Waar mensen samen betekenis maken
Voorwoord van Johan Brongers

Voorwoord van Johan Brongers
Pas geleden sprak ik een medewerker die met deze zin samenvatte waar zij in een gesprek de vinger achter wil krjgen: waar ligt voor jou nou echt de vraag. Die uitspraak van haar zegt iets wezenlijks over deze tijd. We leven in een samenleving waarin vraagstukken niet los van elkaar bestaan. Armoede, mentale gezondheid, opvoeden, wonen en meedoen raken en versterken elkaar. De vragen die inwoners stellen gaan vaak een laag dieper dan ze op het eerste gezicht laten zien. Of ze zijn zo complex geworden dat mensen zelf ook niet meer goed weten waar te beginnen. Juist daarom wordt ‘samen’ steeds belangrijker: samen met inwoners, met collega’s, met partners zoeken naar wat er werkelijk speelt.

Wie goed kijkt, ziet hoe die complexiteit het dagelijks leven binnendringt. Jongeren die vastlopen terwijl alles er ogenschijnlijk goed uitziet. Gezinnen die overeind proberen te blijven onder een stapeling van zorgen. Buurten waar samenleven niet meer vanzelf spreekt, maar wel noodzakelijk is. Het verhaal van Jami raakt precies aan die kern. Niet omdat het uitzonderlijk is, maar omdat het zo herkenbaar is. Jarenlang moest zij uitleggen, bewijzen, volhouden. Tot het moment waarop iemand zei: “Dat herken ik.” Dat ene zinnetje bracht iets fundamenteels: gelijkwaardigheid. Er hoefde niets meer verdedigd te worden. Ze mocht er zijn. In dat moment ontstaat iets wat je alleen samen kunt bereiken.
In andere verhalen komt datzelfde principe terug. Echte verandering begint bij gezien worden. Bij iemand die blijft luisteren. Bij samenwerken dat niet draait om systemen, maar om mensen. Soms is dat een docent, soms een sociaal werker, soms een ervaringsdeskundige of een buurtgenoot. Maar altijd is het iemand die samen met jou verder kijkt dan de eerste vraag. Sociaal functioneren krijgt daarin vorm: in relaties, netwerken en de verbindingen die mensen met elkaar aangaan.
Vanuit bestuurlijk perspectief roept dat een belangrijke vraag op: hoe organiseer je een organisatie zó dat dit samenwerken mogelijk blijft? Dat professionals de ruimte ervaren om te doen wat nodig is op het moment dat het ertoe doet? En dat samenwerking geen ‘moeten’ is, maar een vanzelfsprekend onderdeel van hoe we werken en wat we samen willen bereiken met inwoners en partners? De afgelopen periode is steeds duidelijker geworden dat dit vraagt om sturen op samenhang en bedoeling. Niet door alles vast te leggen, maar door helder te zijn over wat het werk moet ondersteunen. Die samenhang krijgt betekenis in de praktijk van alledag: in contacten, in netwerken en in het gevoel ergens bij te horen. Dat zien we terug in effecten die zich vaak langzaam aandienen en diep doorwerken. Bij jongeren die weer perspectief ervaren. Bij inwoners die niet langer van loket naar loket hoeven omdat ze in samenhang worden ondersteund en rust gaan voelen. Soms voor het eerst in lange tijd. In situaties die eerder worden gezien, juist omdat samenwerking al bestaat voordat het nodig is.
Wat in de verhalen opvalt is hoe vaak samenwerking leidt tot eerder handelen. Tot ondersteuning die niet eerst hoeft te worden opgeschaald naar zorg maar kan beginnen in het dagelijks leven. De beweging van zorg naar gezondheid krijgt daar concreet vorm. Niet als beleidslijn maar als gezamenlijke praktijk. Waarin wordt gekeken naar wat iemand helpt om te blijven leven, leren en meedoen. Tegelijkertijd laten deze ervaringen zien dat in inwoners zelf een grote, vaak nog onbenutte kracht schuilt. Mensen beschikken over veerkracht en netwerken die van grote waarde zijn voor henzelf én voor de samenleving als geheel. Het huidige systeem is echter nog te vaak zo ingericht dat die kracht onvoldoende wordt gezien of benut.
Er veel is wat mensen zelf kunnen, mits zij daarvoor ruimte, vertrouwen en soms ondersteuning krijgen. Het is onze opdracht om juist die beweging te versterken: weg van denken in beperkingen en voorzieningen, naar het samen ontsluiten van mogelijkheden in het dagelijks leven. Door aan te sluiten bij wat er al is. En door samen met inwoners en hun omgeving te bouwen aan oplossingen maken we ruimte voor eigen regie en betekenisvol meedoen.
Die manier van werken vraagt om vertrouwen. Om leiderschap op verschillende niveaus. En om een besturingsfilosofie die ondersteunt in plaats van belemmert. Een filosofie die erkent dat complexiteit niet is op te lossen met meer regels, maar juist om samen optrekken vraagt: met aandacht, verbinding en het vermogen om mee te bewegen met wat zich aandient. De maatschappelijke opgaven van deze tijd zullen niet kleiner worden. Dat maakt het des te belangrijker om te blijven investeren in samenwerken en in het zichtbaar maken van wat sociaal werk teweegbrengt. Niet alleen om te laten zien dat het werkt, maar ook om het werk in de toekomst mogelijk te houden, ook binnen de organisatie. De prettige samenwerking met de GOR en met onze raad van toezicht is daarin onmisbaar. De raad van toezicht publiceert elk jaar een eigen jaarverslag, waarin zij vanuit hun rol reflecteren op de koers en ontwikkeling van Tintengroep. Die betrokkenheid en spiegeling helpen ons verder.
Of, zoals Jami het verwoordt met haar tatoeage van de bij: “Wetenschappelijk gezien zouden bijen niet kunnen vliegen. Maar ze weten dat niet, dus ze vliegen gewoon.” Misschien ligt daar wel een belangrijke les. Vooruitgang ontstaat niet altijd doordat alles verklaard en beheerst is. Mensen die blijven doen wat nodig is maken het grote verschil. Samen. Met aandacht. En met vertrouwen dat juist daarin ruimte ontstaat om te blijven vliegen.
Het portfoliomanagement dat we inrichten speelt daarin een belangrijke rol voor de toekomst; het helpt ons om samen te leren, inzichten te verbinden en nieuwsgierig te blijven naar wat waar werkt en waarom.
In 2026 starten we aanvullend een onderzoek naar sociaal functioneren in deze tijd. Dit onderzoek richt zich op hoe sociaal werk, samen met inwoners, collega’s en partners, bijdraagt aan sociale gezondheid en participatie in een steeds complexere samenleving. Daarbij kijken we nadrukkelijk vanuit meerdere perspectieven naar ervaringen in de praktijk, om beter te begrijpen wat werkt, voor wie en waarom. Daarmee bouwen we verder aan een gedeeld inzicht in hoe we sociaal functioneren kunnen blijven versterken.
Johan Brongers
Bestuurder Tintengroep