Resultaten
Resultaten
Proces en afspraken
Bij de start van het project Jeugd en Opgroeien in juni 2022 zijn alle verwijzers, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de productcodes die onder het project vallen, geïnformeerd vanuit de gemeente Stadskanaal. Het CJGV, de GGD en de huisartsen vormen een belangrijke schakel in de pilot. Zij maken namelijk vanuit hun expertise de beslissing of een casus aansluit bij het project en vormen daarmee voor inwoners de toegang tot deze voorliggende voorziening.
- 45A04 Individuele begeleiding basis
- 45A49 Groepsbegeleiding basis
- 45A51 Gezinsbegeleiding basis
Individuele ondersteuning
In de periode van 1 juli 2023 tot 30 juni 2024 hebben we 48 gezinnen ondersteund vanuit de pilot aangezien de casussen uit de voorgaande periode ook doorlopen. Van de 48 casussen hebben we er 34 kunnen afsluiten.
Naast de pilot 'Jeugd en Opgroeien' biedt Welstad ook gezinscoaching, waarbij de casuïstiek sterk overeenkomt met die van het project Jeugd en Opgroeien. Deze begeleiding sluit aan bij de eerder genoemde productcodes. We constateren dat de casuïstiek van het project vaak overlapt met onze reguliere jeugd- en opgroei casuïstiek. Dit is te danken aan onze grotere aanwezigheid op scholen, bij huisartsen en in de wijken. Hierdoor worden aanmeldingen vaak geregistreerd onder andere projecten, zoals Welzijn op Recept (voorheen ondersteuning sociaal domein) of gezinscoaching. Dit draagt bij aan ons doel: vroegtijdige interventie zonder de noodzaak van een indicatie of extra administratieve handelingen. Zo kunnen we jeugdhulp waar mogelijk voorkomen en afschalen naar het voorliggend veld.
Gezien deze overlap is het mogelijk dat casuïstiek geregistreerd onder gezinscoaching in feite onder de pilot 'Jeugd en Opgroeien' valt, en vice versa. Daarom vinden we het belangrijk om ook deze aantallen in deze rapportage te vermelden. In deze periode hebben we 79 gezinnen begeleid, waarvan we 52 casussen hebben kunnen afsluiten. In totaal gaat het dus om 127 casussen.
In de resultaatbeschrijving staan hieronder de cijfers van gezinscoaching naast de cijfers van de pilot 'Jeugd en Opgroeien' om zo een volledig beeld te schetsen. Bij het grootste deel van de casussen is gekozen voor een individueel traject. We kiezen voor een individueel traject wanneer een inwoner een hulpvraag heeft waarvoor op basis van de intake blijkt dat er meerdere gesprekken nodig zijn en het problematiek op meerdere domeinen betreft. Er wordt hierbij gewerkt met een concreet doel en plan. Een belangrijk kenmerk van onze ondersteuning is dat we de gezinnen vroegtijdig en kortdurend ondersteunen en een traject afsluiten zodra dit mogelijk is. Zie tabel 1 voor de verdeling van de casussen en voor een overzicht van de afgesloten casussen.
| Aantal trajecten | Jeugd en opgroeien | Waarvan afgesloten | Gezinscoaching | Waarvan afgesloten | Totaal casussen J&O en GC |
|---|---|---|---|---|---|
| Individueel traject | 37 | 28 | 57 | 35 | 94 |
| Informatie & advies | 3 | 3 | 6 | 6 | 9 |
| Leun en steun | 8 | 3 | 16 | 11 | 24 |
| Eindtotaal | 48 | 34 | 79 | 52 | 127 |
Ik heb mijn rust gevonden en heb weer meer vertrouwen in mensen gekregen. Ik kan het weer alleen aan.
