
Impact dienstverlening
In dit hoofdstuk laten we de impact van onze dienstverlening zien met behulp van cijfers en de duiding hierbij.
Individuele ondersteuning
Welstad biedt inwoners gerichte, flexibele en effectieve ondersteuning bij het aanpakken van hun problemen en het verbeteren van hun welzijn en de kwaliteit van hun leven. Deze trajecten kenmerken zich door een actieve betrokkenheid van de inwoner, die zelf regie voert over het proces. De eigen hulpvraag staat centraal en de begeleiding wordt afgestemd op de persoonlijke situatie, waardoor maatwerk en individuele aandacht gewaarborgd zijn.
Vormen van individuele ondersteuning:
- Individuele trajecten: Voor inwoners met een hulpvraag die meerdere gesprekken vereist. Na de intake wordt gewerkt aan een concreet doel of plan.
- Leun- en steuncontacten: Voor inwoners die behoefte hebben aan een laagdrempelig steuntje in de rug. Dit kan in de vorm van een vast aanspreekpunt dat af en toe contact onderhoudt en veranderingen in de situatie signaleert. Deze ondersteuning is minder intensief.
- Informatie en advies: Voor relatief eenvoudige vragen die doorgaans binnen één of twee contactmomenten kunnen worden beantwoord.
Figuur 1 laat zien dat het aantal individuele trajecten in de eerste helft van 2025 is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Ook het aantal informatie- en adviesvragen is afgenomen. De daling bij de individuele trajecten hangt vooral samen met de extra aandacht die we in 2024 hebben besteed aan registratie door medewerkers. Waar mogelijk zijn trajecten die al langere tijd liepen afgesloten. Hierdoor zijn in 2024 meer trajecten afgesloten dan opgestart. Op 1 januari 2025 stonden daardoor minder trajecten open (231 individueel en 91 leun- en steuntrajecten) dan een jaar eerder, op 1 januari 2024 (313 individueel en 136 leun- en steuntrajecten). Dit zorgt ervoor dat we in 2025 met een actueler en overzichtelijker bestand aan trajecten werken, waardoor de inzet beter kan aansluiten op de actuele ondersteuningsvragen van inwoners.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Jaartal | Individueel traject | Leun en steun | Informatie & advies |
|---|---|---|---|
| Q1 &2 2025 | 561 | 110 | 467 |
| Q1 &2 2024 | 659 | 165 | 520 |
| Q1 &2 2023 | 525 | 205 | 361 |
Figuur 2 laat zien dat in de eerste helft van 2025 meer individuele trajecten zijn opgestart dan afgesloten. In vergelijking met dezelfde periode in 2024 gaat het om circa 40 trajecten extra. Opvallend is daarnaast de groei in het aantal deelnemers aan collectieve activiteiten (zie paragraaf 2.3), wat duidelijk wijst op de verschuiving van individuele ondersteuning naar meer groepsgerichte vormen van hulp.
We zien een stijgende instroom bij Welzijn op Recept (voorheen Ondersteuning Sociaal Domein) en Sociaal Werk op School. Dit zijn projecten waar extra op in is gezet, waarbij we zien dat steeds meer inwoners en jongeren tijdig passende ondersteuning weten te vinden.
Ook de doorlooptijd van trajecten ontwikkelt zich gunstig. Waar een traject in de eerste helft van 2024 gemiddeld 243 dagen duurde, ligt dit in 2025 op 190 dagen. Voor de trajecten die zijn afgerond bedraagt de gemiddelde doorlooptijd zelfs 151 dagen. Deze verkorting hangt samen met het zorgvuldig afbouwen van trajecten zodra doelen zijn bereikt én met een verbeterde manier van registreren.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| individueel | opgestart | afgesloten |
|---|---|---|
| 2025 Q1 & 2 | 324 | 210 |
| 2024 Q1&2 | 283 | 328 |
| 2023 Q1&2 | 236 | 253 |
Figuur 3 laat zien hoeveel leun- en steuntrajecten er zijn opgestart en afgesloten. De dalende trend in het aantal leun- en steuncontacten zet zich voort, wat een bewuste keuze is. Deze vorm van ondersteuning is bedoeld voor inwoners die langdurig begeleiding nodig hebben van een sociaal werker. We zien dat er meer trajecten worden afgerond dan dat er nieuwe worden gestart. De gemiddelde duur van een traject bedraagt inmiddels 553 dagen.
Ondanks de vermindering van het aantal leun- en steuncontacten stijgt de gemiddelde doorlooptijd. Dit komt doordat we alleen nog trajecten aanhouden die langdurig noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van de inwoner. Afgesloten trajecten laten gemiddeld een langere looptijd zien: van 291 dagen in de eerste helft van 2024 naar 367 dagen in de eerste helft van 2025.
