
Impact dienstverlening
In dit hoofdstuk laten we de impact van onze dienstverlening zien met behulp van cijfers en de duiding hierbij.
Individuele ondersteuning
Welstad biedt inwoners gerichte, flexibele en effectieve ondersteuning bij het aanpakken van hun problemen, het verbeteren van hun welzijn en de kwaliteit van hun leven. Deze trajecten kenmerken zich door een actieve betrokkenheid van de inwoner, die zelf regie heeft over het proces. De eigen hulpvraag staat centraal en de begeleiding wordt afgestemd op de persoonlijke situatie, waardoor maatwerk en individuele aandacht gewaarborgd zijn.
Vormen van individuele ondersteuning:
- Individuele trajecten: Voor inwoners met een hulpvraag die meerdere gesprekken vereist. Na de intake wordt gewerkt aan een concreet doel of plan.
- Leun- en steuncontacten: Voor inwoners die behoefte hebben aan een laagdrempelig steuntje in de rug. Dit kan in de vorm van een vast aanspreekpunt dat contact onderhoudt en veranderingen in de situatie signaleert. Deze ondersteuning is minder intensief.
- Informatie en advies: Voor relatief eenvoudige vragen die doorgaans binnen een of twee contactmomenten kunnen worden beantwoord.
Figuur 1: Individuele ondersteuning
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaartal | 2025 | 2024 | 2023 |
|---|---|---|---|
| Individueel traject | 926 | 814 | 773 |
| Leun en steun | 129 | 213 | 268 |
| Informatie & advies | 827 | 1100 | 914 |
Figuur 1 laat een verschuiving van leun- en steuncontacten naar individuele trajecten zien. Waar het aantal leun- en steun contacten de afgelopen jaren aan het dalen is, is er een stijging te zien in het aantal individuele trajecten. Deze verschuiving kan verklaard worden door het feit dat we in de trajecten graag een doel willen hebben waar naartoe wordt gewerkt. Leun- en steuncontacten zijn soms erg langdurig en werken minder toe naar een doel.
Daarnaast zien we in de cijfers een daling in het aantal informatie- en adviesvragen. Het is echter belangrijk om deze ontwikkeling te nuanceren. De afname betekent niet per definitie dat er daadwerkelijk minder vragen worden gesteld. Niet alle informatie- en adviescontacten worden namelijk geregistreerd in deze cijfers. Zo worden de adviesvragen die via het Sociaal Werk op School binnenkomen niet meegenomen in deze registratie. Alleen al binnen het Sociaal Werk op School zijn er ruim 600 adviesvragen gesteld. Wanneer deze contacten worden meegeteld, stijgt het aantal informatie- en adviesvragen. Binnen de gehele Tintengroep zijn er ontwikkelingen rondom het registreren van informatie- en adviesvragen, hier is dus aandacht voor.
Figuur 2: Aantal opgestarte individuele trajecten en leun- en steuncontacten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaartal | Individueel opgestart | L&S opgestart |
|---|---|---|
| 2025 | 706 | 35 |
| 2024 | 486 | 75 |
| 2023 | 499 | 123 |
Figuur 2 laat zien dat het aantal opgestarte individuele trajecten de afgelopen jaren is toegenomen, terwijl het aantal opgestarte trajecten binnen leun- en steuncontacten juist afneemt. Deze ontwikkeling benadrukt de verschuiving van lichtere vormen van ondersteuning, naar individuele begeleiding.
Figuur 3: Aantal afgesloten individuele trajecten en leun- en steuncontacten
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaartal | Individueel afgesloten | L&S afgesloten |
|---|---|---|
| 2025 | 559 | 85 |
| 2024 | 535 | 130 |
| 2023 | 466 | 150 |
De cijfers over afgesloten trajecten in figuur 3 laten een vergelijkbaar beeld zien. Het aantal afgesloten individuele trajecten is toegenomen, terwijl het aantal afgesloten leun- en steuncontacten is afgenomen. Dit bevestigt de eerder gesignaleerde verschuiving naar meer intensieve en individuele vormen van ondersteuning, zowel bij de instroom als bij de afronding van trajecten.
Leeftijden
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | Individueel en leun en steun |
|---|---|
| 75+ | 163 |
| 65-75 jaar | 129 |
| 55-65 jaar | 122 |
| 27-55 jaar | 448 |
| 18-27 jaar | 123 |
| 12-18 jaar | 44 |
| 0-12 jaar | 23 |
Figuur 4: Leeftijdscategorieën
Figuur 4 laat zien dat wij met onze individuele ondersteuning alle leeftijdscategorieën bereiken. De leeftijdscategorie 27 tot 55 jaar beslaat bijna twee keer zo veel jaren als de andere categorieën, wat logischerwijs tot meer hulpvragen leidt. We zijn bij alle leeftijden goed zichtbaar. Hierbij is het van belang om te realiseren dat onze inzet rondom Sociaal Werk op School op een andere manier wordt geregistreerd en niet is meegenomen in deze diagram. Onze inzet op jeugd is in de praktijk dus hoger.
