
Resultaten
Proces en afspraken
Bij de start van het project Jeugd en Opgroeien in juni 2022 zijn alle verwijzers, die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de productcodes die onder het project vallen, geïnformeerd vanuit de gemeente Stadskanaal. Het CJGV, de GI’s en de huisartsen vormen een belangrijke schakel in de pilot. Zij maken namelijk vanuit hun expertise de beslissing of een casus aansluit bij het project en vormen daarmee voor inwoners de toegang tot deze voorliggende voorziening.
- 45A04 Individuele begeleiding basis
- 45A49 Groepsbegeleiding basis
- 45A51 Gezinsbegeleiding basis
- 45G01 Gezinsbegeleiding laagfrequent
Deze 144 casussen worden ondergebracht in de voorliggende voorziening. Hierin zijn eventuele nieuwe aanmeldingen in meegenomen op basis van data uit voorgaande jaren. De gezamenlijke verwachting is dat niet ieder gezin gebruik wil maken van deze voorliggende voorziening. Mogelijke oorzaken waar rekening mee gehouden wordt zijn; de verandering in de vorm van hulpverlening, veranderingen in de hulpverlenende organisatie en verandering in hulpverlening in de persoon die de begeleiding uitvoert.
Aanmeldingen
Beide GI’s zien, in het gedwongen kader waarmee ze te maken hebben, belemmeringen voor zich rondom de toeleiding van casussen naar een voorliggende voorziening. Er wordt een vervolg afspraak gepland om gezamenlijk deze belemmeringen te verkennen.
Door verschillende omstandigheden in de periode van november 2022 tot april 2023 is een wachtlijst ontstaan binnen zowel het project Jeugd en Opgroeien als de reguliere opdracht aan Welstad omtrent jeugdmaatschappelijk werk. Daarnaast bleken casussen complexer dan aanvankelijk gedacht. Hierdoor konden casussen minder snel afgerond worden. Daarom is vanuit de overgangsafspraken tussen het CJGV en Welstad gebruik gemaakt van de mogelijkheid om indicaties met een korte duur te verlengen. Deze indicaties zullen de komende periode opnieuw aflopen. Deze aflopende indicaties zullen op dat moment aangemeld worden bij Welstad. Dit betekent dat wij de komende periode relatief meer aanmeldingen verwachten voor het project.
| Aanmelder |
Aantal aanmeldingen |
| CJGV |
39 |
| GI’s |
- |
| Huisartsen/OJG’ers |
- |
Resultaten (cijfers)
Bij het grootste deel van deze casussen (33 van de 39) wordt gekozen voor een individueel traject. We kiezen voor een individueel traject wanneer een inwoner een hulpvraag heeft waarvoor op basis van een intake blijkt dat er meerdere gesprekken nodig zijn en het problematiek op meerdere domeinen betreft. Binnen een individueel traject wordt er gewerkt aan een concreet doel/plan.
Trends
Bij de interpretatie van onderstaande aantallen is het goed om te weten dat de individuele trajecten binnen het project over het algemeen complexer zijn en daarmee meer tijd vragen dan de reguliere casuïstiek binnen Welstad.
| Totaal aantal casussen opgestart en afgesloten, per ondersteuningsvorm |
||
| Opgestart |
Afgesloten |
|
| Individuele trajecten |
33 |
12 |
| Leun en steun |
2 |
0 |
| Informatie en advies |
4 |
4 |
Het verloop van de aanmeldingen (zie figuur 1) en de verschillen hierin zijn te verklaren door het aflopen van indicaties, nieuwe aanmeldingen bij het CJGV en de wachtlijst bij Welstad. Dit had invloed op het wel of niet tijdelijk verlengen van indicaties in plaats van het aanmelden van nieuwe casussen bij het project Jeugd en Opgroeien.
Figuur 1: Aantal casussen opgestart per maand
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Maand | opgestart |
|---|---|
| jun 22 | 5 |
| jul 22 | 7 |
| aug 22 | 4 |
| sep 22 | 0 |
| okt 22 | 2 |
| nov 22 | 6 |
| dec 22 | 2 |
| jan 23 | 2 |
| feb 23 | 2 |
| mrt 23 | 1 |
| apr 23 | 3 |
| mei 23 | 0 |
| jun 23 | 5 |
Recidive
De casussen die we binnen het project tegenkomen betreffen voor een groot deel (82%) inwoners die nog niet eerder bij Welstad een traject hebben gevolgd. We krijgen hiermee een nieuwe doelgroep in beeld.
7 recidive casussen
waarvan 2 met dezelfde vraag en 5 met een nieuwe vraag
Figuur 2: Leeftijdsopbouw
Over het algemeen wordt er binnen het project geregistreerd op de naam van de ouder(s). Dit maakt dat het grootste deel van de inwoners binnen de pilot in de leeftijdscategorie van 28 tot en met 47 jaar valt. In de praktijk zien we veel jongeren en kinderen die aangemeld worden.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie2 | Aantal casussen |
|---|---|
| 0 - 4 jaar | 1 |
| 4 - 12 jaar | 5 |
| 12 - 18 jaar | 5 |
| 18 - 27 jaar | 3 |
| 28 - 37 jaar | 12 |
| 38 - 47 jaar | 12 |
Waar wonen inwoners die participeren in het project?

