Spring naar inhoud

Brug bouwen naar en met het zorgdomein

Om die kracht te ontketenen moet een brug gebouwd worden naar en met het zorgdomein

De samenleving vraagt om een sterkere verbinding tussen het sociaal werk en het zorgdomein. Dat is nodig om het bereik van het sociaal werk te vergroten en de kracht van het sociaal werk optimaal te benutten, en daarmee ook de druk op de zorg te verminderen. Vanuit beide kanten moet er aan ‘de brug’ tussen het sociaal werk en het zorgdomein gesleuteld worden. Het zijn twee werelden die tot nu toe veelal gescheiden van elkaar opereerden, elk met een eigen taal, benaderingswijze en structuren. Oude manieren moeten losgelaten worden. Om een brug te slaan tussen het sociaal werk en de zorg moeten zij allebei de handen uit de mouwen steken.

Het sociaal werk pakt deze handschoen op. De Tintengroep heeft ons daarom gevraagd om te kijken wat er vanuit het sociaal werk nodig is om de verbinding met het zorgdomein te maken; de Tintengroep is een groep van sociaalwerkorganisaties in Noord-Nederland die op enkele plekken ook voorschoolse educatie biedt. Daarvoor hebben wij gesproken met verschillende (zorg)organisaties die vanuit de uitwerkingen van de landelijke akkoorden het werkveld van sociaal werk kunnen overzien. Op basis van deze gesprekken zien wij vier sleutels tot succes

Op inhoudelijk vlak

  • Focus kiezen
  • Meerwaarde zichtbaar maken

Op organisatorisch vlak

  • Sectorale vertegenwoordiging organiseren 
  • Handelen vanuit lange(re) termijn strategieën

Als het sociaal werk, samen met gemeenten en andere opdrachtgevers, deze sleutels goed weet vorm te geven kan het daarmee de verbinding en samenwerking met het zorgdomein versterken, en zijn bijdrage vergroten. In de volgende kaders lichten we deze vier sleutels toe. 

Sleutel: focus kiezen

De kracht van het sociaal werk ligt in de sociale basis. Dat is waardevol en belangrijk; maar ook te breed voor een scherp gedefinieerde bijdrage richting de zorg. Wij denken dat er daarvoor meer focus nodig is. Het sociaal werk moet kijken waar de eigen kracht en ambities liggen en waarmee de grootste impact te maken is. Dat moet het naar voren schuiven, in de etalage zetten en als uitgangspunt nemen in gesprek en samenwerking met zorgpartijen. Natuurlijk zonder de brede sociale basis uit het oog te verliezen.

Richting IZA/GALA/WOZO is ons advies aan het sociaal werk om zich te focussen op de gezondheid en zelfredzaamheid van ouderen en psychisch kwetsbaren van 0-100 jaar oud. Na gesprekken met zorg- en sociaal werk organisaties denken wij dat de impact van het sociaal werk het grootst kan zijn bij deze groepen. Met name rondom deze groepen spelen grote uitdagingen en kan de positie én kennis en expertise van het sociaal werk het verschil maken.

Waarom het nodig is:

Het sociaal werk is ‘een bont geheel van soorten werkers, doelgroepen en methodieken’[3]. Daarin ligt de kracht. Hierdoor k­an het sociaal werk maatwerk bieden en het dagelijks functioneren van mensen breed ondersteunen. Dit brede profiel maakt het voor buitenstaanders lastig om een duidelijk beeld te vormen van het sociaal werk. Zo geven de organisaties die wij gesproken hebben aan dat hun beeld van het sociaal werk ‘diffuus’ is. Het is voor hen niet duidelijk wat het sociaal werk precies te bieden heeft en dus ook hoe mogelijke samenwerking eruit zou kunnen zien, terwijl zij wel stuk voor stuk het belang erkennen van die samenwerking met het sociaal werk. Hetzelfde geldt voor ‘de sociale basis’, iedereen erkent het belang ervan maar heeft er geen concreet beeld bij.

Daarnaast is de eigen positie van het sociaal werk onvoldoende zichtbaar. Waar staat het sociaal werk voor, waar ziet het kansen en waar wil het naartoe? Zelf heeft het sociaal werk het beste zicht op wat er speelt en wat er nodig is. Maar dat geluid wordt nog onvoldoende gehoord. Hierdoor wordt de afhankelijkheid van (soms grillige) financiers versterkt en is ook de eigen positie van het sociaal werk aan de IZA-tafels onvoldoende herkenbaar. Het sociaal werk blijft daar nog te veel in algemene termen hangen en zijn ambitie is nog weinig concreet.