Een belangrijke doelgroep binnen deze vorm van ondersteuning zijn inwoners met een licht verstandelijke beperking en ouderen. Ook bij hen onderzoeken we samen wat nodig is om zo zelfstandig mogelijk te leven. Trajecten worden afgesloten wanneer de inwoner, in samenspraak met de sociaal werker, voldoende vertrouwen heeft om zelfstandig verder te gaan. Mocht het later toch nodig zijn, dan kunnen inwoners altijd opnieuw bij ons aankloppen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leun en steun | opgestart | afgelsoten |
|---|---|---|
| 2025 Q1&2 | 20 | 46 |
| 2024 Q1&2 | 35 | 73 |
| 2023 Q1&2 | 67 | 80 |
Leeftijden
Figuur 4 laat zien dat wij met onze individuele ondersteuning alle leeftijdscategorieën bereiken. Kinderen worden vaak op naam van één van de ouders geregistreerd. Dit maakt dat er minder is geregistreerd op de leeftijdscategorie 0-12 en meer op de leeftijdscategorie 27-55. Deze doelgroep zien we ook veel in de gezinscoaching. De leeftijdscategorie 27 tot 55 jaar beslaat bijna twee keer zoveel jaren als de jongere en oudere categorieën, wat logischerwijs tot meer hulpvragen leidt. We zijn bij alle leeftijden goed zichtbaar.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Leeftijdscategorie | |
|---|---|
| 0 - 12 jaar | 19 |
| 12 - 18 jaar | 31 |
| 18 - 27 jaar | 79 |
| 27 - 55 jaar | 291 |
| 55 - 65 jaar | 81 |
| 65 - 75 jaar | 74 |
| 75 - 85 jaar | 75 |
| 85+ | 20 |
Verwijzingen individuele ondersteuning
Diverse ketenpartners verwijzen inwoners naar Welstad. In de eerste helft van 2025 is 219 keer naar Welstad verwezen. Belangrijke verwijzers zijn onder andere:
- Gemeente
- Huisartsenpraktijken
- Scholen
- Centrum voor Jeugd, Gezin en Veiligheid (CJGV)
- Ketenpartners
De samenwerking met onze ketenpartners is intensief en effectief. In de eerste helft van 2025 konden we 82% van de trajecten succesvol afronden zonder verdere doorverwijzing naar een (vrijwilligers)organisatie. Bij 18% van de trajecten was een verwijzing wel nodig, waarbij inwoners vooral zijn doorverwezen naar een zorginstelling, de WMO-afdeling van de gemeente of een vrijwilligersorganisatie (zie figuur 5).
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Doorverwezen naar | Aantal casussen afgesloten |
|---|---|
| Wmo | 22 |
| Verwijzen ext. | 8 |
| Vrijwilligersorg. | 10 |
| Gemeente | 3 |
| Individueel traject W. | 3 |
| Zorginstelling | 3 |
| GGZ | 3 |
| Thuiszorg | 3 |
| Geïndiceerde z. | 2 |
| Huisarts | 2 |
| Overig | 6 |
Zelfredzaamheid-Matrix
Met behulp van de Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) brengen we de hulpvragen en het niveau van zelfredzaamheid van inwoners in kaart op dertien leefgebieden. Figuur 6 laat zien op welke vijf hoofddomeinen de individuele trajecten het vaakst betrekking hadden. Net als in voorgaande jaren staat geestelijke gezondheid bovenaan, maar dit jaar met opvallend grotere afstand tot de overige domeinen. Dit hangt samen met onze inzet binnen Welzijn op Recept, waar we veel inwoners met psychische klachten ondersteunen. Opvallend is verder dat financiën is gedaald van de tweede naar de vierde plaats, terwijl de domeinen huiselijke relaties en huisvesting juist zijn gestegen in de top 5. Deze verschuiving laat zien dat de aard van de hulpvragen verandert en huiselijke relaties en huisvesting zijn gestegen in de top 5 van de ZRM hoofdomeinen. We zien hierbij een relatie met Welzijn op Recept en Sociaal Werk op School.
Bij 71% van de afgesloten trajecten wordt de doelscore behaald of is groei zichtbaar. Dit geeft aan dat onze ondersteuning niet alleen aansluit bij de veranderende hulpvragen, maar ook daadwerkelijk leidt tot merkbare vooruitgang in het dagelijks functioneren van inwoners.