Tabel 2 laat zien door welke organisatie de casuïstiek naar Welstad is verwezen. Hierbij valt op dat in totaal 31 casussen door het CJGV naar Welstad zijn verwezen. Andere belangrijke verwijzers zijn: scholen, gemeente GGD en ziekenhuizen. Daarbij hebben 55 gezinnen zich zelf bij Welstad gemeld met een ondersteuningsvraag. Enkele doelstellingen van de pilot 'Jeugd en Opgroeien' zijn: zonder indicatie en in een vroeg(er) stadium interveniëren en het voorkomen van jeugdhulp.
Aangezien 55 gezinnen Welstad hebben gevonden voor ondersteuning bij jeugd en opgroeien/ gezinscoaching kunnen we stellen dat we deze doelstellingen hebben behaald. Toch zullen we altijd aan onze bekendheid moeten werken om te zorgen dat nieuwe gezinnen ons kunnen blijven vinden.
Het merendeel van de gezinnen die gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning hebben nog niet eerder contact gehad met Welstad, bij Jeugd en Opgroeien geldt dit voor 72.5% van de gezinnen, bij gezinscoaching voor 71% van de gezinnen.
| Verwezen door | Jeugd en opgroeien | Gezinscoaching |
|---|---|---|
| CJGV | 24 | 7 |
| Zelf gemeld bij Welstad | 10 | 45 |
| School | 4 | 4 |
| Gemeente | 3 | 2 |
| Verwijzing intern | 3 | 2 |
| GGD | 2 | 6 |
| Overige | 2 | 2 |
| Ziekenhuis | 3 | |
| Sociaal werk andere gemeente | 2 | |
| Cosis | 1 | |
| Huisarts/POH | 1 | |
| OCRN Gz psycholoog | 1 | |
| Peuterwerk | 1 | |
| Schuldsupport | 1 | |
| Veilig thuis | 1 | |
| Eindtotaal | 48 | 79 |
Vanuit de pilot 'Jeugd en Opgroeien' zijn twee casussen terugverwezen naar het CJGV. Daarnaast hebben we twee andere casussen, die door ketenpartners naar ons waren verwezen, doorverwezen naar het CJGV. In tabel 3 staan alle verwijzingen weergegeven. Van de 127 casussen hebben we slechts 22 hoeven door te verwijzen. Dit betekent dat de meerderheid van de casussen succesvol in het voorliggend veld is opgelost, zonder dat een indicatie nodig was.
| Rijlabels | Jeugd en opgroeien | Gezinscoaching |
|---|---|---|
| CJGV | 4 | 2 |
| Zorginstelling | 1 | 4 |
| Extern | 1 | 1 |
| Gemeente, WMO | 1 | 1 |
| Vrijwilligersorganisatie | 1 | |
| GGZ instelling | 4 | |
| GGD | 1 | |
| Veilig thuis | 1 | |
| Totaal | 8 | 14 |
Eindelijk een hulpverlener die echt naar me luistert.
ZRM gegevens
Met behulp van de Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) brengen wij de hulpvraag en het niveau van zelfredzaamheid van de inwoner op dertien verschillende leefgebieden in kaart. Het onderstaande figuur toont de belangrijkste domeinen waarop casussen binnen het project Jeugd en Opgroeien en de gezinscoaching zijn gebaseerd. Waar inwoners bij onze reguliere ondersteuning vaak hulpvragen op het gebied van financiën hebben, valt op dat deze vragen binnen het project nauwelijks voorkomen. De ondersteuningsvragen binnen het project richten zich voornamelijk op sociaal-emotionele ondersteuning. Dit domein betreft de mate waarin ouders een omgeving bieden waarin hun kind zich sociaal-emotioneel gezond kan ontwikkelen. Bij het scoren van de zelfredzaamheid wordt gekeken of de ouder grenzen stelt, hier consequent in is, positief gedrag aanmoedigt, en of er sprake is van mishandeling of verwaarlozing. Dankzij de inzet van de ZRM wordt elke casus integraal benaderd, waarbij ook oog is voor talenten en mogelijkheden. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Jeugd en opgroeien | Gezinscoaching |
|---|---|---|
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) | 34 | 54 |
| Huiselijke relaties | 10 | 25 |
| Geestelijke gezondheid | 5 | 22 |
| Maatschappelijke participatie | 4 | 2 |
| Huisvesting | 0 | 5 |
| Tijdsbesteding | 3 | 4 |
| Scholing (Ouderschap) | 2 | 2 |
Je geeft me doordat je veel vragen stelt, nieuwe inzichten, daar heb ik veel aan.
