Spring naar inhoud

Achter de schermen, maar midden in het leven

Hoe jongerenwerk en politie samen zien wat buiten beeld gebeurt

Voor jongeren lopen online en offline leven naadloos in elkaar over. Wat zich overdag afspeelt op het schoolplein krijgt later die middag of avond vaak een vervolg achter het scherm. Zichtbaar en voelbaar voor de jongeren zelf, maar vaak onzichtbaar voor hun omgeving. Een stroom berichten, een filmpje, een grap die net te ver gaat. Het is er allemaal, maar speelt zich af binnen de vierkante centimeters van een smartphone in de hand van een ander.

Ina Terpstra en Leon de Valk

Het begint klein

Juist daar kunnen situaties groter worden dan ze lijken. Voor jongeren is het lastig om in te schatten wanneer iets nog onschuldig is en wanneer niet meer. Wanneer je mee kunt lachen, snel geld kunt verdienen, of beter kunt afhaken. En als het eenmaal speelt, stopt het niet vanzelf. Dat maakt het een voedingsbodem voor criminelen die jongeren stap voor stap hun circuit in trekken. “Het begint vaak klein,” zegt Ina Terpstra. Jongeren die ineens dure schoenen dragen. Iemand die zich terugtrekt terwijl hij normaal juist open is. Momenten waarop je denkt: hier moet ik even scherp op zijn.

“Het gebeurt stap voor stap,” zegt Leon de Valk. “Voor jongeren voelt het vaak als iets waar je in mee moet, omdat anderen ook meedoen. Omdat het dichtbij gebeurt, tussen bekenden.” Het zijn zelden losse incidenten. Pas als je signalen naast elkaar legt, krijgt het betekenis.

Samen dichtbij; hetzelfde maar anders

Ina Terpstra beweegt zich dagelijks in de leefwereld van jongeren. Ze is jongerenwerker bij Vaart Welzijn en komt hen tegen op school, op straat en in de wijk. Ze hoort hun verhalen, ziet hoe groepen zich vormen en veranderen en merkt wanneer iets begint te schuiven. Soms zit dat in kleine dingen: wie stil wordt, wie juist nadrukkelijk aanwezig is, of wie andere keuzes begint te maken.

Leon de Valk kijkt naar diezelfde leefwereld, maar via een andere ingang. Als digitaal wijkagent volgt hij wat zich online afspeelt en hoe dat doorwerkt in het dagelijks leven. Groepsdruk, pesten, beelden die worden gedeeld. Vaak buiten het zicht van volwassenen. “Niet onder willen doen, erbij willen horen,” zegt hij. “Dat speelt overal, maar online gaat het sneller en blijft het langer hangen.”

De waarde van een bekend gezicht

Ina werkt sinds 2015 bij Vaart Welzijn. In die jaren was ze actief in verschillende wijken van Assen, eerst als buurtwerker, later als jongerenwerker. Ze is een vertrouwd gezicht voor jongeren. “Mijn werk is geen dag hetzelfde. En het mooiste is dat je een stukje met jongeren mee mag lopen.”

Dat meelopen betekent aanwezig zijn in hun dagelijks leven. Hun verhalen horen, zien hoe ze zich ontwikkelen en merken dat ze je later nog weten te vinden. “De afgelopen weken sprak ik veel jongeren die ik eerder begeleidde. Sommigen kwamen naar me toe op straat, anderen stuurden ineens een bericht via social media. Dan denk ik: nog steeds. Wat mooi.”

Patronen herkennen en samenwerken

Leon werkt als digitaal wijkagent en beweegt zich daarmee dicht op wat jongeren online doen. Waar Ina jongeren ontmoet in de wijk, volgt hij wat zich afspeelt in groepen, chats en netwerken. Hij ziet patronen ontstaan: gesprekken die verharden, beelden die rondgaan, groepen waarin de onderlinge druk toeneemt.

Dat deel van zijn werk speelt zich minder zichtbaar af, maar is niet minder nabij.“Ik kan niet altijd zien hoe groot iets lokaal is,” zegt hij. “Daarvoor heb ik anderen nodig.” Tegelijk ziet hij hoe situaties met elkaar verbonden zijn. Wat lokaal begint, kan zich online snel uitbreiden en andersom. Zijn rol zit in het signaleren, duiden en samenwerken: zien wat zich ontwikkelt, bepalen wanneer iets aandacht vraagt en dan de juiste mensen betrekken, intern en extern.

Groespdruk en verharding

De manier waarop jongeren meegetrokken worden in criminaliteit, grijpt in op de groepsdynamiek waarin groepen jongeren zich dagelijks bewegen. De behoefte om erbij te horen, status te krijgen of niet buiten de groep te vallen, maakt dat grenzen langzaam kunnen opschuiven. Wat eerst misschien ongemakkelijk voelt, kan binnen een groep al snel normaal worden. Zeker als niemand ingrijpt of het zelfs wordt aangemoedigd.

