"
Als we dit nu zo gaan doen, dan geloven we daarin"
Henk Nijboer en Nij Begun

Henk Nijboer en Nij Begun
Als kwartiermaker zet Henk Nijboer zich in voor Nij Begun, een initiatief dat zich richt op het herstel van Groningen en Noord-Drenthe als gevolg van de gaswinning. Om de sociale agenda op te kunnen stellen heeft hij met zijn team alles gedaan om op te halen wat mensen nodig hebben. Sociaal werk heeft in de uitwerking van de plannen een prominente plek gekregen.
De wil om voor de regio meer te betekenen heeft door zijn loopbaan heen veel betekenis voor Henk gehad. “Na ruim elf jaar in de Tweede Kamer heb ik besloten om te stoppen met de politiek. En toen kwam dit. Van verschillende kanten kreeg ik de vraag ‘wil je dit niet gaan doen?’ In de Kamer deed ik financiën, volkshuisvesting, maar ook gaswinning Groningen. En in gaswinning Groningen heb ik echt geprobeerd goed voor de regio op te komen. De regio te vertegenwoordigen. Want het is tot op de dag van vandaag niet gelukt om het echt beter te maken voor de inwoners van dit gebied. De sociale agenda maakt het mogelijk om echt het verschil te maken voor de toekomst van de regio. Daaraan te kunnen en mogen bijdragen, dat vind ik wel prachtig mooi om te doen. Dit kan echt het verschil maken op armoede, op leesvaardigheid, op onderwijsachterstanden, op gezondheid. En daarom ben ik als kwartiermaker begonnen. Dat je dat voor je regio mag betekenen, dat is een prachtige rol om te hebben.”
Wat is Henk opgevallen in de eerste periode van zijn rol als kwartiermaker? “Waar ik bang voor was, was onenigheid toen ik begon. Want in de regio is er natuurlijk altijd veel discussie, terwijl we echt wel een unieke kans hebben. Het is echt substantieel geld, 100 miljoen per jaar. Maar er is eensgezindheid. Wat ik eigenlijk het mooiste vond na de presentatie is dat ook allemaal maatschappelijke organisaties en inwoners zeiden ‘als we dit nou zo gaan doen, dan geloven we daarin’. Dat komt ook omdat wij begonnen zijn met luisteren denk ik. Dus je vraagt aan mensen wat zij zien en nodig hebben. Dat vind ik heel belangrijk, want het moet daar gebeuren. Wij kunnen plannen bedenken over verrijkte scholen maar als docenten en ouders er niet in geloven wordt het niks. Dus daar ben ik echt blij mee, daar geloof ik ook echt in.”
In 2024 ging Henk honderden keren samen met zijn team in gesprek met inwoners. Wat ze vroegen was simpel en krachtig. “Zie nou wat er in ons dorp of in onze buurt al gebeurt. We staan er wel, maar we zijn gekrenkt door de aardbevingsellende. Maar onderliggend zijn we wel trots op wat er allemaal wél gebeurt. Bij de sportclub. Bij de bibliotheek. In de wijk. En waardeer dat nou. Daar komt ook de dorpsondersteuning vandaan. Daar komt die 10.000 euro budget voor initiatieven vandaan.” vertelt Henk. Die oproep vanuit inwoners, die inspireert een simpele en krachtige aanpak. “Zie nou gewoon wat inwoners doen. Sociaal werk zet in op een duurzame aanpak, en dat is ook wat je met de sociale agenda kunt. Je moet het niet gaan volbouwen met beleidsdoelen,” stelt Nijboer. “Mensen moeten daadwerkelijk voelen dat ze ergens op kunnen rekenen.”

Een andere, zorgelijke ontwikkeling die hem opviel was de invloed van ondermijning, vooral bij jongeren. Dat hij in die zorg niet alleen staat, dat is heel duidelijk. “Elke burgemeester begon daar bij mij over. Jongeren worden geronseld bij schoolpleinen en dat gebeurt op een steeds jongere leeftijd. Als je één keer in dat circuit beland, kom er maar weer eens uit. Daar moeten we wel eerder bij zijn, om te voorkomen dat dat gebeurt. Dat vergt voorlichting en veerkracht. Aandacht voor weerbaarheid is daarbij ook belangrijk. Ik ben op het Aletta Jacobs College in Hoogezand geweest en zag daar hoe bokstraining werd gegeven. Dat is een hele mooie laagdrempelige manier om aan die weerbaarheid te werken.