Resultaten vertellen
Cijfers en verhalen versterken elkaar. Doormiddel van storytelling laten we het verhaal van de effecten van ons werk zien.
Praktijkvoorbeeld 1
Situatie:
Bij de aanmelding gaf het gezin aan veel angst en stress te ervaren in de opvoeding van hun kinderen. De druk vanuit hun omgeving maakte hen onzeker over hun aanpak. Dit leidde tot een melding bij Veilig Thuis door de buren, en betrokkenheid van het CJGV, wat hun onrust alleen maar vergrootte. Het gezin had een lange geschiedenis van hulpverlening en vond het moeilijk om vertrouwen te hebben in nieuwe hulpverleners.
Stappen:
In de eerste gesprekken was mijn doel om het vertrouwen van het gezin te winnen. Dit kon ik bereiken door afspraken na te komen, actief te luisteren, mee te denken en helder aan te geven hoe ik hen kon ondersteunen. Nadat er vertrouwen was opgebouwd, hebben we openhartige gesprekken gevoerd over hun opvoeding en waar de onzekerheid vandaan komt. We hebben deze onzekere gevoelens besproken en ik heb hen praktische tips gegeven om weerbaarder te worden voor toekomstige situaties.
Mijn rol was om de ouders in hun kracht te zetten door te wijzen op wat ze allemaal goed doen, hun sterke punten te belichten, zodat ze zelfstandig verder konden. Daarnaast heb ik hen geleerd hoe ze hun netwerk konden inzetten als ze het even moeilijk hadden. Na zeven intensieve gesprekken hadden ze voldoende tools om met meer zelfvertrouwen hun kinderen op te voeden. We hebben in goed overleg besloten om over te gaan naar een leun en steuntraject. De ouders gaven namelijk aan dat ze zich ervan bewust waren dat ze af en toe ondersteuning nodig hadden en ze vonden het prettig om een contactpersoon te hebben.
Resultaat:
De melding bij Veilig Thuis werd ingetrokken en het CJVG was niet langer betrokken. De ouders voelden zich gehoord en gezien, waardoor ze met meer zelfvertrouwen de toekomst tegemoet konden treden. Ze zijn zelfverzekerder geworden en gaven aan af en toe behoefte te hebben aan een gesprek om terugval in onzekerheid te voorkomen. Soms sturen ze een kort appje met een vraag, waarna ze de draad zelfstandig weer oppakken.
Praktijkvoorbeeld 2
Situatie: Annette* heeft contact opgenomen om haar dochter, Emma* (12 jaar), aan te melden voor een drie daagse weerbaarheidstraining. Er is een vermoeden van faalangst bij Emma, vooral omdat zij erg veel spanning ervaart bij nieuwe situaties. Daarnaast heeft Emma moeite om weerbaar te zijn in sociale interacties. Annette maakt zich zorgen over de start van het nieuwe schooljaar, aangezien alles nieuw zal zijn voor Emma, wat de spanning verder verhoogt. Emma ervaart een hoge mate van spanning rondom nieuwe gebeurtenissen, zoals de eerste schooldag op de middelbare school, en heeft moeite om ‘nee’ te zeggen of voor zichzelf op te komen in sociale situaties. Deze onzekerheid lijkt haar sociale weerbaarheid te beperken, wat haar faalangst versterkt. Moeder heeft behoefte aan zowel individuele gesprekken voor Emma als een aansluitende weerbaarheidstraining, georganiseerd door Welstad.