[3]Onderzoek ‘Het geheim van sociaal werk’ (https://www.tintengroep.nl/kennisdossiers/het-geheim-van-sociaal-werk/).

Wat je ermee kunt bereiken:

Door een duidelijke focus te kiezen kan het sociaal werk gerichter te werk gaan en kan het sneller concreet worden in wat het te bieden heeft. Het sociaal werk kan hierdoor meer sturen richting maximale impact en eigen ambitie. Ook maakt dit het voor (zorg)­organisaties makkelijker om aansluiting te vinden bij het sociaal werk, bijvoorbeeld in de uitwerking van IZA/GALA/WOZO. De focus biedt een startpunt voor gesprek en samen­werking. Tegelijkertijd hoeft dit zich niet te beperken tot de gekozen focus. Uiteindelijk moet de volledige breedte van het sociaal werk benut worden.

Het naar voren schuiven van onderdelen van het sociaal werk en die in de etalage zetten is juist ook een manier voor het sociaal werk om te laten zien wat het in de brede zin doet en betekent. Het kan dienen als showcase voor de benaderingswijze van vraagstukken en daarmee zijn kracht demonstreren. 

​Sleutel: meerwaarde zichtbaar maken

Om tot samenwerking te komen moet je van elkaar weten wat je te bieden hebt. Wat betreft het sociaal werk is dit nog onvoldoende concreet. Wij denken dat het nodig is dat het sociaal werk zijn meerwaarde beter zichtbaar maakt.

Daarvoor moet het sociaal werk:

  1. De al beschikbare resultaten en ervaringskennis bij sociaal werk organisaties en bij sociaal werkers ophalen en bundelen, bij voorkeur gekoppeld aan concrete interventies en werkzame elementen.
  2. Deze bestaande informatie aanvullen door meer systematisch de resultaten en impact te evalueren. Daarvoor is nodig:
  • Bepalen welke informatie nodig is en op welk niveau (ergens tussen operationeel en uiteindelijke impact)
  • Bepalen hoe dat structureel bijgehouden of gemeten moet worden
  • Afstemmen hoe dit gezamenlijk opgepakt wordt binnen sociaal werk (inclusief uniformiteit in gebruikte namen en termen)
  • Bundelen resultaten binnen sociaal werk En dat op een inzichtelijke manier delen naar buiten toe.

3. En dat op een inzichtelijke manier delen naar buiten toe.

Waarom het nodig is:

De meerwaarde van het sociaal werk staat niet ter discussie en wordt erkend door de verschillende organisaties die wij gesproken hebben. Wel is de meerwaarde nog onvoldoende zichtbaar en concreet voor derden. Het sociaal werk kan zijn sterke verhaal nog onvoldoende onderbouwen met gerealiseerde resultaten en impact. Ook maakt dit het lastiger om tot samenwerking te komen; daarvoor moet je goed van elkaar weten wat je wel en niet kunt bieden.

Aan de ene kant is onderbouwing van de meerwaarde van het sociaal werk al aanwezig. Dit gaat om informatie die ligt bij:

  • de sociaal werk organisaties – Daar ligt al waardevolle informatie over behaalde resultaten, maar dit wordt niet of beperkt naar buiten gebracht.
  • de sociaal werkers – Zij bezitten informatie over wat er achter die resultaten zit. In hun werk doen zij waardevolle ervaringskennis op doordat zij methodisch werken, continue reflecteren en waar nodig hun activiteiten bijstellen[4]. In die ervaringskennis en manier van werken is de meerwaarde van het sociaal werk terug te zien, maar dat wordt nog onvoldoende opgehaald en gedeeld.

[4]Tintengroep (2023), Vakmanschap – Hoofd, Hart en Handen

Aan de andere kant zal het ophalen en delen van deze al aanwezige informatie nog niet voldoende zijn. Er is nog meer systematisch verzamelde informatie over de gerealiseerde impact nodig:

  • De verzamelde resultaten zitten vaak nog te veel op operationeel niveau, wat er gedaan wordt (aantal bijeenkomsten, aanwezigen et cetera). Een reden daarvoor is dat in de verantwoording richting opdrachtgevers/financiers vaak dit type informatie gevraagd wordt.
  • In de verzamelde resultaten komt nog onvoldoende terug wat er bereikt wordt met de verschillende aanpakken, methoden en activiteiten, en ook hoe dat bijdraagt aan het uiteindelijke doel (bijvoorbeeld: eenzaamheid onder ouderen).
  • Het sociaal werk heeft meer methoden nodig om zijn meerwaarde zichtbaar te maken, passend bij de breedte, diversiteit en preventieve insteek van het sociaal werk. Dat hoeft geen ‘hard bewijs’ te zijn; Dat blijkt ook uit onze gesprekken met zorgorganisaties. Wel wordt van sociaal werkers verwacht dat zij kunnen uitleggen hoe ze bijdragen aan de beoogde doelen en dat zij resultaten daarvan kunnen laten zien.

