Spring naar inhoud

Cijfermatige rapportage

1.1 Overzicht individuele ondersteuning

​1.1. Overzicht individuele ondersteuning

In dit cijfermatige gedeelte van de rapportage wordt met behulp van tabellen en grafieken inzicht geboden in de inzet en omvang van de ondersteuning in 2025. Onze individuele ondersteuning is te verdelen in drie ondersteuningsvormen, namelijk:

  • Informatie en advies: een ondersteuningsvraag valt onder 'informatie en advies' wanneer een inwoner een relatief eenvoudige vraag heeft, die in de meeste gevallen in één contactmoment beantwoord kan worden. 
  • Leun- en steuncontacten: in vergelijking met individuele trajecten gaat het bij leun- en steuncontacten om hulpvragen die minder frequente ondersteuning van ons vragen. Het gaat hierbij vooral om ‘de vinger aan de pols’ houden.   
  • Individuele trajecten: wij kiezen voor een individueel traject wanneer een inwoner een hulpvraag heeft die frequente ondersteuning van ons vraagt. Gedurende een individueel traject werken wij naar een concreet doel toe.

In figuur 1 zijn de aantallen per ondersteuningsvorm weergegeven. De aantallen van 2025 zijn hier naast de drie voorafgaande jaren gezet. Het gaat hier enkel om casussen die in het betreffende jaar als nieuwe casus zijn opgestart. Daarbij valt het volgende op: 

  • In het aantal individuele trajecten zien we een stijgende lijn. Dit zien we niet alleen terug in onze data, maar ook de sociaal werkers gaven aan dat zij het afgelopen jaar een toenemende drukte hebben ervaren. Met het schoolmaatschappelijk werk op de basisscholen en Welzijn op Recept hebben we een nieuwe doelgroep bereikt. Naar aanleiding van de stijging van individuele vragen verkennen we welke vragen we collectief op kunnen pakken. Een voorbeeld van een collectieve activiteit waarbij we inspelen op vragen vanuit het basisonderwijs is de Brugklastraining.
  • Ook het aantal informatie- en adviesvragen is gestegen. Intern is aandacht besteed aan de registratie van deze ondersteuningsvorm.

Figuur 1: Aantal nieuw opgestarte casussen in 2025.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Periode 2022 2023 2024 2025
Informatie en advies 473 459 576 957
Leun en steun 25 21 22 51
Individuele trajecten 381 407 486 509

Figuur 1 toont uitsluitend de in 2025 opgestarte casussen. Het aantal behandelde casussen in 2025 is hoger. Tabel 1 geeft het totaal aantal casussen weer dat in 2025 in behandeling was.

Bij individuele casussen hebben we inzicht in het aantal ondersteuningsvragen per team. Tabel 1 geeft het aantal ondersteuningsvragen van team Oost (Steenwijk) en team Noord-Zuid (buitengebied) weer. De adressen buiten de gemeente Steenwijk betreffen voornamelijk schoolmaatschappelijk werk casussen. De onbekende adressen zijn met name afkomstig van de informatie- en adviesvragen.

Tabel 1: Aantal behandelde casussen per gebied. 

  Individuele trajecten Leun en steun Informatie en advies
Team Oost (Steenwijk) 354 33 627
Team Noord-Zuid (buitengebied) 235 47 305
Buiten de gemeente 21 2 5
Gemeentebreed of onbekend 55 3 77
Totaal aantal behandelde casussen 665 85 1014

Daarbij valt het volgende op: 

  • Het aantal individuele ondersteuningsvragen van team Oost (Steenwijk) ligt hoger dan het aantal van team Noord-Zuid (buitengebied). 
  • Onze teams werken zoveel mogelijk gebiedsgericht. Bij een ongelijkmatige toestroom van ondersteuningsvragen kunnen de teams onderling casussen van elkaar overnemen.

1.2 De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)

​1.2 De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM)

Met behulp van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) brengen wij de hulpvraag en de mate van zelfredzaamheid van inwoners in kaart op verschillende leefgebieden. Figuur 2 geeft een overzicht van de vijf hoofddomeinen waarop de individuele trajecten in 2025 gericht waren. 

