
Data is waardevol als het de verhalen van mensen niet vervangt, maar versterkt
In het sociaal werk draait het om mensen. Om hun verhalen, hun zorgen, hun mogelijkheden en hun zoektocht naar houvast. Steeds vaker speelt data daarin een ondersteunende rol. Niet als kille meetlat, maar als kompas voor verbetering. Liset Bijsterbosch (beleidsadviseur bij Mensenwerk Hogeland en Sociaal Werk De Kop) en Jarno Schonewille (data-analist bij Tinten), gaan in gesprek over de kracht en grenzen van datagedreven werken.

Inzicht in wat we doen, hoe we het doen en wat het oplevert
Voor Liset en Jarno is data geen doel maar een manier om te begrijpen, te verbeteren en te verantwoorden. “Ik gebruik data veel voor rapportages richting de gemeente,” vertelt Liset. “Maar het gaat om meer dan aantallen; het gaat om laten zien wat we betekenen voor mensen.” Jarno sluit zich daarbij aan: “We willen inzicht geven in wat we doen, hoe we het doen en wat het oplevert.”
Tegelijkertijd erkennen ze de complexiteit ervan. Cijfers vertellen niet het hele verhaal. “Soms voel ik me als beleidsadviseur meer verbonden met de verhalen dan met de data,” zegt Liset. Maar de uitdaging ligt juist in het samenbrengen van die werelden – cijfers én context – om het geheel te kunnen duiden.
Elke grafiek, elk cijfer, daarachter zit een mens met zorgen, met hoop, met kansen en talenten.
De rol van super-users en samenwerking met gemeenten
Data vraagt om keuzes: wat leg je vast, waarom en voor wie? Die keuzes worden niet alleen gemaakt door beleidsadviseurs. Binnen ieder team in een sociaal werkorganisatie is er een super-user: een collega met extra kennis van en toegang tot het registratiesysteem. Samen met beleidsadviseurs, teamcoaches en managers vormt deze medewerker de brug tussen beleid en praktijk.
Jarno: “We denken met elkaar na over wat we vastleggen, hoe dat past binnen de opdracht van de gemeente en of het uitvoerbaar is in de praktijk.” Dat vraagt om afstemming en maatwerk. Gemeenten willen vaak veel inzicht, terwijl sociaal werkers vooral in contact willen zijn met inwoners. Registreren moet waardevol zijn, maar het mag het niet ten koste gaan van het directe contact met de klant.