Verder staan de resultaten verzameld door de verschillende sociaal werk organisaties nog te veel los van elkaar. Dit wordt nog niet met elkaar afgestemd en in verschillende gemeenten krijgen praktisch dezelfde aanpakken en methoden weer een andere naam, afhankelijk van wat aansluit bij het beleid van die gemeente. Daardoor is de mogelijkheid van sociaal werk organisaties om met elkaar te leren en verder te bouwen op elkaars resultaten beperkt. Eerste stappen voor het zichtbaar maken van de bijdrage van het sociaal werk zijn al gezet met de Kennis- en Onderzoeksagenda Sociaal Werk die in 2020 is gepubliceerd[5], maar dit is nog te weinig terug te zien in de praktijk.

[5]Movisie (2020) Kennis- en Onderzoeksagenda Sociaal Werk

Wat je ermee kunt bereiken:

Als het sociaal werk tot een praktische toepassing komt van de Kennis- en Onderzoeks­agenda Sociaal Werk en zijn meerwaarde beter zichtbaar wordt kan het sociaal werk:

  • Een sterk, eigen verhaal neerzetten – De eigen positie kan beter onderbouwd worden als de meerwaarde zichtbaar is. Ook kan dit het sociaal werk helpen bepalen waar het eigen verhaal over moet gaan, doordat het nog scherper zicht krijgt op waar de eigen kracht ligt en waar het de meeste impact kan realiseren.
  • Makkelijker tot samenwerking komen – Als beter duidelijk is wat het sociaal werk te bieden heeft (en wat niet) wordt het makkelijker om mogelijkheden voor samenwerking te zien en vorm te geven.
  • Het proces van leren en verbeteren ondersteunen in gerealiseerde samenwerking – Hoe de samenwerking eruit moet zien moet al doende geleerd worden. Daarvoor is het belangrijk om zicht te hebben op de meerwaarde die gerealiseerd is (of niet). 
  • De eigen ontwikkeling van de sector ondersteunen – Ook buiten samenwerking om kan zicht op de gerealiseerde meerwaarde het proces van leren en verbeteren ondersteunen. 

Sleutel: sectorale vertegenwoordiging organiseren​

Het sociaal werk is lokaal sterk, daar ligt zijn kracht, maar regionaal en landelijk is het minder sterk. Een krachtig sectoraal verhaal ontbreekt. Organisaties in het sociaal werk moeten elkaar gaan versterken door elkaar op verschillende plaatsen te vertegenwoordigen en vergelijkbare inbreng te doen. Door meer sectorale vertegenwoordiging kan de gezamenlijk kracht vergroot worden.

Dat betekent dat de inbreng door verschillende organisatie en verschillende functionarissen vanuit sociaal werk meer eenduidig wordt. Een sterk verhaal, consequent gebracht en consistent in de belofte van de impact, gaat bijdragen aan de positie van sociaal werk bij de uitwerking van de landelijke akkoorden.

Daarvoor moet het sociaal werk sterker als sector optreden. Netwerk- en koepel­organisaties (landelijk, regionaal, bovenlokaal) moeten een duidelijke en herkenbare boodschap formuleren, en die boodschap moet doordringen tot en overgenomen worden door de verschillende individuele leden en de gesprekken die lokaal worden gevoerd.

Waarom het nodig is:

Het sociaal werk is voornamelijk gericht op de lokale situatie, daar ligt ook zijn kracht. Het zet vooral in op ‘couleur locale’ en de verbindingen met dorpen, wijken en buurten. Deze lokale kracht van de sector is tegelijkertijd ook een zwakte, als het gaat om de ambities richting het zorgdomein. Uit de gesprekken horen we terug dat het lastig is om ‘het sociaal werk’ aan tafel te krijgen. De inbreng vanuit het sociaal werk aan de verschillende overlegtafels is versnipperd en lijkt nu persoonsafhankelijk. De verbinding tussen de inbreng van die personen met de keuzes en kracht van de sector als geheel ontbreekt.