  • Het merendeel van de individuele trajecten had betrekking op het domein geestelijke gezondheid of financiën. 
  • Vergeleken met 2024 is het aantal individuele trajecten dat betrekking had op de domeinen geestelijke gezondheid, financiën en huiselijke relaties nagenoeg gelijk gebleven.
  • Een wijziging ten opzichte van vorig jaar is dat het domein maatschappelijke participatie is opgenomen in het overzicht, terwijl het domein huisvesting er niet langer in staat. Het aantal hulpvragen rondom maatschappelijke participatie is dan ook toegenomen, terwijl het aantal hulpvragen rondom huisvesting is afgenomen.
  • Met name binnen het schoolmaatschappelijk werk komen veel ondersteuningsvragen op het gebied van geestelijke gezondheid voor. Van de schoolmaatschappelijk werk casussen had 88,3% betrekking op het ZRM-domein geestelijke gezondheid.

Figuur 2: De vijf meest voorkomende ZRM-domeinen binnen individuele trajecten.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

ZRM Hoofddomein Aantal casussen
Geestelijke gezondheid 236
Financien 210
Huiselijke relaties 93
Maatschappelijke participatie 65
Sociaal netwerk 58

De hoofddomeinen zijn de domeinen binnen de ZRM waarop de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking hebben. Per inwoner kunnen meerdere (hoofd)domeinen worden ingevuld. 

Door middel van een start- en eindmeting maken wij de mate van groei of stabilisatie in zelfredzaamheid inzichtelijk. Groei is daarbij niet in alle gevallen het doel van een traject; in sommige situaties is stabilisatie een passend en waardevol resultaat. In samenspraak met de inwoner wordt een concrete doelstelling geformuleerd ten aanzien van de gewenste ontwikkeling binnen een ZRM-domein. Deze doelstelling wordt aangeduid als de doelscore. 

In tabel 2 wordt in percentages weergegeven in hoeverre deze doelscores zijn gerealiseerd. Daarnaast zijn de cijfers over 2025 afgezet tegen de resultaten van de drie voorafgaande jaren. Daarbij valt het volgende op:

  • In 2025 is de doelrealisatie ten opzichte van 2024 duidelijk toegenomen, van 63,3% naar 73,8%. Deze stijging is opvallend, aangezien sociaal werkers aangeven dat de ondersteuningsvragen van inwoners complexer zijn geworden, wat doorgaans het realiseren van doelen bemoeilijkt. Een mogelijke verklaring voor de hogere doelrealisatie is de interne aandacht die is besteed aan zorgvuldige registratie en het formuleren van realistische doelstellingen.
  • De gemiddelde groei bij afsluiting van een individueel traject bedraagt +0,65 punt op de ZRM-schaal (1–5), waarbij 1 staat voor de laagste en 5 voor de hoogste mate van zelfredzaamheid.

Tabel 2: Doelrealisatie van individuele trajecten.

  2022 2023 2024 2025
Doelrealisatie in percentages 61,5% 55,2% 63,3% 73,8%

1.3 Leeftijdsopbouw individuele ondersteuning

​1.3 Leeftijdsopbouw individuele ondersteuning

Figuur 3 geeft de leeftijdsopbouw van de drie gezamenlijke individuele ondersteuningsvormen weer. Daarbij valt het volgende op:

  • Met de individuele ondersteuning worden de meeste inwoners in de leeftijdscategorie 35-45 jaar bereikt. Ook de leeftijdsgroep 45-55 jaar is sterk vertegenwoordigd. Binnen deze doelgroepen zien wij veel ondersteuningsvragen op het gebied van financiën, eenzaamheid, opvoeding en relatieproblematiek, waaronder echtscheiding. Een individueel traject sluit vaak het beste aan bij een dergelijke vraag, aangezien deze meestal complex is en maatwerk vereist.
  • Ten opzichte van 2024 zien we vooral verschillen in de aantallen bij de doelgroepen 55–65, 65–75, 75–85 en 85+. In deze leeftijdscategorieën is het aantal individuele ondersteuningsvragen relatief sterk toegenomen.
  • Vooral bij de oudste doelgroep, van 85+ jaar, is een duidelijke stijging in het aantal individuele trajecten zichtbaar. In 2024 werden er 26 individuele trajecten geregistreerd, in 2025 waren dit 42 individuele trajecten. Dit is een stijging van ruim 60 procent. Daarom is het wenselijk om de overlap tussen deze vraagstukken te onderzoeken en deze waar mogelijk collectief op te pakken.
  • Voor jeugd en ouderen zijn er relatief veel collectieve trajecten beschikbaar. Binnen deze groepen zijn de ondersteuningsvragen vaak minder divers, waardoor het gemakkelijker is om één gezamenlijk traject voor alle deelnemers te organiseren. Deze doelgroepen zijn daardoor minder sterk vertegenwoordigd binnen de individuele trajecten.

