Spring naar inhoud

OCO: Je hoeft het niet alleen te doen

Een inkijkje in het werk van de onafhankelijke cliëntondersteuner

“Je hoeft het niet alleen te doen”

De onafhankelijke cliëntondersteuner (OCO) is er voor inwoners die hun weg zoeken in de wereld van zorg, hulp en ondersteuning. Maar wat houdt dat werk precies in? Hoe ziet de praktijk eruit, welke vragen krijgen OCO’s op hun bord, en wat drijft hen om dit werk te doen? We gaan in gesprek met Saskia Bijlholt, onafhankelijk cliëntondersteuner bij sociaal werk organisatie De Badde in de gemeente Pekela en krijgen een inkijkje in de kracht, uitdagingen en betekenis van deze bijzondere rol.

Saskia Bijlholt

"Mijn naam is Saskia Bijlholt en ik werk als onafhankelijk cliëntondersteuner bij De Badde. In mijn werk sta ik naast mensen die ondersteuning zoeken binnen het sociaal domein: denk aan hulp bij Wmo-aanvragen, gesprekken met de gemeente of het vinden van passende zorg. Ik help mensen hun verhaal goed over te brengen en mee te denken over hun mogelijkheden. Altijd met hun belang voorop, en altijd onafhankelijk. Ik kom op voor mensen in kwetsbare situaties en ben waar nodig hun ogen, oren en stem. ”

Wat is voor jou de kracht of meerwaarde van OCO?

“Voor mij zit de kracht in het feit dat we er echt voor de inwoner zijn, zonder andere belangen. Veel mensen weten niet dat deze hulp er is — gratis en onafhankelijk — en dat ze dus niet alles zelf hoeven uit te zoeken. Wij brengen overzicht, rust en een luisterend oor, juist op momenten dat mensen dat heel hard nodig hebben.” 

Hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit? Of bestaat die niet?

Een gemiddelde werkdag is er niet, maar bestaat vaak uit diverse afspraken. Het kan zijn dat er een keukentafelgesprek is bij iemand thuis met de Wmo-consulent waar ik als onafhankelijk cliënt ondersteuner bij aanwezig ben om te ondersteunen in het gesprek en de vertaalslag te maken naar de inwoner. Een bemiddelingsgesprek met een huisarts of bewindvoerder om weer te komen tot een werkbare relatie. Maar het komt ook voor dat ik gebeld wordt en iemand geeft aan dat hij/zij vanmiddag een gesprek met de afdeling Werk en Inkomen van de gemeente heeft voor het aanvragen van een uitkering. Hij ziet er erg tegenop en wil graag iemand bij het gesprek omdat hij bang is dat de spanning dusdanig oploopt en het daardoor escaleert. Verder zijn we als OCO veel aan het netwerken, geven we presentaties over de functie en schuiven we bij diverse overleggen aan om de meerwaarde en het belang van OCO uit te leggen. Tevens vergt het vervullen van de rol als OCO veel uitzoekwerk, het doorspitten van wet- en regelgeving om oplossingen te zoeken die daarbinnen passen. 

Waar haal jij je werkplezier uit?

“Uit de kleine momenten waarop je voelt: nu heb ik echt iets kunnen betekenen. Als iemand opgelucht de deur uitloopt of weer vertrouwen krijgt in het proces, dan weet ik waarom ik dit werk doe. Dat geeft voldoening. Zo was er een mevrouw van 55 jaar met MS die rolstoelafhankelijk is. Ze had aanpassingen in huis nodig en ook een aangepaste auto. Dit laatste is in eerste instantie afgewezen maar dankzij het indienen van een bezwaar (en zonder verdere hoorzitting) is het wel toegekend en heeft ze de autoaanpassingen vergoed gekregen. Nu kan ze weer samen met haar man op zelf gekozen momenten de deur uit en op visite bij familie waar eerder door de gemeente werd gezegd dat zij wel met Wmo taxivervoer kon en haar man kon dan wel in de auto er achter aan. 

Wat zijn de grootste misverstanden over het werk van een OCO?

“OCO, dat is toch hetzelfde als maatschappelijk werk?” Nee dat is niet hetzelfde. De onafhankelijke positie en het feit dat Onafhankelijk Cliëntondersteuners géén hulpverlening bieden onderscheidt ons van andere sociale professionals, de OCO kan zelfs naast een maatschappelijk werker ingezet worden. Kennis van wet- en regelgeving is veelal een vereiste, waar het voor andere professionals vaak een pré is en we zijn inzetbaar op alle levensdomeinen en –terreinen (onderwijs, zorg, jeugdwet, Wmo, wet langdurige zorg, wajong, etc.)