Dat soort logische, ogenschijnlijk simpele aanpakken kunnen een groot verschil maken, benoemt Henk. “Bijvoorbeeld gewoon mensen die zien wie er in school komt. En wat er allemaal gebeurt in en om de school. Zet iemand op het plein die iedereen groet en weet wat er aan de hand is. En als er mensen op die parkeerplaats daarvoor staan, dan stuurt ze gewoon weg. Zo praktisch is het ook. Op het moment dat je er bewust van bent wat mensen doen en waarom ze er zijn, dan kun je er ook echt iets mee.” Richting de jongeren en hun omgeving is zo’n aanpak gericht nodig. “Je wilt jongeren bewust maken van wat er gebeurt en welke effecten dat heeft op de lange termijn.
Maar ook wel koesteren wat er goed gaat. Want het gaat ook met heel veel jongen wel goed. En daar moet ook de aandacht voor zijn. En ze er zo voor behoeden om het slechte pad op te gaan. Dat moet prioriteit zijn voor sociaal werk, maar dat begint ook bij ouders. Met je kind praten over dit soort onderwerpen, dat maakt al een wereld van verschil.” De jongeren in het Nij Begun gebied krijgen veel voor hun kiezen. “Het is de bedoeling dat kinderen de kansen krijgen die ze verdienen. Als je echt helemaal in de stress zit vanwege armoede en schulden, dan is het verdraaid lastig om met je eigen ontwikkeling en leven verder te komen. Daar moet iets aan worden gedaan. In die ontwikkeling kunnen sociaal werkers zoals jongerenwerkers een heel belangrijke rol gaan spelen.
Jongeren die ten prooi vallen aan ondermijning, aan drugscriminaliteit, als geldezels worden ingezet. Dat gebeurt op steeds grotere schaal. En daar kunnen de jongerenwerkers iets in betekenen. De mentale gesteldheid van jongeren viel Henk ook op. “Daar ben ik echt van geschrokken, en ook hoe het met de jeugd gaat. Zowel de onderwijsprestaties, maar ook hoe het met hun mentale gesteldheid is. Hoe slecht het eigenlijk met jongeren gaat. De eenzaamheid, stress, schoolprestaties, schooluitval. Veel jongeren hebben natuurlijk in de puberteit wel eens een tijd wat minder, dat hoort ook een beetje bij het leven. En moeite hebben met leren kan daar ook deel van uitmaken. Maar de mate waarin vind ik verontrustend. Met ook bijvoorbeeld ondermijning waarmee ze te maken krijgen.”
In het systeem valt daarnaast ook het nodige te verbeteren. “Ik vind het indiceren in de zorg echt een groot probleem. Het loont op dit moment om een kind een diagnose mee te geven, bijvoorbeeld om passende hulp te kunnen krijgen op school. Maar dat zou niet nodig moeten zijn. Daar is een wereld te winnen.” Sociaal werk kan daarin een belangrijke rol vervullen, volgens Henk. “Er eerder bij zijn met een beetje love, tenderness en care maakt een wezenlijk verschil. En ook normaliseren. Zoals Trudy Oldenhuis van DokNoord altijd zegt, soms is het ook gewoon even niet mooi in het leven. Is het even zwaar, dat is ook normaal. Zo denken, In plaats van ‘welke indicatie kunnen we daarbij stellen? Welk traject is er nodig?’ En dat doen jullie in het sociaal werk natuurlijk ook. Sociaal werkers zijn denk ik ook met te weinig, daarom stellen we ook voor om daarin te investeren. Maar daar is denk ik nog wel de wereld te winnen.”
En als we nu vooruit kijken, wat zou Henk dan graag aan het eind van 2025 zien? “Als de maatregelen ingevoerd worden en mensen het vertrouwen hebben behouden. Ik denk dat er nu best veel vertrouwen is. Een goede aanpak kost tijd, maar we zijn van start. We proberen het zo eenvoudig mogelijk te maken, op basis van vertrouwen. Er zal misschien ook een keer misbruik worden gemaakt, dat hoort erbij, maar we denken dat de kosten van controle veel hoger zijn dan het geven van vertrouwen. En dat moeten we inrichten. Daar zijn we nu mee bezig. Voor de verrijkte schooldag hebben we bijvoorbeeld zeven jaar om dat helemaal in te voeren. Want met twee uur en zes uur uitbreiden, dat is echt niet in één of twee jaar gebeurd. Dus we nemen er dus tijd voor, maar beginnen dit jaar. Wanneer ik tevreden ben? Als we dit jaar die regeling hebben lopen. En wanneer mensen initiatieven in dienen en er zin in hebben. Dan ben ik tevreden.”