  Daardoor ontbreekt momenteel een sterk en eenduidig, inhoudelijk consistent verhaal richting de regionale betrokkenen vanuit de zorgsector. Juist omdat de zorg landelijk en regionaal vaak wel sterk is georganiseerd, verzwakt dit de positie van het sociaal werk. De verbinding tussen de inbreng aan de regionale tafels en de impact die in wijken en buurten wordt gerealiseerd, ontbreekt mede omdat er ruimte is voor lokale inkleuring en keuzes. Dit verzwakt de positie van het sociaal werk bij de regie over de ontwikkelingen.

Wat je ermee kunt bereiken:

Met sectorale vertegenwoordiging kan het sociaal werk bereiken dat er meer rekening gehouden wordt met de impact die het sociaal werk als geheel heeft in relatie tot de doelen van de landelijke akkoorden. Als de verschillende inbrengers vanuit sociaal werk meer vanuit een gedeeld en sectoraal beeld handelen, wordt de positie van het sociaal werk als geheel (veel) sterker. De verwachtingen met betrekking tot de bijdragen van de sector, worden veel meer leidend bij die gesprekken. Daarmee kan elke individuele vertegenwoordiger profiteren van en bijdragen aan de positie van de sector als geheel.

Sleutel: handelen vanuit lange(re) termijn strategieën

Om de brug met de zorg te slaan moet het sociaal werk meer gaan handelen vanuit lange(re) termijn strategieën. Het houdt in dat het sociaal werk veel meer gaat redeneren vanuit het realiseren van duurzame impact voor mensen. Het voorbereiden, uitvoeren en bijstellen van programma’s gericht op preventie, zelfredzaamheid, netwerken, et cetera vraagt om meerjarige perspectieven.

Daarvoor moet het sociaal werk inzetten op meer programmatische aanpak van problematiek. En dus ruimte creëren voor bekostiging daarvan, dus over meerdere jaren en mogelijk niet alleen vanuit gemeenten. Mogelijk vraagt dit ook van het sociaal werk dat het zich meer gaat verzetten tegen kort-cyclische en operationele verantwoording die gemeenten gewend zijn te vragen.

Waarom het nodig is:

Momenteel is het zo dat sociaal werk organisaties hoofdzakelijk bekostigd worden door gemeenten, dat deze bekostiging veelal kort-cyclisch is en verlenging daarvan onzeker is. Daarbij horen doorgaans beleidsmatige keuzes van gemeenten die operationeel van karakter zijn en vooral op input/output zijn gericht, en minder op impact. Veel aandacht van sociaal werk organisaties gaat daarom uit naar het voldoen aan de voorwaarden van de kort-cyclische bekostiging (operationeel, actiegericht, verantwoorden op aantallen bijeenkomsten, deelnemers, et cetera). Volgend jaar is vorig jaar, plus of min een beetje. Daardoor is de ruimte om gericht te werken aan maatschappelijke impact gering. Dit draagt er ook toe bij dat er weinig andere financiers dan gemeenten beschikbaar zijn.

Wat je ermee kunt bereiken:

Als het sociaal werk meer vanuit lange(re) termijn strategieën gaat handelen kan het zijn bijdrage en de impact daarvan vergroten. Het kan daarmee op z’n minst duidelijk maken dat het werken aan maatschappelijke impact, zoals gevraagd wordt vanuit IZA, GALA en WOZO, niet in één jaar te realiseren is. Het sociaal werk dwingt zichzelf, zijn financiers en de belangrijkste relaties in het netwerk, daarmee tot het toewerken naar meerjarige afspraken en het benoemen van (tussen)resultaten die uiteindelijke de benodigde impact gaan leveren. Daarmee wordt naar de financiers duidelijk dat IZA, GALA en WOZO leiden tot heroverweging van de bekostiging van sociaal werk.

Het sociaal werk kan daardoor meer gericht gaan nadenken over de benodigde randvoorwaarden om tot de beoogde impact te komen, bijvoorbeeld in termen van personeel, interventies en relaties. Het methodisch handelen komt daarmee meer centraal te staan. Dit lijkt een belangrijke voorwaarde voor de duurzame bijdragen aan de transformatie van de zorg op langere termijn. Als dit slaagt dan volgt het geld de benodigde inzet. Nu is dat vaak andersom; eerst de subsidie, dan de mensen. 

Met een meer strategische aanpak en een meerjarige bekostiging kan sociaal werk:

  • Een duurzame en consistente partner worden bij de domeinoverstijgende samenwerking in de zorg.
  • Toewerken naar zichtbare impact voor kwetsbare groepen in de bevolking, en daarmee bijdragen aan het oplossen van het zorginfarct.Draagvlak creëren voor het invullen van de benodigde randvoorwaarden voor die essentiële bijdrage.