“Het begint vaak dichtbij en vertrouwd,” zegt Leon. “Groepsdruk speelt een grote rol. Niet onder willen doen, erbij willen horen.” Die druk stopt niet bij het schoolplein. Online gaat het door, zonder duidelijke pauze. “Er worden jaarlijks ruim 400.000 jongeren online gepest,” zegt hij. “En dat stopt niet na schooltijd.” In groepen worden beelden gedeeld soms openlijk, soms in besloten omgevingen. “Beelden van vernedering. Of geweld. Allen tegen één.” Soms gaat het verder. “Naaktbeelden van minderjarigen. Of andere strafbare feiten.” Veel jongeren realiseren zich niet wat de gevolgen zijn en dat alleen dat verspreiden van de beelden strafbaar is. “Daarom geven we voorlichting,” zegt Leon. “Aan jongeren, ouders en scholen. Want het besef ontbreekt vaak.” Ina ziet een bredere beweging. “De omgang is harder geworden. Harder taalgebruik. Iemand vernederen kan status geven.” Voor jongeren die al kwetsbaar zijn, kan dat diepe sporen nalaten.

Onderzoek naar ondermijning

In 2024 liet Tintengroep onderzoek doen naar ondermijning, uitgevoerd door de Thorbecke Academie, Rijksuniversiteit Groningen en Profacto. Daaruit blijkt: ondermijning begint vaak klein, bij mensen die zich niet gezien of gehoord voelen. Sociaal werkers spelen juist daar een belangrijke rol. 

Zij zijn dichtbij, herkennen signalen vroeg en bouwen aan vertrouwen in de wijk. Vaak zijn zij zelfs de laatsten bij wie mensen nog aankloppen. Het onderzoek benadrukt dat samenwerking essentieel is. Door kennis en signalen te delen. Bijvoorbeeld tussen sociaal werk, politie (online én in de wijk) en andere partners, ontstaat een completer beeld en kun je eerder handelen, zonder de vertrouwenspositie van de sociaal werker te verliezen. 

Kortom: ondermijning aanpakken begint met nabij zijn, goed kijken en samenwerken. En juist aan de voorkant.

Samen zien wat er gebeurt

Omdat online en offline voortdurend in elkaar overlopen is samenwerken essentieel. Ina en Leon zoeken elkaar op, net als andere partners. Ze delen signalen en leggen ze naast elkaar. “In het begin was de vraag of hier behoefte aan was,” zegt Ina. “Die was er zeker.” “We weten elkaar nu goed te vinden,” vult Leon aan. Bijvoorbeeld wanneer er online een oproep verschijnt. “Een fatbikerit,” zegt Ina. “Dan weet je dat er iets groots kan ontstaan.” “Die oproep zag ik ook,” zegt Leon. “Maar jullie weten beter hoe het lokaal leeft.” Door signalen te verbinden ontstaat overzicht. Wat speelt hier en vraagt dit om actie? “Als die signalen er zijn kan ik ook weer snel schakelen met de collega’s die hiervan af moeten weten.”

Wat het betekent

Naast dit soort momenten, zijn er ook veel persoonlijke situaties waarin zowel Leon als Ina op hun eigen manier bijdragen aan het welzijn van mensen. Ina vertelt over een jongen die slachtoffer werd van een vernederingsfilm. Ze kende hem al sinds hij jong was. “Hij durfde me te vertellen wat er was gebeurd en daarna ook zijn ouders.” Die ouders handelden snel, samen met school en politie. “Er is uiteindelijk een zitting geweest. En deze jongen heeft nu weer grip op wat er gebeurd is. Dat maakt echt verschil. Niet vluchten. Niet bevriezen. Maar handelen.”

Online weerbaar zijn; jong geleerd, oud gedaan

Hoe blijf je als ouder betrokken bij een wereld die zich grotendeels achter schermen afspeelt? Online weerbaarheid begint bij het samen begrijpen van wat zich online afspeelt. Door met je kind mee te kijken en het gesprek aan te gaan, help je hen om situaties te herkennen waarin grenzen vervagen en om daarin eigen keuzes te maken. “Die vraag wordt nog te weinig gesteld,” zegt Leon. “Wat is er online gebeurd vandaag?” Volgens hem en Ina begint dat gesprek al vroeg. “Rond een jaar of acht,” zegt Ina. “Als kinderen online gaan spelen.” Wat voor ouders onschuldig lijkt, is voor kinderen al een sociale wereld. “Meekijken. Vragen stellen,” zegt Ina. “Niet meteen sturen, maar begrijpen.” Zodat het gesprek vanzelfsprekend wordt en blijft. “Als je daar jong mee begint,” zegt ze, “blijft het makkelijker. Dan hoort het er gewoon bij.”

Onze inzet op scholen

Aanwezig voor jeugd

Ons jongerenwerk bij scholen wordt uitgevoerd vanuit

12 sociaalwerkorganisaties

We bereikten zo in 2025

17.000 jongeren

Zo zijn we in

Alle gemeenten

op middelbare scholen aanwezig

Met schoolmaatschappelijk werk (voortgezet onderwijs) zijn we vanuit

7 sociaalwerkorganisaties

aanwezig op scholen

en bereiken we in 2025

370 jongeren