Figuur 3: Leeftijdsopbouw binnen de individuele ondersteuning.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Leeftijdscategorie Aantal individuele trajecten
0-4 1
4-12 64
12-18 64
18-27 86
27-35 91
35-45 158
45-55 107
55-65 95
65-75 91
75-85 83
85+ 42

1.4 Verwijzingen

​1.4 Verwijzingen

In tabel 3 vergelijken we het aantal verwijzingen naar en vanuit Sociaal Werk De Kop in 2025 met het aantal verwijzingen in 2023 en 2024. Wanneer onze dienstverlening niet aansluit bij de vraag van de inwoner, kiezen wij voor een warme overdracht naar een organisatie waarvan de hulp beter aansluit. In tabel 3 valt het volgende op:

  • Het aantal verwijzingen vanuit de gemeente is in 2025 stabiel gebleven ten opzichte van 2024. Het aantal verwijzingen bedroeg 58 in 2024 en 59 in 2025. Ook het aantal verwijzingen naar de gemeente bleef vrijwel gelijk, namelijk 23 verwijzingen in 2024 en 22 in 2025.
  • Het aantal verwijzingen vanuit de huisartspraktijken is vanaf 2023 behoorlijk gestegen, namelijk van 12 verwijzingen in 2023 naar 129 verwijzingen in 2025. In het laatste kwartaal van 2024 zijn we van start gegaan met het project Welzijn op Recept. Van de 129 verwijzingen vanuit de huisartspraktijken zijn er 75 afkomstig uit dit project, wat neerkomt op 58 procent van het totaal.
  • Het totaal aantal verwijzingen naar Sociaal Werk De Kop groeit door de jaren heen, terwijl het aantal verwijzingen vanuit Sociaal Werk De Kop juist afneemt.

Tabel 3: Verwijzingen naar en vanuit Sociaal Werk De Kop. 

  Doorverwijzingen naar Sociaal Werk De Kop Doorverwijzingen vanuit Sociaal Werk De Kop
Samenwerkingspartner 2023 2024 2025 2023 2024 2025
Gemeente - De Toegang 46 41 29 22 16 10
Gemeente - Werk en inkomen - 2 9 - - -
Gemeente - Overig 26 15 21 10 7 12
GGD 5 7 6 - - 1
Huisarts/POH 12 41 54 9 10 6
Ketenpartner 37 24 8 42 24 7
Onderwijs 39 42 58 - 2 3
Schuldhulpverlening - - - 4 3 0
Veilig Thuis 4 3 0 1 0 0
Vrijwilligersorganisatie of vereniging - - - - 2 6
Voorzieningenwijzer - - 12 - - 1
Woningcorporatie - 4 7 - - -
Zorginstelling - 14 14 - 2 4
Overig 17 7 4 19 24 17
Totaal 186 200 222 107 90 67

1.5 Klanttevredenheidsonderzoek

​1.5 Klanttevredenheidsonderzoek

Voor het realiseren van passende hulp op de juiste plek is het belangrijk dat inwoners onafhankelijk kunnen reflecteren op onze ondersteuning. In samenwerking met onderzoeksbureau Triqs hebben wij daarom een onafhankelijk klanttevredenheidsonderzoek (KTO) ontwikkeld. Het KTO is uitgezet onder inwoners die een individueel traject hebben afgerond of waarbij een leun- en steuntraject is beëindigd. Uit het KTO komt een gemiddeld cijfer van 8,8 naar voren (respons: 54 formulieren).

8,8 KTO

Dit is het gemiddelde cijfer uit ons klanttevredenheidsonderzoek met betrekking tot individuele casuïstiek.