Verwijzingen
Vanuit het project Jeugd en Opgroeien zijn drie afgesloten casussen weer terug verwezen naar het CJGV en één casus naar een GGZ instelling. Dat betekent dat de meerderheid van de casussen in het voorliggend veld zijn opgelost en geen indicatie meer nodig hadden.
16 afgesloten casussen, waarvan
3 doorverwezen naar het CJGV en 1 doorverwezen naar een GGZ instelling
Intensiviteit
In onderstaande tabel is de doorlooptijd en het aantal contactmomenten van de individuele trajecten binnen het project Jeugd en Opgroeien vergeleken met die van alle individuele trajecten binnen Welstad.
| Gemiddelde doorlooptijd individuele trajecten Jeugd en Opgroeien |
Gemiddelde doorlooptijd individuele trajecten geheel Welstad |
Gemiddeld aantal contactmomenten individuele trajecten Jeugd en Opgroeien |
Gemiddeld aantal contactmomenten individuele trajecten geheel Welstad |
| 203 dagen |
184 dagen |
10,7 contacten |
7,5 contacten |
Bij de intake van een individueel traject maken wij, op basis van informatie uit de aanmelding en het aantal uitdagingen (in verschillende leefgebieden), een inschatting van de complexiteit en zwaarte van een traject. We zien dat de helft van de inwoners binnen het project te maken hebben met 2 a 3 vraagstukken op verschillende leefgebieden waarbij zij 6 of meer gesprekken naar verwachting nodig hebben. We zien dan ook dat er binnen het project regelmatig sprake is van een combinatie waarbij zowel ouders een hulpvraag hebben als de jongere. Bij de reguliere ondersteuning binnen Welstad volstaan bij de meerderheid van de casussen minder dan 5 gesprekken.
Figuur 3: zwaarte
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Zwaarte hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 1 gesprek / info en advies (licht) | 1 |
| 2 - 5 individuele gesprekken | 5 |
| 6 of meer gesprekken (zwaar) | 18 |
| Leun en steun | 2 |
Figuur 4: complexiteit
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Complexiteit hulpvraag | Aantal casussen |
|---|---|
| 1 probleem (niet complex) | 8 |
| 2 of 3 problemen (redelijk complex) | 15 |
| meer problemen ( zeer complex) | 3 |
ZRM gegevens
Met behulp van de ZRM (zelfredzaamheid-matrix) brengen wij de hulpvraag en de mate van zelfredzaamheid op dertien verschillende domeinen (leefgebieden) van de inwoner in kaart. Onderstaand figuur laat zien op welke hoofddomeinen[1]casussen binnen het project Jeugd en Opgroeien zijn gebaseerd. Waar de inwoners binnen onze reguliere ondersteuning vooral hulpvragen op het gebied van financiën tegenkomen, valt het op dat inwoners binnen het project hier vrijwel geen vragen over hebben. Ondersteuningsvragen binnen het project hebben vooral betrekking op het domein sociaal emotionele ondersteuning. Dit domein gaat over de mate waarin de ouder zorgt voor een omgeving waarin het kind zich sociaal-emotioneel gezond kan ontwikkelen. Bij de score op zelfredzaamheid wordt hierbij gekeken of de ouder grenzen stelt, hierin consequent is, positief gedrag bekrachtigt en of er sprake is van mishandeling/verwaarlozing[2]. Door de inzet van de ZRM wordt een casus integraal bekeken, waarbij aandacht is voor talenten en mogelijkheden. Dit sluit aan bij het gedachtegoed van Positieve Gezondheid.
[1] Hoofddomeinen zijn de domeinen op de ZRM waar de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking op heeft. Per inwoner kunnen er meerdere (hoofd)domeinen ingevuld worden.
[2] Handleiding ZRM. (2017).
Figuur 5: Op welke ZRM- domeinen hebben de hulpvragen betrekking?
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Aantal casussen |
|---|---|
| Instrumentele ADL | 1 |
| Lichamelijke gezondheid | 1 |
| Middelen gebruik | 1 |
| Opvang | 1 |
| Scholing | 1 |
| Financien | 2 |
| Werk & Opleiding | 2 |
| Sociaal netwerk | 2 |
| Maatschappelijke participatie | 3 |
| Geestelijke gezondheid | 4 |
| Huiselijke relaties | 13 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning | 28 |
Resultaten vertellen
Cijfers en verhalen versterken elkaar. Doormiddel van storytelling laten we het verhaal van de effecten van het sociale werk zien.
Praktijkvoorbeeld 1
Casus
Jos (16) wordt bij het project Jeugd en Opgroeien aangemeld. Jos heeft moeite met het aangaan van sociale contacten, waardoor hij in de loop van de tijd in een sociaal isolement terecht is gekomen. Er is in het gezin veel hulpverlening betrokken (school, CJGV, leerplicht, hulpverlening moeder).