Stappen: In de individuele gesprekken met Emma kwam naar voren dat zij zich grote zorgen maakte over de eerste schooldag. Samen met de sociaal werker werd een lijst gemaakt van helpende en niet-helpende gedachten. Emma merkte op dat de lijst met helpende gedachten, zoals "Ik zie mijn vrienden weer" en "Ik krijg nieuwe spulletjes voor school", langer was dan de lijst met niet-helpende gedachten. Hoewel de spanning voor de eerste schooldag nog steeds aanwezig was, hielp het Emma om te zien dat er ook positieve aspecten aan de situatie waren. Dit zorgde voor enige verlichting van haar zorgen.
Tijdens deze gesprekken werd Emma ook voorbereid op de weerbaarheidstraining. Zo werd er besproken hoe ze zou kunnen leren om "nee" te zeggen wanneer ze iets niet wil, wat haar een gevoel van controle en zelfvertrouwen kan geven in toekomstige situaties.
Resultaat: Hoewel de drie daagse weerbaarheidstraining nog moet starten, hebben zowel Annette als Emma een duidelijk beeld van wat ze kunnen verwachten. De individuele gesprekken hebben geholpen om de periode tot aan de training te overbruggen. Emma voelt zich beter voorbereid op de uitdagingen van het nieuwe schooljaar en staat open voor het leren van nieuwe vaardigheden tijdens de training. Annette heeft aangegeven opgelucht te zijn dat Emma nu al enige vooruitgang heeft geboekt en kijkt vol vertrouwen uit naar de volgende stappen.
Collectieve ondersteuning
Zoals ook in bovenstaand voorbeeld duidelijk wordt bieden we naast de individuele ondersteuning ook groepsbegeleiding. Uitgangspunt hierbij is preventief werken vanuit het voorliggend veld. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de weerbaarheidstrainingen voor basisschoolkinderen, waarin we niet alleen hele klassen trainen, maar ook specifieke groepen zoals jongens of meiden. Deze trainingen hebben een directe, positieve impact op het zelfvertrouwen en de sociale vaardigheden van de kinderen.
Daarnaast bieden we via Club Extra weerbaarheidstrainingen aan door middel van sport- en beweegactiviteiten. Tijdens deze lessen leren kinderen op een praktische manier om te gaan met belangrijke thema's zoals winnen en verliezen, samenwerken en het respectvol omgaan met anderen. Deze trainingen helpen hen sterker in hun schoenen te staan, zowel fysiek als mentaal, wat hun veerkracht en sociale weerbaarheid aanzienlijk vergroot. Door middel van deze trainingen kan het inzetten van jeugdhulp voorkomen worden. In onderstaande tabel is een overzicht te zien van de collectieve jeugdondersteuning en het bereik hiervan.
| Collectieve activiteiten | Aantal bijeenkomsten | Aantal deelnemers |
|---|---|---|
| Sterke Kinderen (Mozaïek groep 7) | 7 | 78 |
| Sterker in je schoenen | 4 | 52 |
| CLub extra | 22 | 30 |
| Sterke kinderen (Sint Antonius, Musselkanaal) | 4 | 28 |
| weerbaarheidstraining Maarsborg | 6 | 28 |
| Sterke kinderen Willibrord | 2 | 26 |
| Schoolpleinrondes | 2 | 20 |
| Weerbaarheidstraining de Hochte, Alteveer | 9 | 20 |
| Sterke Kinderen (Piet Prins groep 7/8) | 8 | 16 |
| Sterke kinderen Oleander | 10 | 16 |
| Weerbaarheidstraining groep 8 Mozaïek | 4 | 16 |
| Straatwerk Jongerenwerk | 3 | 13 |
| 3- daagse weerbaarheidstraining Sterke kinderen | 4 | 8 |
| Groep voor neurodiverse jongeren | 2 | 5 |
| Sterke Meiden | 10 | 4 |
| KISS MY A.S.S. | 3 | 3 |
| Eindtotaal | 100 | 363 |