OCO wordt vanuit meerdere werkorganisaties binnen de Tintengroep uitgevoerd. Hoe werkt die samenwerking?

“Wat ik mooi vind binnen de Tintengroep, is dat we veel van elkaar kunnen leren. Er is regelmatig overleg en ruimte voor uitwisseling van ervaringen of casussen. Zo versterken we elkaar. Elke organisatie heeft weer net een andere invalshoek, en juist die kruisbestuiving maakt ons werk als OCO sterker en breder inzetbaar.”

Wat zijn interessante ontwikkelingen van het afgelopen jaar?

“Er is steeds meer aandacht voor de positie van de cliënt. Dat zie je terug in beleidsstukken, maar ook in hoe gemeenten samenwerken met OCO’s. Ook de bekendheid van onze rol groeit langzaam, al is daar nog veel winst te behalen. Wat ook opvalt: de vragen worden complexer. Dat vraagt om meer samenwerking met andere professionals en constante bijscholing. Wat ik graag zou willen is minder regels en meer maatwerkmogelijkheden, over verschillende wetten heen. Dus niet zo veel schotten tussen bijvoorbeeld, Wet maatschappelijke ondersteuning, Zorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg. Als hulpvrager heb je geen idee waar je het zoeken moet en op deze manier blijft de OCO onmisbaar.”

Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin je echt het verschil kon maken?

Een situatie van een ouder die zich onbegrepen voelt door de gezinsvoogd. Er waren veel vooroordelen over deze ouder die zich niet gehoord voelt. En dan heeft de gezinsvoogd een heel machtige positie en is het soms moeilijk om op één lijn te komen zonder iemand tegen de borst te stoten. Ik ben dan respectvol naar iedereen en probeer tegelijkertijd de onmacht van de ouder uit te leggen. Wat ik dan kan doe is deze ouder vragen wanneer het voor haar een goed gesprek is geweest. Samen bereiden we het gesprek verder samen goed voor en zetten de vragen op papier. Deze sturen we van tevoren op naar de gesprekspartners zodat iedereen weet wat er aan vragen liggen. Met deze ouder heb ik afgesproken op welke signalen ik moet letten als de spanningen te hoog op zou lopen om uiteindelijk toch een goed gesprek met elkaar te hebben. En als ik dan na afloop van de ouder de opmerking krijg: “Goh wat hebben we een goed gesprek gehad en het helpt echt als ik rustig blijf, ze hebben nu meer informatie gegeven dan ooit daarvoor!”, dan weet ik dat ik echt het verschil heb kunnen maken. 

Wat heb je zelf geleerd van cliënten waar je mee werkte?

Ik heb geleerd dat het belangrijk is om ons te realiseren dat het niet vanzelfsprekend is dat een gesprek gelijkwaardig is en dat hulpverleners en dienstverleners dit vaak wel denken. Het feit dat de inwoner iets nodig heeft zoals een indicatie, uitkering, zorg of begeleiding maakt dat ze zich kwetsbaarder voelen en daar moet je je heel bewust van zijn. 

Hoe ga je om met complexe situaties waarin belangen botsen?

Rustig blijven en maar 1 ding voor ogen houden en dat is het belang van de cliënt. Is die inwoner ermee geholpen? Dat wil niet zeggen dat de uitkomst altijd zo is zoals de persoon wenst maar dat het wel duidelijk is dat de juiste procedures zijn gevolgd, dat hij/zij gehoord is en dat het duidelijk is waarom het is zoals het is.  Het komt ook voor dat ik als OCO de ene dag lijnrecht tegenover de Wmo consulent zit in een hoorzitting m.b.t. een bezwaarprocedure en het andere moment heb ik ze nodig voor een andere Wmo voorziening bij een andere inwoner. Zo lang je maar duidelijk bent dat je namens de cliënt daar zit, dan levert dat vaak geen problemen op. 

Wat geeft jou na al die gesprekken en situaties energie om door te gaan?

De dankbaarheid van mensen die ondersteuning hebben gehad.

Tot slot: wat betekent dit werk voor jou?

“Voor mij draait het allemaal om mensen weer in hun kracht zetten. Het idee dat iemand met jouw hulp een stap verder komt — dat blijft bijzonder. Ik voel me soms een soort bruggenbouwer, en dat is precies waar ik gelukkig van word. Het liefst ben ik niet meer nodig en is de functie van OCO overbodig. Ik vermoed echter dat die alleen maar meer nodig is. De maatschappij zit ingewikkeld in elkaar, er is binnen het sociaal domein steeds minder mogelijk en men verwijst naar allerlei voorliggende voorzieningen die echt niet passend en haalbaar zijn voor veel mensen.