Aanpak
Vanuit het project is besloten om het jongerenwerk in te zetten. De focus daarbij zat op het aansluiten bij Jos door gezamenlijk te kijken waar talenten en mogelijkheden liggen. Door laagdrempelig het contact aan te gaan waarbij Jos regie had over zijn eigen hulpvraag heeft hij samen met het jongerenwerk een eerste stap gezet. Na verkenning van de talenten en mogelijkheden kwam naar voren dat Jos blij wordt van gamen en hier eigenlijk ook erg goed in is. Door hierin te zoeken naar mogelijkheden, wisten we samen Jos in contact te brengen met leeftijdgenoten die ook van gamen houden. Deze gezamenlijke interesse, biedt Jos handvatten om weer het contact aan te gaan met anderen. Door deze succeservaring kreeg Jos beetje bij beetje meer zelfvertrouwen en motivatie om weer te investeren in sociale contacten.
Resultaat
In het contact met Jos is het gelukt om hem stapsgewijs uit zijn sociale isolement te laten komen. Hij neemt inmiddels deel een collectieve voorziening vanuit Welstad; het Game Café. Hier maakt hij contact met leeftijdsgenoten en is hij in beeld bij het jongerenwerk. Jos geeft aan dat hij geen vertrouwen heeft in hulpverleners, hij heeft het gevoel dat er meer over hem gesproken wordt dan dat er mét hem gesproken wordt. Ondanks deze uitspraak is er een vertrouwensrelatie opgebouwd tussen de jongere en het jongerenwerk door in te zetten op wensen en talenten. Jos heeft door deze ervaring weer meer vertrouwen in hulpverlening. Door de inzet van het jongerenwerk en het collectieve aanbod vanuit Welstad kan er afgeschaald worden in de één op één begeleiding van Jos.
Praktijkvoorbeeld 2
Casus
Op de aanmeldlijst staat een casus (een alleenstaande moeder, met een lichte verstandelijke beperking) waarbij de inzet van een gezinscoach (vanuit Jeugd en Opgroeien) gewenst is. Het inplannen van de eerste afspraak met de moeder blijkt lastig te zijn. Afspraken worden continu afgezegd. Eenmaal contact met moeder besluit de gezinscoach hierover het gesprek aan te gaan met moeder.
Aanpak
Tijdens het eerste gesprek is de hulpvraag van moeder verkend. Moeder geeft aan dat ze op dit moment geen ondersteuning nodig heeft, het gaat goed met haar en haar gezin. Na een tijdje doorvragen verteld moeder dat het niet terug kunnen vallen op een hulpverlener, zoals zij dit ervaren heeft vanuit Cosis, haar eigenlijk wel veel onrust geeft. Haar begeleider vanuit Cosis kwam alleen als er iets speelde en niet structureel. De gezinscoach besluit samen met moeder om een leun en steuncontact op te starten. Dit betekent dat het dossier en daarmee de betrokkenheid met het gezin actueel blijft. Moeder kan terugvallen op de gezinscoach en de gezinscoach neemt om de zoveel tijd contact op met moeder om de drempel hierin laag te houden. Daarnaast worden deze contactmomenten ingezet om moeder te laten ervaren dat het haar ook lukt zonder het leun en steuncontact. Ook zal er ingezet worden op het sociale netwerk van moeder bij situaties die voor deze moeder reden zijn om te willen overleggen of hulp te vragen. Hiermee wordt ingezet op het versterken van de draagkracht van de moeder en haar netwerk.
Resultaat
We zien dat moeder krachtiger is geworden. Ze voelt zich meer vertrouwd bij de opvoeding van haar kinderen. Ze heeft een contactpersoon waar ze op terug kan vallen. Daarnaast wordt het leun en steun contact ingezet om het netwerk te versterken en leert moeder op haar eigen tempo weer in haar kracht te staan. Een indicatie is hierbij niet meer nodig.
Praktijkvoorbeeld 3
Casus
Tineke zal na de zomervakantie de overstap maken van het speciaal onderwijs naar regulier onderwijs. In de aanmelding bij Jeugd en Opgroeien wordt gevraagd om Tineke hierbij te begeleiden. Hierin zou extra ondersteuning geïndiceerd worden vanuit Cosis.
Aanpak
Bij de eerste kennismaking geeft Tineke aan deze hulp niet nodig te hebben. Er is gekeken naar de situatie van de jongere en de begeleiding die de school hierin aanbiedt. Op afstand is gevolgd en geconcludeerd dat de overstap inderdaad soepel verloopt en Tineke weinig tot geen problemen ervaart. De casus is omgezet naar een leun en steuncontact waarbij de ondersteuning afgeschaald wordt. Het leun en steuntraject kan naar verwachting, in afstemming met Tineke en haar ouders, al snel worden afgesloten.
Resultaat
Tineke heeft regie gevoerd over haar eigen vraagstuk. Vanuit Welstad is aangesloten bij de Tineke en haar hulpvraag. Een indicatie bij Cosis is hierbij niet meer nodig. De jongere heeft gevoeld dat zij hierin mee mag en kán denken. Zo heeft zij kunnen ervaren dat het haar zelf is gelukt om succesvol de overstap naar het reguliere onderwijs te maken.