Goed richten, goed sturen
De datacultuur ontwikkelt zich. Waar eerder werd geregistreerd ‘voor de zekerheid’, is er nu meer bewustzijn over wat waardevolle data is. “We kiezen nu voor minder, maar relevantere categorieën,” zegt Jarno. “Dat maakt de data bruikbaarder – niet alleen voor verantwoording, maar ook voor sturing.” Zo wordt bijvoorbeeld aan de hand van postcodegegevens zichtbaar waar bepaalde hulpvragen vaker voorkomen. Teams kunnen hun inzet daarop afstemmen, wat leidt tot gerichtere ondersteuning die beter aansluit bij kenmerken van een gebied en haar inwoners.
We doen dit werk omdat we mensen willen helpen. Als data daarbij kan ondersteunen, dan moeten we dat serieus nemen - zonder de menselijke maat uit het oog te verliezen
Dashboards als startpunt voor het gesprek
Sinds 2018 wordt er gewerkt met dashboards die data visueel en toegankelijk maken. De grootste waarde schuilt in wat de inzet van deze dashboards in gang zet: het gesprek. “Tijdens teamontwikkelmomenten leg ik informatie uit de dashboards op tafel,” vertelt Liset. “Niet om te controleren, maar om samen te kijken: herkennen we dit beeld? Wat vertelt het ons?” Op die manier ontstaat gedeeld eigenaarschap. Teams kunnen zich herkennen in de cijfers – of er juist vragen bij stellen. Zo ontstaat een instrument voor reflectie en verbetering. Toch roept data soms ook frustratie op. “Bij collectieve cijfers ontbreekt soms de nuance,” merkt Jarno op. “Mensen herkennen zich sneller in individuele gegevens dan in gemiddelden of trends.” Dat is een belangrijk inzicht: data werkt pas echt goed als het dichtbij komt, als het persoonlijke verhalen ondersteunt in plaats van overschaduwt.
Samen leren en verbeteren
Liset benadrukt dat data een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. “Bij Sociaal Werk De Kop gebruiken we data niet alleen voor rapportages, maar ook om wijkbehoeften in kaart te brengen en onze dienstverlening te verbeteren.” Die leergierige houding is wat data betekenisvol maakt. Jarno: “We doen dit werk omdat we mensen willen helpen. Als data daarbij kan ondersteunen, dan moeten we het serieus nemen – zonder de menselijke maat uit het oog te verliezen.”
Samen leren – ook buiten de organisatie
Jarno schuift regelmatig aan bij landelijke overleggen over registratie en data in het sociaal werk. Daar ziet hij dat andere organisaties tegen vergelijkbare uitdagingen aanlopen: sociaal werk is breed en genuanceerd, en lastig in systemen te vangen. Het gesprek gaat vaak over dezelfde vragen: hoe leg je vast wat sociaal werk bijdraagt, en hoe maak je systemen werkbaar én zinvol? “Ik merk dat we als Tintengroep al ver zijn,” zegt Jarno. “We zijn continu bezig met innoveren: hoe maken we registreren zo eenvoudig en betekenisvol mogelijk voor medewerkers?” Terwijl sommige kleinere organisaties nog vooral met Excel werken, investeren wij in datagedreven werken met oog voor de praktijk. “Niet registreren om de registratie, maar om te kunnen leren en verbeteren. Dáár ligt onze focus.”
Ook Liset ziet hoe data en onderzoek elkaar kunnen versterken, bijvoorbeeld in samenwerkingen met universiteiten. Bij onderzoek naar de rol van sociaal werkers bij ondermijning werd gebruikgemaakt van enquêtes en gesprekken. “Zo’n onderzoek levert zowel kwantitatieve als kwalitatieve inzichten op,” vertelt ze. “Data krijgt dan echt betekenis.” Tegelijkertijd kijkt de sector nieuwsgierig naar ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie. “AI zit al in veel systemen zonder dat we het doorhebben,” zegt Jarno. “Maar echt toepassen in het sociaal werk vraagt om zorgvuldigheid. We zijn er nog niet – we moeten eerst goed begrijpen wat het kan, en wat niet.” Bewustzijn, transparantie en eigenaarschap blijven volgens beiden cruciaal, ook als technologie zich verder ontwikkelt.
De verhalen achter de cijfers
Uiteindelijk is dat de rode draad in het gesprek: data is pas waardevol als het de verhalen van mensen niet vervangt, maar versterkt. “Elke grafiek, elk cijfer, daarachter zit een mens met zorgen, met hoop, met kansen en talenten,” zegt Liset. Jarno en zij voelen zich verantwoordelijk om die verhalen zichtbaar te houden. Want data mag nooit ontmenselijken – het moet helpen begrijpen wat er écht speelt.

Vooruitkijken met vertrouwen
De toekomst van datagedreven sociaal werk is hoopvol, vindt Liset. “Als we data slim inzetten, in verbinding met de praktijk, kunnen we betere hulp bieden en beter samenwerken met gemeenten.” Technologie groeit, AI ontwikkelt continu. Maar de sleutel ligt in menselijke nieuwsgierigheid en partnerschap. “We moeten samen willen leren. Niet tegenover elkaar, maar naast elkaar,” besluit ze.
Het hart van de zaak
Cijfers zijn belangrijk. Systemen zijn nodig. Maar sociaal werk draait om mensen – gezinnen die vooruit willen, jongeren die gehoord willen worden, ouderen die rekenen op hulp. Liset vat het kernachtig samen: “We willen gewoon het goede doen voor mensen. Als data daarbij helpt, dan omarmen we het. Maar altijd met gevoel. Altijd met hart.”