Verwijzingen individuele ondersteuning
Door het PR-team van Welstad en de samenwerking met de gemeente is er het afgelopen jaar ingezet op de vindbaarheid en zichtbaarheid van onze dienstverlening. Dit resulteert er in dat het grootste gedeelte van de inwoners ons zelf weet te vinden. Daarnaast verwijzen diverse ketenpartners inwoners door naar Welstad. In 2025 is er 308 keer naar Welstad verwezen. Belangrijke verwijzers zijn onder andere:
- Gemeente
- Huisartsen/Praktijkondersteuners Huisartsen (POH)
- Ketenpartners
- Centrum voor Jeugd, Gezin en Veiligheid (CJGV)
De samenwerking met onze ketenpartners is intensief en effectief. In 2025 konden we 83% van de trajecten succesvol afronden zonder verdere verwijzing. Bij 17% van de trajecten was een verwijzing wel nodig, in de onderstaande tabel is te zien waar wij naartoe hebben verwezen
| Doorverwezen naar | Aantal casussen afgesloten |
|---|---|
| Activiteit buiten Welstad | 4 |
| Bewindvoering/ budgetbeheer | 4 |
| Casemanagers dementie/team 290 | 1 |
| Geïndiceerde zorg | 19 |
| Gemeente | 12 |
| Gemeente WMO | 44 |
| GGZ | 5 |
| Huisarts/POH | 11 |
| Overig | 26 |
| Thuiszorgorganisatie | 4 |
| Verwijzen extern | 8 |
| Vrijwilligersorganisatie | 13 |
| Welstad collectieve activiteit | 3 |
| Welstad individueel traject | 21 |
| Zorginstelling | 4 |
Zelfredzaamheidsmatrix
Met behulp van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) brengen we de hulpvraag en het niveau van zelfredzaamheid van inwoners in kaart op dertien leefgebieden. Figuur 6 laat zien op welke vijf hoofddomeinen de individuele trajecten het meest betrekking hadden. Net als in voorgaande jaren staat geestelijke gezondheid bovenaan. Dit hangt samen met onze inzet binnen Welzijn op Recept, waar we veel inwoners met psychische klachten ondersteunen. Opvallend is dat huisvesting is gestegen van de vijfde naar de tweede plek. Dit laat zien dat de aard van hulpvragen verandert. Deze trend is ook landelijk te zien. Er zijn steeds meer mensen die tegen problematiek rondom huisvesting aan lopen.
Bij 76% van de afgesloten trajecten wordt de doelscore behaald of is groei zichtbaar. Dit laat zien dat onze ondersteuning niet alleen aansluit bij de veranderende hulpvragen, maar ook daadwerkelijk leidt tot merkbare vooruitgang in het dagelijks functioneren van inwoners.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Individueel traject 2025 | Individueel traject 2024 | Individueel traject 2023 |
|---|---|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 408 | 317 | 256 |
| Financien | 126 | 177 | 178 |
| Huiselijke relaties | 135 | 122 | 144 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) | 114 | 120 | 121 |
| Huisvesting | 145 | 98 | 93 |
Figuur 6: ZRM- domeinen
[1] Hoofddomeinen zijn de leefgebieden op de ZRM waar de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking op heeft.
Collectieve trajecten
Collectieve ondersteuning versterkt inwoners en gemeenschappen. Door samen te komen in cursussen of ondersteuningsgroepen vinden mensen herkenning, delen zij ervaringen en leren zij van elkaar. Dit levert niet alleen praktische handvatten op, maar ook verbondenheid en steun. Zo ontstaat een sterk gemeenschapsgevoel waarin mensen elkaar kennen en elkaar helpen. We verschuiven hiermee van intensieve, individuele trajecten naar een bredere, meer collectieve aanpak, waarin de kwaliteit van de ondersteuning centraal staat.
Daarnaast zorgt een collectieve aanpak voor een slimmer gebruik van tijd en middelen. Waar individuele trajecten vaak intensief zijn, bereiken we met collectieve trajecten meer mensen tegelijk, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de ondersteuning. Integendeel zelfs, de combinatie van professionele begeleiding en onderlinge uitwisseling levert vaak betere resultaten op.
Het is belangrijk om goed op te blijven letten op wat deelnemers nodig hebben, hoe de groep met elkaar omgaat en om, indien nodig, aanvullende individuele ondersteuning te bieden. Alleen zo kunnen we de voordelen van collectieve trajecten benutten zonder in te leveren op de kwaliteit van onze dienstverlening.
In 2025 hebben we binnen onze collectieve ondersteuning een breed en gevarieerd aanbod gerealiseerd. We hebben ingezet op het versterken van sociale netwerken, het bevorderen van lichamelijke gezondheid en het vergroten van maatschappelijke participatie. Bij de verschillende thema’s laten we de collectieve activiteiten terugkomen.
Het gaat hier niet om unieke deelnemers. Een inwoner kan aan meerdere trajecten of bijeenkomsten deelnemen. Niet bij alle collectieve trajecten zijn deelnemers of bijeenkomsten ingevuld, doordat het bijvoorbeeld ondersteuning aan vrijwilligers of zelforganisatie betreft. Vrijwilligers worden niet gezien als deelnemers en worden daarom onder een andere categorie geregistreerd.
| Type collectieve activiteit | Bijeenkomsten | Deelnemers |
|---|---|---|
| 1. Open groep met inloop | 2009 | 14041 |
| 2. Open groep eenmalig | 23 | 883 |
| 3. Gesloten groep | 252 | 4736 |
| 4. Ondersteuning zelforganisatie | 407 | 4511 |
| 5. Deelname aan netwerkoverleggen | 32 | |
| 2723 | 24171 |