen wij de hulpvraag en de mate van zelfredzaamheid op verschillende domeinen (leefgebieden) van de hulpvrager in kaart.
| Individuele trajecten | Leun en steun | Informatie en advies | |
|---|---|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 172 | 44 | 59 |
| Huisvesting | 106 | 63 | 54 |
| Financiën | 67 | 46 | 172 |
| Huiselijke relaties | 62 | 9 | 195 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning | 49 | 5 | 47 |
Tabel 3 laat zien op welke vijf hoofddomeinen de individuele trajecten, informatie - en adviesaanvragen en leun- en steuncontacten in de eerste helft van 2024 het vaakst waren gebaseerd. De informatie- en adviesaanvragen van het afgelopen halfjaar hebben vaak betrekking op huiselijke relaties en/of financiën. Bij financiën betreft het veelal vragen rondom het invullen van formulieren. Vragen rondom het domein huiselijke relaties zien we veel terugkomen bij de Vraagbaak.
Tabel 4: Top 5 hoofddomeinen individuele trajecten, in de afgelopen drie jaar
| t/m Q2 2024 | t/m Q2 2023 | t/m Q2 2022 |
|---|---|---|
| Geestelijke gezondheid | Geestelijke gezondheid | Geestelijke gezondheid |
| Huisvesting | Financiën | Financiën |
| Financiën | Huisvesting | Lichamelijke gezondheid |
| Huiselijke relaties | Huiselijke relaties | Huiselijke relaties |
| Sociaal-emotionele ondersteuning | Lichamelijke gezondheid | Huisvesting |
In tabel 4 vergelijken we de top 5 individuele trajecten uit de eerste helft van 2024, met de twee voorgaande jaren.
Bij de individuele trajecten zien we dat het domein geestelijke gezondheid eruit springt. Ook in de twee voorgaande jaren was dit het meest voorkomende domein binnen de individuele trajecten. Daarnaast zien we dat in de loop der jaren steeds meer individuele trajecten betrekking hebben op het domein huisvesting. Dit komt overeen met het beeld van de krapte op de woningmarkt, echtscheidingsproblematiek en jongeren/starters die problemen ondervinden met het vinden van een woning. Daarnaast is in 2024 onze opdracht voor Woon-Leer-Werk (WLW)-trajecten uitgebreid van vijf naar tien nieuwe trajecten.
Tabel 5: Percentage behaalde doelscores bij individuele trajecten
| t/m Q2 2024 | t/m Q2 2023 | |
|---|---|---|
| Doelscore in percentages | 60,80% | 68,10% |
In tabel 5 laten we in percentages zien in hoeverre deze doelscores over het algemeen gerealiseerd zijn. Door middel van het invullen van een start- en een eindmeting maken we de mate van groei of stabilisatie in zelfredzaamheid zichtbaar. Dit noemen we de doelscore.
In de eerste helft van 2024 is bij 60,8% van de individuele trajecten het doel, dat voorafgaand aan het traject vanuit de intake door een sociaal werker is gesteld, behaald. Ten opzichte van 2023 is dit een lichte daling.
Figuur 4: gemiddelde start- en eindmeting
De ZRM vullen wij aan het begin en aan het einde van elk individueel traject in. Dit maakt het mogelijk om de groei in zelfredzaamheid (op een 5 puntschaal) op de verschillende domeinen van de ZRM te monitoren. Figuur 4 laat de gemiddelde start- en eindmeting zien van de hoofddomeinen waar in de eerste helft van 2024 de hulpvragen het meest op waren gebaseerd. We zien dat het domein huisvesting gemiddeld de laagste startmeting heeft. Uiteindelijk weten onze klanten, met hulp van onze sociaal werkers, relatief veel groei in zelfredzaamheid op het domein huisvesting te behalen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Gemiddelde startmeting | Gemiddelde eindmeting | |
|---|---|---|
| Financien | 3,33 | 3,89 |
| Geestelijke gezondheid | 3,29 | 4,06 |
| Huiselijke relaties | 2,89 | 4,11 |
| Huisvesting | 2,67 | 3,83 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) | 4,00 | 4,75 |
1.4 Zwaarte en complexiteit
Bij de intake van een individueel traject maken de sociaal werkers op basis van informatie uit de aanmelding en het aantal problemen, een inschatting van de complexiteit en zwaarte van een traject. Een traject beschouwen wij complex wanneer de hulpvraag betrekking heeft op drie of meer ZRM-hoofddomeinen. De zwaarte van de trajecten wordt bepaald aan de hand van het aantal contactmomenten dat wij voor een hulpvraag verwachten nodig hebben. Ten opzichte van de eerste helft van 2023 is het aandeel zeer complexe casussen gedaald van 4% in de eerste helft van 2023 naar 3% in de eerste helft van 2024. Het aandeel zware casussen (meer dan 6 gesprekken) is gedaald van 21% in de eerste helft van 2023 naar 10% in de eerste helft van 2024. De reden hiervoor is dat de SoWiesO trajecten niet meer in deze rapportage zitten.