[1] Hoofddomeinen zijn de leefgebieden op de ZRM waar de ondersteuningsvraag van de inwoner en onze dienstverlening betrekking op heeft.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Q1&2 2025 | Q1&2 2024 |
|---|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 218 | 236 |
| Huiselijke relaties | 93 | 98 |
| Huisvesting | 89 | 73 |
| Financien | 85 | 143 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) | 71 | 92 |
ZRM leun en steun
De ZRM-top 5 van leun- en steuncontacten in de eerste helft van 2025 wijkt af van die in dezelfde periode in 2024 (zie figuur 7). Hoewel het totaal aantal leun- en steuntrajecten is gedaald, blijven geestelijke gezondheid en financiën de belangrijkste domeinen waarop inwoners ondersteuning vragen. Huiselijke relaties is net als bij de individuele trajecten gestegen, wat erop wijst dat juist dit thema vaker speelt bij inwoners die ondersteuning nodig hebben. Deze verschuiving laat zien dat naast psychische en financiële problematiek ook de thuissituatie een steeds grotere rol speelt in de vragen die inwoners stellen.
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| ZRM Hoofddomein | Q1&2 2025 | Q1&2 2024 |
|---|---|---|
| Geestelijke gezondheid | 48 | 75 |
| Financien | 25 | 40 |
| Huiselijke relaties | 14 | 20 |
| Maatschappelijke participatie | 11 | 13 |
| Sociaal-emotionele ondersteuning (Ouderschap) | 11 | 17 |
| Tijdsbesteding | 11 | 23 |
Collectieve trajecten
Collectieve ondersteuning versterkt inwoners én gemeenschappen. Door samen te komen in cursussen of ondersteuningsgroepen vinden mensen herkenning, delen zij ervaringen en leren zij van elkaar. Dit levert niet alleen praktische handvatten op, maar ook verbondenheid en steun, juist bij inwoners die met vergelijkbare situaties te maken hebben. Zo ontstaat een sterk gemeenschapsgevoel waarin mensen elkaar verder helpen. We verschuiven hiermee van intensieve, individuele trajecten naar een bredere, meer collectieve aanpak, waarin de kwaliteit van de ondersteuning centraal staat.
Daarnaast zorgt deze aanpak voor een slimmer gebruik van tijd en middelen. Waar individuele trajecten vaak intensief zijn, bereiken we in groepsverband méér mensen tegelijk, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van de ondersteuning. Integendeel: de combinatie van professionele begeleiding en onderlinge uitwisseling levert vaak betere resultaten op.
Het is belangrijk om goed te blijven letten op wat deelnemers nodig hebben, hoe de groep met elkaar omgaat en om, indien nodig, aanvullende individuele ondersteuning te bieden. Alleen zo kunnen we de voordelen van collectieve trajecten benutten zonder in te leveren op de kwaliteit van onze dienstverlening.
Voorbeelden van collectieve trajecten zijn jongerenwerk, rouw- en verliesgroepen (gericht op mentale gezondheid), weerbaarheidstrainingen, beweegactiviteiten en (outreachend) buurtwerk. We zien een sterke toename in het aantal deelnemers en zijn blij dat onze aanpak, aanwezig zijn in dorpen en wijken, zorgt voor meer zichtbaarheid en een beter bereik. Dit past bij onze beweging van individueel naar collectief.
In 2024 en 2025 hebben we, net als bij de individuele ondersteuning, ingezet op een verbetering van de collectieve registratie, waardoor we nu in aantallen beter onze impact kunnen laten zien.
In de eerste helft van 2025 hebben we binnen onze collectieve ondersteuning een breed en gevarieerd aanbod gerealiseerd. Via buurtwerk en beweeg- en sportactiviteiten hebben we sterk ingezet op het versterken van sociale netwerken, het bevorderen van de lichamelijke gezondheid en het vergroten van maatschappelijke participatie. Daarnaast hebben we aandacht besteed aan het versterken van wijken, het bieden van sociaal werk op school en het organiseren van lotgenotengroepen. Bij de verschillende thema's laten we de collectieve activiteiten terugkomen. Zie bijlage 1 voor alle verschillende type collectieve activiteiten.
Het gaat hier niet om unieke deelnemers. Een inwoner kan aan meerdere trajecten of bijeenkomsten deelnemen. Niet bij alle collectieve trajecten zijn deelnemers of bijeenkomsten ingevuld, doordat het bijvoorbeeld ondersteuning aan vrijwilligers of zelforganisatie betreft. Vrijwilligers worden niet gezien als deelnemers en worden daarom onder een andere categorie geregistreerd.
| Type collectieve activiteit | Bijeenkomsten | Deelnemers |
|---|---|---|
| 1. Open groep met inloop | 1062 | 6895 |
| 2. Open groep eenmalig | 12 | 477 |
| 3. Gesloten groep | 137 | 2565 |
| 4. Ondersteuning zelforganisatie | 216 | 3100 |
| Totaal | 1427 | 13037 |