4. Samenstelling en honorering
4.1 Samenstelling en honorering
De RvT bestond in 2025 uit zes leden. Alle RvT-leden hebben volgens de statuten van Tintengroep een zittingstermijn van drie jaar, met de mogelijkheid van twee herbenoemingen voor een periode van drie jaar. In de nieuwe Governancecode Sociaal Werk 2025 die medio december 2025 beschikbaar kwam, is opgenomen dat in principe wordt uitgegaan van een benoemingstermijn van vier jaar met een eventuele herbenoeming of twee keer een benoeming van drie jaren. De statuten van Tintengroep behoeven daarvoor een wijziging, dit punt zal worden meegenomen bij een volgende aanpassing van de statuten.
De leden treden af volgens een door de RvT vastgesteld rooster. De raad is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, het bestuur en andere mogelijke belanghebbenden, onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Voorts is ingezet op een zo goed mogelijke vertegenwoordiging van verschillende kennisdomeinen binnen de raad. Tijdens de zelfevaluatie werd geconstateerd dat er een goede balans is in de diversiteit als het gaat om gender, leeftijd, achtergrond, kennis en kunde, de leden vullen elkaar goed aan. De omvang van zes leden werkt eveneens naar tevredenheid, het is niet noodzakelijk een oneven aantal leden te hebben.
In verband met het verstrijken van zijn derde termijn is in het najaar de werving van een nieuw RvT-lid ter vervanging van dhr. Jellema (voorzitter Auditcommissie) in gang gezet.
Voor een volledig overzicht van de toezichthouders per 31 december 2025 wordt verwezen naar de bijlage.
4.2 Herbenoemingen
In de RvT-vergadering van december zijn dhr. Van der Wijk en dhr. Hobma voor een tweede termijn benoemd. Daaraan voorafgaand zijn door de Remuneratiecommissie gesprekken met hen gevoerd, en is met hen bekeken of hun profielen en inzet nog passen bij de fase van organisatieontwikkeling van Tintengroep. Deze gesprekken hebben in beide gevallen tot een positief advies aan de RvT tot herbenoeming geleid.
4.3 Honorering
Ten aanzien van de huidige honorering van de RvT is het advies van de NVTZ als uitgangspunt genomen, waarbij de RvT heeft besloten het honorarium van de RvT respectievelijk 5% (lid) en 7,5% (voorzitter) te laten zijn van het WNT-bezoldigingsmaximum dat op de bestuurder van toepassing is. Afwegingen die bij de totstandkoming van deze regeling onder meer een rol speelden, zijn de toenemende complexiteit en intensiteit van het domein waarbinnen de organisatie opereert, de groei van de organisatie en de toenemende druk op toezichthouders om zich in hun rol nadrukkelijker te profileren en verantwoording af te leggen in het maatschappelijk domein. Dit is zowel binnen de maxima van de WNT 2026 (respectievelijk 10% en 15%), als binnen de NVTZ-adviesregeling 2026 (8% en 12%).
In het kader van de transparantie van declaraties door de RvT en RvB is in het najaar van 2024 een regeling opgesteld.