Figuur 5: Complexiteit
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Complexiteit | |
|---|---|
| 1 probleem/vraag: niet complex | 120 |
| 2 of 3 problemen: redelijk complex | 167 |
| Meer dan 3 problemen: zeer complex | 10 |
Figuur 6: Zwaarte
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zwaarte | |
|---|---|
| 1 gesprek/info en advies | 57 |
| 2 of 5 gesprekken | 207 |
| 6 of meer gesprekken/intensieve begeleiding | 30 |
1.5 Inzet per individuele activiteit
Tabel 6: Aantallen per project / individuele activiteit
| Type inzet | Individuele trajecten 2024 | Leun en steun 2024 | Individuele trajecten 2023 | Leun en steun 2023 |
|---|---|---|---|---|
| Onafhankelijke cliëntondersteuning (oco) | 92 | 2 | 98 | 3 |
| Huiselijk geweld | 1 | 0 | 2 | 0 |
| Jongerenwerk | 2 | 0 | 0 | 3 |
| Maatschappelijke activering | 4 | 0 | ||
| Mantelzorg- ondersteuning | 3 | 7 | 1 | 7 |
| Ondersteuning (Algemeen Maatschappelijk Werk) | 100 | 12 | 79 | 14 |
| Ondersteuning (Welzijn) | 6 | 13 | 7 | 16 |
| School als Wijk | 44 | 0 | 108 | 7 |
| Welzijn op Recept | 58 | 0 | 27 | 0 |
| WLW-traject | 7 | 0 | 8 | 0 |
| Nieuwkomers | 1 | 56 | 19 | 34 |
| Vrijwillige Thuishulp | 1 | 12 | 0 | 13 |
| Impacter | 14 | |||
| Zorgduo / hulphond | 0 | 14 | 0 | 10 |
| SoWiesO Jeugdondersteuning | 42 | 5 | 77 | 5 |
| SoWiesO Gezinsbegeleiding | 25 | 5 | 17 | 3 |
| SoWiesO Gezinscoaching | 25 | 5 | 22 | 7 |
SWO zet diverse individuele activiteiten in. In tabel 6 zijn het aantal trajecten per specifieke activiteit te zien over de periode januari tot en met juli 2024. We vergelijken daarbij de aantallen met dezelfde periode in 2023. Het jongerenwerk richt zich voornamelijk op de collectieve ondersteuning. Er is een forse toename zichtbaar op het algemeen maatschappelijk werk.
We hebben in de tabel nog wel het totaal aantal SoWiesO trajecten opgenomen. Omdat een deel hiervan wordt geleverd vanuit het BCF-contract. We kunnen de cijfers hierin niet splitsen. Vanuit het BCF-contract leveren wij 1,11 fte gezinscoaching en nauwe samenhang met SoWiesO. Ons voorstel is om in de verantwoording van de BCF dit op deze wijze mee te nemen en voor de specifieke verantwoording het mee te nemen in het totaal van de verantwoording van SoWiesO (AVJG).
1.6 Klanttevredenheid
In de eerste helft van 2024 scoorde onze individuele ondersteuning volgens de inwoners die ons klanttevredenheidsonderzoek (KTO) hebben ingevuld een 8,2 (respons betreft 32 inwoners). In de eerste helft van 2023 betrof dit gemiddelde een 7,7 (respons betrof 13 inwoners). Daarmee is zowel de gemiddelde tevredenheid als de respons op het KTO gegroeid. Het klanttevredenheidsonderzoek is inclusief casussen vanuit SoWiesO, doordat we door het anonieme karakter van het KTO de SoWiesO casussen hier niet uit kunnen filteren.