1.6 Collectieve ondersteuning

1.6 Collectieve ondersteuning

Naast individuele ondersteuning bieden wij ook collectieve trajecten aan. Dit omvat begeleiding en training in groepsverband, evenals het ondersteunen en versterken van inwonersinitiatieven om deze duurzaam te maken. Bij deze collectieve ondersteuning zetten naast onze professionals ook ruim 100 vrijwilligers zich in. Vanuit het Steenwijkerlands Sport & Beweegakkoord organiseren we veel collectieve activiteiten, waardoor we een groot aantal inwoners bereiken. Deze aantallen zijn niet verwerkt in de onderstaande overzichten, maar worden afzonderlijk weergegeven in de rapportage van het Steenwijkerlands Sport & Beweegakkoord. Deze rapportage is opvraagbaar.

122 collectieven*

in 2024 waren dit er 151

854 bijeenkomsten

in 2024 waren dit er 748

8046 deelnemers

in 2024 waren dit er 7382

104 vrijwilligers

helpen ons bij de uitvoering 

* Het betreft het aantal collectieven met geregistreerde bijeenkomsten. Sinds 2025 is het totaal aantal collectieven te onderscheiden van het aantal collectieven met geregistreerde bijeenkomsten.

Figuur 4 laat de doelgroepen zien die wij bereiken met onze collectieve ondersteuning. Bij een collectief wordt vooraf een leeftijdscategorie vastgesteld. Figuur 4 geeft daarmee een algemene indeling en niet de daadwerkelijke leeftijden van de deelnemers. In de leeftijdsopbouw valt het volgende op: 

  • Het aanbod van collectieve trajecten voor jeugd en ouderen is relatief groot. De ondersteuningsvragen binnen deze groepen zijn vaak vrij uniform, waardoor één gezamenlijk traject voor alle deelnemers goed mogelijk is.
  • Hoewel de leeftijdscategorie van 27 tot 55 jaar de breedste leeftijdsrange beslaat, was het aantal collectieven ongeveer gelijk aan dat van andere leeftijdsgroepen. We bereiken met onze collectieve ondersteuning dus relatief weinig inwoners in deze leeftijdscategorie. Zoals eerder genoemd, zijn de ondersteuningsvragen van deze groep vaak zeer divers. Dit maakt dat we de vragen van deze doelgroep veelal op individueel niveau oppakken. Dit is terug te zien in de leeftijdsopbouw van de individuele ondersteuning (figuur 3).

Figuur 4: Leeftijdsopbouw collectieve ondersteuning.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Leeftijdscategorie 2025
0-4 65
4-12 92
12-18 99
18-27 107
27-55 100
55-65 117
65-75 117
75-85 114
85+ 98

We willen graag meer zicht krijgen op de impact van onze collectieve activiteiten. Daarom streven we ernaar om het afnemen van impactmetingen, bij deelnemers van deze activiteiten, onderdeel uit te laten maken van ons werk. De ervaring leert dat hiervoor concrete implementatiestappen nodig zijn in de praktijk. In 2025 zijn er in totaal 34 vragenlijsten ingevuld. In 2024 waren dit er iets minder, namelijk 30 vragenlijsten. Dit laat zien dat het uitvoeren van impactmetingen bij collectieven nog niet voldoende geïntegreerd is in ons dagelijkse werk.

De ingevulde vragenlijsten hebben betrekking op:

  • ZOO-vaardig (16 lijsten)
  • Jongeren in beweging (7 lijsten)
  • Oudercursus Positief Opvoeden (4 lijsten)
  • Werkgroep Omzien naar elkaar (3 lijsten)
  • In Eigen Hand (1 lijst)
  • Meidenmiddag (1 lijst)
  • Wijkvereniging De Gagels (1 lijst)
  • Workshop jongerenwerk (1 lijst)

In figuur 5 zijn de gemiddelde scores per thema op basis van de 34 ingevulde vragenlijsten weergegeven.

Figuur 5: Gemiddelde scores per indicator. 

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Erkend voelen 8,9
Klanttevredenheid 8,8
Participatie 8,8
Lichamelijke gezondheid 8,6
Activering 8,4
Inbedding 8,4
Opgelucht voelen 8,0
Zelfredzaamheid 7,8
Netwerkversterking 7,6
Verbonden voelen 6,8