Introductie
Introductie

Het sociaal werk zit in de haarvaten van de samenleving en versterkt de gezondheid en zelfredzaamheid van mensen. Daar ligt zijn kracht, én daarmee heeft het sociaal werk een belangrijke sleutel in handen voor het zorgstelsel dat onder druk staat. Zoals duidelijk wordt uit IZA, GALA en WOZO moet—om het zorgstelsel te ontlasten—de kracht van het sociaal werk beter benut worden. Daarvoor is een sterkere verbinding nodig tussen het sociaal werk en de zorg. Vanuit beide kanten moet er aan die verbinding gewerkt worden.
Het sociaal werk pakt deze handschoen op. Vanuit het sociaal werk is ons, bureau HHM, gevraagd wat het nog meer kan doen om de verbinding met de zorg te versterken. Na gesprekken met organisaties in het werkveld zien we een aantal sleutels tot succes.
Het is duidelijk dat het anders moet in de zorg. Het huidige zorgstelsel is onhoudbaar. De samenleving vergrijst. Daardoor zal de vraag naar zorg verder toenemen, terwijl we nu al tegen de grenzen aanlopen van wat de zorg kan leveren. De tekorten aan zorgpersoneel en ook de kosten zullen verder toenemen. De uitdagingen zijn enorm. Er is een transformatie nodig om in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden. De focus moet van zorg naar gezondheid. Maar hoe moet dat er dan uitzien? En hoe komen we daar? Dat moet met elkaar ontdekt worden. Hiervoor zijn op verschillende plaatsen al eerste stappen gezet, maar er is nog een lange weg te gaan in de transformatie.
Deze transformatie heeft meer richting en momentum gekregen met de komst van het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Met deze landelijke initiatieven is de benodigde transformatie hoger op de agenda gezet, wordt structuur en (financiële) ondersteuning geboden om deze te realiseren, en wordt ook geschetst waar het naartoe moet met de zorg. In het kort komt het erop neer dat de beperkte beschikbare middelen efficiënter ingezet moeten worden om mensen in de toekomst goede zorg te kunnen blijven bieden. En dat gaat niet alleen over het beschikbare personeel en geld voor de zorg. Er is meer nodig.

Een deel van de oplossing ligt aan ‘de voorkant’, voordat mensen (zwaardere) zorg nodig hebben. Aan deze ‘voorkant’ wordt gewerkt aan het vergroten van de gezondheid en zelfredzaamheid van mensen. Dit draagt er aan bij dat (zwaardere) zorg wordt voorkomen en/of wordt uitgesteld, waardoor mensen beter zijn geholpen en de zorg wordt ontlast. Hier wordt nu nog onvoldoende op ingezet. Ondersteuning kan vaak al eerder en dichterbij de mensen geboden worden; daarvoor is een ‘beweging naar de voorkant’ nodig. Om dat mogelijk te maken moet de zorg meer inzetten op preventie en met een bredere blik kijken naar wat patiënten/inwoners nodig hebben, of al eerder nodig hadden gehad. Maar dat kan de zorg niet alleen, deze opdracht moet breder opgepakt worden.

Om goede zorg te kunnen blijven bieden is er dus een beweging naar de voorkant nodig. Daarvoor moeten krachten gebundeld worden in domeinoverstijgende samenwerking op zowel lokaal als regionaal niveau. Betrokken partijen, die bijvoorbeeld zorg of ondersteuning bieden of dit financieren, worden uitgedaagd om met elkaar te kijken wat passende zorg en ondersteuning is en hoe dat met elkaar vormgegeven kan worden. Een partij die daarbij niet mag ontbreken is het sociaal werk. Het sociaal werk heeft een belangrijke sleutel in handen. Als wij het IZA, GALA en WOZO bekijken zien we dat het sociaal werk op verschillende plekken nodig is om de benodigde transformatie mogelijk te maken. Ook horen wij dit terug van zorgorganisaties. Zij onderstrepen het belang van het sociaal werk in de beweging naar de voorkant.